Een goede online presentatie werkt

Bedrijven worden steeds beter in het profileren op sociale media. Maar goede zichtbaarheid via Twitter of Facebook is lastig. Vooral individuen maken veel te weinig gebruik van de mogelijkheden.

Het Instagram-account op de illustraties is bewerkt en gefingeerd: de man op de foto heet niet echt John van der Sloot. Illustratie Anna Klevan

Mies is ‘muismattenuitklopper’. Met een vliegenmepper gaat ze bij bol.com de bureaus langs om stof uit de muismat te slaan. Dat is te zien in een filmpje dat de webwinkel op Facebook heeft gezet. Ze krijgt er 826 euro per uur voor, ‘een van de best betaalde studentenbaantjes ooit’. Een serieuze baan? Natuurlijk niet. Maar de webwinkel heeft er wél aandacht en likes mee getrokken.

De ABN Amro-bank pakt het degelijker aan. Zij begonnen vorige week met een nieuwe recruitmentcampagne. Op hun Instagramaccount staan filmpjes van lachende trainees, keurig in pak gestoken, microfoon in de hand. „Wij checken voor jou hoe de sfeer bij de bank is.” De filmpjes tonen hoe ze door het gebouw lopen, vergaderen (#begeleiding) en tafelvoetbal spelen (#sfeer). Aan het eind geven ze elkaar een high five. Heerlijk, werken bij de ABN!

Bedrijven zijn er steeds beter in geworden om zichzelf te profileren op sociale media. Met de hulp van een leger aan sociale media-experts, doen ze aan ‘content managing’ en ‘employer branding’. Daar valt wat van te leren. Want zo zorgvuldig als bedrijven hun ‘merk’ bewaken, zo slordig kunnen individuen ermee omgaan. Een LinkedInprofiel zonder foto, of een Twitteraccount waarop alleen een boze tweet naar een telecommaatschappij staat.

Jacco Valkenburg, auteur van het boek Recruitment via sociale media, ziet het allemaal langskomen. „Het is teleurstellend hoe weinig mensen de mogelijkheden van online netwerken goed benutten”, zegt Valkenburg. „Ze hebben drie minuten besteed aan een profiel invullen, dat zie je. Het voornaamste probleem is dat hun communicatie niet helder is. Je weet niet wie ze zijn en wat ze kunnen.”

Het draait om zichtbaarheid

Gemiste kans dus. En heus niet alleen voor zzp’ers of werklozen. Een goede online presentatie is voor iedereen belangrijk. Danitsja Bulatoff, expert op het gebied van netwerken: „Op het moment dat iemand een kwalitatief netwerk heeft, wordt hij of zij meteen een stuk interessanter voor een werkgever. Via sociale media is goed te zien hoe ver een online netwerk reikt.” Bij netwerken draait het om zichtbaarheid. Bulatoff: „Het creëert ambassadeurs, mensen die aan je denken. De meeste opdrachten en banen worden in eigen kring vergeven.” Daarvoor moeten mensen wel weten dat iemand bestaat, aldus Bulatoff. „Daar zijn sociale media handig voor.”

Maar voor een ‘levend’ online netwerk is er méér nodig dan veel collega’s op Twitter of LinkedIn volgen. Het gaat er niet om af en toe ergens op te reageren, maar juist om zélf interessante dingen online te zetten. „De tijd dat iemand opviel die gewoon een grote mond heeft, is voorbij”, zegt marketingdeskundige Carlijn Postma. „De cultuur is omgeslagen, mensen willen een toegevoegde waarde hebben, niet alleen maar horen dat je jezelf ergens expert in vindt.”

Helder een doel formuleren

Postma adviseert met haar bureau The Post bedrijven over hun ‘contentmarketing’: ze kijkt hoe ze zichzelf online presenteren. En wat goed werkt voor bedrijven, werkt ook voor personen. „Je moet je eigen online profiel maken. En dat begint met het helder krijgen van je doel. Wat wil je bereiken? Naamsbekendheid? Inhoudelijke bekendheid? Reputatie? Bekijk je profiel met de ogen van een ander: ben ik een persoon met wie je graag in verbinding wilt staan?”

Postma adviseert mensen na te denken over zichzelf alsof ze een magazine zijn. „Dat klinkt even gek, maar het werkt goed. Binnen welk genre past jouw magazine? Is het een lifestylemagazine? Opinie? Entertainment? Wetenschappelijk?” Dit geeft volgens Postma al veel richting aan een online profiel. Bepaal vervolgens ook een aantal thema’s die passen. „Ik zeg altijd: vier of maximaal vijf. Dan weten mensen wat ze kunnen verwachten. Zo van: we volgen Thomas omdat hij altijd over boeken schrijft.” Binnen die pijlers kan weer worden gekozen voor onderwerpen waar iemand het vaker over wil hebben. „Een strafrechtadvocaat kan bijvoorbeeld op het moment van een mediagenieke zaak, haar mening op Twitter ventileren.”

En dan kan het magazinedenken nog worden doorgetrokken met vaste rubrieken. Postma: „Iemand die bekend wil staan als healthcoach, zou bijvoorbeeld elke week een smoothie van de week kunnen posten, inclusief het recept hoe je deze zelf maakt.”

Wie iets leuks heeft bedacht, kan overgaan op ‘contentmapping’: ideeën over een maand verdelen in verschillende vormen op verschillende kanalen. „Wees niet bang om iets zowel op Twitter, Instagram als Facebook te zetten. Doe het juist verspreid. Als ik iets op Twitter deel, weet ik dat slechts een fractie van mijn volgers dat leest. Dus doe ik het ook op Facebook, of Instagram. Natuurlijk zullen een paar mensen het dan dubbel zien, maar er zijn meer mensen die het anders zouden missen.”

Mensen zijn sowieso te snel bang dat ze irritant zijn, volgens Postma. „Probeer dat los te laten. Er zullen altijd mensen zijn die je niet interessant vinden. Maar als je goeroe of expert wordt op een onderwerp, dan trek je juist ook mensen aan. Dus van de twee afhakers die er niet in geïnteresseerd zijn, krijg je er tien fans voor terug. Je kunt niet iederéén tevreden houden.”

    • Charlotte van ’t Wout