Broer Van Gogh was ‘heftig van aard’ – een familiekwaal

Vincent van Gogh had nóg een broer. Maar zo hecht als zijn band was met de vier jaar jongere Theo, zo los was de verbondenheid met de veertien jaar jongere Cor, het nakomertje in het Brabantse domineesgezin. In The Unknown Van Gogh. The Life of Cornelis van Gogh, from the Netherlands to South Africa. heeft de Zuid-Afrikaanse historicus Chris Schoeman het levensverhaal van Cornelis van Gogh (1867-1900) opgetekend. Een knappe prestatie om Cor uit de schaduw van zijn broers te halen; Schoeman moest met snippers informatie aan de slag, want in tegenstelling tot zijn broers was Cor geen enthousiast briefschrijver.

Ondanks het grote leeftijdsverschil trok Vincent, als hij in Brabant bij zijn familie op bezoek ging, weleens met zijn ‘broerke’ op. Samen met de elfjarige Cor tekende hij een grote kaart van Etten waarop alle protestantse families in Etten werden aangegeven – voor Schoeman reden om hem Vincent van Goghs ‘jongste kunstleerling’ te noemen. Maar toen Cor na de middelbare school in de leer ging bij een machinefabriek reageerde Vincent vol onbegrip. In een brief aan Theo vroeg hij zich af waarom Cor niet gewoon bij een kunsthandel aan de slag ging.

Cor werd technicus, hij kon een treinmotor in elkaar zetten. Op zijn twintigste vertrok hij naar de Britse industriestad Lincoln, om als metaalbewerker aan de slag te gaan. Al snel klaagde hij in een van zijn spaarzame brieven aan Theo (‘je bent echt mijn enige broer’) dat het werk en Lincoln hem verveelden. Op zijn 22ste emigreerde Cor naar Zuid-Afrika. Hij ging er werken als reparateur van machines in goudmijnen, en later als technisch tekenaar voor de Nederlandsch-Zuid-Afrikaansche Spoorwegmaatschappij (NZASM).

Na een mislukt huwelijk met de dochter van een Duitse immigrant, begint de interessantste en uitvoerigste passage uit de biografie: Cor van Goghs militaire escapades. Tijdens de Tweede Boerenoorlog (1899-1902) sluit de Nederlandse technicus zich aan bij het Boerencommando dat tegen de Britten ten strijde trekt. Vlak voordat het oppermachtige Britse leger de stad Brandfort in de Boerenrepubliek Oranje Vrijstaat zal innemen, wordt Cor met hevige koorts opgenomen in een Rode Kruis-ziekenhuis. Ziet de zieke Cor op tegen de aanstaande deportatie door de Britten? Is hij depressief over zijn mislukte huwelijk? Schoeman kan slechts gissen. Op 12 april 1900, pas 32 jaar oud, schiet hij zich dood, vermoedelijk met zijn eigen Mauser.

Tijdgenoten omschreven Cor van Gogh als ‘heftig van aard’. Een familiekwaal, stelt Schoeman. Van Anna van Gogh-Carbentus werd gezegd dat ze leed aan stemmingswisselingen die soms aan hysterie grensden. Van haar zes kinderen hadden er vier last van vergelijkbare stemmingswisselingen; twee pleegden er zelfmoord en eentje, de jongste dochter Willemien, verbleef bijna veertig jaar in een psychiatrische inrichting.

Volgens Schoeman roept de geschiedenis van Cor een vraag op: was Vincent wel de ‘krankzinnige kunstenaar’, zoals hij vaak is geportretteerd? De historicus wijst op een medische verklaring die eerder is gedaan: de kinderen Van Gogh zouden hebben geleden aan porfyrie, een zeldzame erfelijke aandoening die gepaard gaat met angst, hallucinaties en depressies.

Het is onduidelijk waar Cor van Gogh is begraven. Vergeten is hij zeker niet in Zuid-Afrika. Zijn naam staat op diverse monumenten die herinneren aan de Nederlanders die voor de Zuid-Afrikaanse republiek zijn gevallen.