‘De stilte vind je overal. In jezelf’

Pianist Alexandre Tharaud speelt zaterdag muziek van Rameau tot Brel op het 34ste Prinsengrachtconcert in Amsterdam.

Voor pianist Alexandre Tharaud is het Prinsengrachtconcert „bijna vakantie”. Foto PGC/AVT

In de Prinsengracht is het concertponton voor morgenavond al bijna gereed. „Voor mij is dit bijna vakantie”, zegt pianist Alexandre Tharaud met een blik vanuit zijn naast het ponton gelegen hotel. Morgen zal hij hier optreden, samen met wat muzikale vrienden en de Nederlandse celliste Harriet Krijgh.

Eergisteren gaf Tharaud nog een solorecital op het pianofestival in het Franse La Roque-d’Anthéron. „Drie uur Chopin voor 2.500 ingewijde luisteraars. Dat is mijn werk en ik vind het heerlijk, maar dit is leuker. En ik ben drie dagen in Amsterdam, voor een pianist een unicum. Normaal kom je, waar ook ter wereld, op vier inwisselbare plekken: hotel, kleedkamer, podium en restaurant. Dat heet ‘reizen’, maar met nieuwe indrukken heeft het totaal niets te maken.”

De match tussen Tharaud en het populaire, live op tv uitgezonden Prinsengrachtconcert is er een op artistieke gronden. Tharaud is het tegendeel van de joviale crowdpleaser. Zie de trailers op zijn site: broos en bleek door chronische slapeloosheid ligt hij op zijn rug te mediteren op het podium. In een ander fragment zie je hem, zorgelijk, de transparante slapen masseren.

„Slapeloosheid is een nare kwaal, maar ik zoek de stilte in mijzelf”, zegt hij. „Ik plan soms een maand vrij en zoek overal rust. Volmaakte stilte is een illusie, maar als je je ergens op concentreert, kun je hem in jezelf altijd vinden.”

Focus is cruciaal voor Tharaud. Noem zijn besluit thuis geen piano meer te hebben geen ‘anekdote’, want een gewonde blik is je deel.

„Het is een vorm van religie. Als ik gericht wil studeren, is het beter dat elders te doen, op gewone piano’s. Veel pianisten lijden op het podium, omdat het instrument niet bevalt. Maar ik houd van imperfectie. En mijn concertvleugels zijn altijd veel beter dan de studiepiano’s.”

Tharauds discografie is het topje van de ijsberg van een extreem brede muzikale smaak. „Vergis je niet: 90 procent van wat ik doe is gewoon het reguliere pianorepertoire”, zegt hij. Maar zijn cd Le boeuf sur le Toit met swingende Parijse cabaretmuziek was een van de leukste cd’s die afgelopen jaren in de klassieke pianowereld uitkwamen. En morgenavond speelt hij, na een ingetogen begin met Rameau en Bach, met chansonnière Juliette Jacques Brels Ne me quitte pas, en waagt hij zich zelfs aan flamencomuziek.

Slechte muziek, daar gelooft Tharaud niet in. „Alles is smaak en tijd. Sommige muziek, zoals metal, snap ik niet. Maar misschien moet dat begrip rijpen. Vroeger vond ik pianist Claudio Arrau met zijn trage tempi niks. Nu is hij een held.”

Elk stuk dat hij speelt, zegt Tharaud, is als een steentje aan de constructie van zijn eigen gebouw – dat uiteraard nooit af is. Dat het publiek morgen net zo breed zal zijn als zijn eigen smaak, juicht hij ook van harte toe. „Klassieke muziek heeft dit soort evenementen nodig. Kenners zitten gevangen in hun muzikale herinneringen, maar nieuw publiek staat open voor alles.”