De leraar is vaak bang om agressie te melden

Een moeder die de keel van een lerares dichtkneep, kreeg gisteren een werkstraf. Hoe vaak komt zulk geweld voor?

Foto Koen Suyk/ANP

Het had niet mogen gebeuren. De 33-jarige José in den B. uit Zwolle heeft er spijt van dat ze de keel van de leerkracht van haar dochter heeft dichtgeknepen. Ze heeft dat de juf ook laten weten, in een brief.

In den B. is gisteren voor deze mishandeling veroordeeld tot een werkstraf van zestig uur. Justitie had een werkstraf van 180 uur geëist. Het OM nam de zaak hoog op, de rechtbank ook; iemand met een publieke functie moet zijn of haar werk veilig kunnen doen.

Het incident gebeurde in maart op het plein van basisschool De Toonladder in Zwolle. Bij het uitgaan van de school kwam de dochter van In den B. overstuur naar buiten; de juf had haar in haar arm geknepen. Ze zou niet hebben geluisterd.

De moeder wilde de juf daarop aanspreken, maar die wilde haar niet te woord staan. „Tot drie keer toe heb ik gevraagd wat er was gebeurd en toen werd ik boos en heb ik haar bij de keel gepakt”, zei ze gisteren in de rechtszaal. Ze ontkende te hebben gescholden.

Waarom zo boos, wilde de rechter weten. „Omdat mijn dochter zo overstuur was en om de reactie van de juf, met haar rollende ogen.” Ook was de juf volgens haar „neerbuigend”.

Amper twee weken na het Zwolse incident gebeurde iets soortgelijks in Den Haag. Daar ging een boze vader door het lint. Hij zou een lerares meerdere keren hebben geslagen en ook bij de keel hebben gegrepen.

Hoe vaak leraren worden mishandeld of belaagd door ouders, is niet te zeggen. Incidenten worden niet geregistreerd. Tot ongenoegen van de Algemene Onderwijsbond (AOb).

Bondsvoorzitter Liesbeth Verheggen pleit voor een verplichte landelijke registratie van geweldsincidenten. „Een paar jaar geleden was het bijna zover, maar door de schoolbesturen is dat toen van tafel geveegd. De registratie is uitgeruild tegen antipestbeleid”, zegt ze.

Incidenten komen nu soms niet eens naar buiten, volgens haar. „Personeel wordt onder druk gezet zaken in der minne te schikken, excuses te accepteren, en geen aangifte te doen. Scholen zijn bang voor hun imago. Maar als je niet registreert, laat je het personeel in de kou staan”, vindt Verheggen.

De PO-raad, behartiger van de belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, vindt landelijke registratie van incidenten onnodig. Scholen registreren zelf al. De raad ziet niets in nog meer regeldruk. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs is voorkomen van incidenten beter dan ze achteraf registreren, en de ‘antipestwet’ die sinds 1 augustus geldt biedt daar de mogelijkheden toe.

Over het beetpakken van kinderen, zegt Verheggen: „U mag van mij aannemen dat geen enkele leerkracht het gebruikelijk vindt een kind aan te pakken. Ik heb op een school eens twee vechtende meisjes uit elkaar gehaald. Een dag later stond een van de moeders bij mij, haar kind had een blauwe plek. Door mij of van de vechtpartij? Het is je plicht om in te grijpen.”

Fysiek geweld tegen leerkrachten komt niet vaak voor, weet onderzoeker Wouter de Wit van onderzoeksinstituut ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen. „Als zoiets gebeurt, heeft dat een enorme impact, maar statistisch zie je het niet terug. In onderzoeken zegt minder dan 0,5 procent van de personeelsleden in het onderwijs het slachtoffer te zijn geworden van lichamelijk geweld door familieleden van leerlingen.”

Moeder In den B. zat twee nachten in de cel en mocht dertig dagen niet in de buurt van de school komen. Zelf heeft ze aangifte gedaan van mishandeling van haar kind door de juf, maar die is wegens onvoldoende bewijs geseponeerd. Zij verzet zich nu tegen die beslissing bij het gerechtshof.

De juf staat nog altijd onder psychologische behandeling – ze is angstig geworden. Volgens de officier van justitie is het de vraag of ze ooit nog voor de klas terugkeert.

De twee kinderen van In den B. zijn op De Toonladder gebleven, hoewel de school ze er in eerste instantie niet meer wilde laten blijven. In den B. moet van de rechtbank een vergoeding van 770 euro betalen aan het slachtoffer.