Brieven

Thuiswinkel schat érg ruim

Slechts 5 procent van alle retailbestedingen is online, 95 procent is ‘fysiek’. Thuiswinkel.org (de belangenvereniging voor Nederlandse webwinkels) publiceert al jaren het aandeel online bestedingen (11/8). 18 procent is het meest recent gepubliceerde percentage. Dat is nogal overdreven.

Als basis gebruikt Thuiswinkel.org gegevens van CBS. De totale consumptieve bestedingen in 2014 bedroegen vrijwel exact €200 miljard. Dit zijn zowel diensten (tickets van evenementen, concerten/attracties, verzekeringen, vakanties/zakenreizen) als producten (feitelijke retailbestedingen als kleding, huishoudelijke artikelen, bruin- en witgoed).

De categorie ‘producten’ beslaat circa €93 miljard.

Thuiswinkel.org deelt de totale online bestedingen (circa 14 miljard, 7 miljard aan producten en 7 miljard aan diensten) door alleen de totale detailhandelsverkopen: de producten dus. Dan kom je uit op circa 15,5 procent (hoe Thuiswinkel.org op 18 procent komt, is niet helder). Dan reken je dus met twee verschillende grootheden in de teller en de noemer van je rekensom.

Hoe moet het dan wel? De online retailbestedingen moeten worden afgezet tegen een vergelijkbare grootheid: de detailhandelsverkopen. Een ‘dienst’ wordt hiermee buiten beschouwing gelaten.

Uitgaande van €93 miljard aan bestedingen aan producten en het online aandeel van €7 miljard, kom je uit op circa 7,5 procent.

Hierin zijn nog twee categorieën verwerkt (‘overig’ en ‘telecom’ – met name abonnementen) van 3 miljard, die met name uit ‘diensten’ bestaan.

Nu gaat het te ver om 3 miljard van de 7 miljard aan productbestedingen af te trekken. Maar doe je dat, dan zou er sprake zijn van 4,3 procent aandeel online (4 miljard gedeeld door 93 miljard). Aannemelijk is dus dat het online aandeel tussen de 4,3 procent en 7,5 procent zit.

Wij schatten het online aandeel detailhandelsverkopen dan ook in op circa 5 procent.

Let wel: in dit geschatte percentage van 5 procent zitten ook de online aankopen die in de winkel opgehaald worden. Voor het gemak rekenen we dat maar als online, terwijl dat hoogst twijfelachtig is. Belangrijk is dat we met correcte cijfers werken.

DGA van winkelonderzoeker Strabo bv, Gerard Zandbergen CEO van winkelonderzoeker Locatus International, Joost de Baaij Senior Research Analist Syntrus Achmea Real Estate & Finance.

Excuses Jodenvervolging

Dit had ze moeten zeggen

Het artikel van Rabbijn Cooper en mijzelf (31/7) heeft veel debat opgeleverd, zowel in Nederland als elders. In het oorspronkelijk in de Wall Street Journal verschenen artikel stelden wij waarom de Nederlandse regering excuses zou moeten aanbieden aan de Joodse gemeenschap voor het falen van haar voorgangster – in Londen in ballingschap – tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het leek mij goed om te omschrijven hoe Koningin Beatrix in 1995 in de Knesset waarheidsgetrouwer het lot van de Joden in de Tweede Wereldoorlog had kunnen aansnijden. Als volgt:

„De Nederlandse regering in ballingschap in Londen en de Nederlandse ambtenarij zijn in de Tweede Wereldoorlog zwaar tekort geschoten jegens de moorddadig vervolgde Joodse medeburgers. De regering had nauwelijks interesse voor hun lot. Een regeringsoproep tot burgers in het bezette Nederland om Joden die wilden onderduiken te helpen kwam niet bij haar leden op. Als slechts één van de 102.000 vermoorde Joden daardoor gered was, zou een dergelijke oproep al waardevol geweest zijn. Dankzij initiatieven van individuele burgers konden 24.000 Joden onderduiken. Deze kleine minderheid van hulpverleners kan niet genoeg geprezen worden. Helaas zijn 8.000 van deze Joodse onderduikers gearresteerd, ten dele door verraad van andere Nederlanders.

„Er is in Nederland continuïteit van regeringen. Ik bied derhalve op verzoek van de huidige regering verontschuldigingen aan de Joodse gemeenschap aan voor het vergaande falen van haar voorgangster in Londen. Dit is een ereschuld en niet iets waar de overlevende Joden om zouden moeten vragen.

„Het valt mij niet makkelijk over de houding van mijn grootmoeder jegens de Joodse gemeenschap in de Tweede Wereldoorlog te spreken. Voor de oorlog al had zij geprotesteerd tegen het onderbrengen van gevluchte Duitse Joden in een kazerne in de gemeente Ermelo omdat het naar haar smaak te dicht bij het paleis Het Loo was. Daardoor moest voor hen een kamp gebouwd worden op een zeer afgelegen plek in Westerbork. Deze nieuwbouw moest door de Nederlands Joodse gemeenschap worden betaald.

„Wij weten van mijn grootmoeders speechschrijver dat hij geregeld in de ontwerpteksten voor Radio Oranje het lot van de Joden vermeldde. Hij zegt dat mijn grootmoeder die vrijwel altijd schrapte.”

Eerder dit jaar heeft kamerlid Joram van Klaveren premier Rutte vragen gesteld over mogelijke excuses aan de Joodse gemeenschap. Rutte antwoordde dat de regering achter de door koningin Beatrix uitgesproken rede in de Knesset staat. Beatrix zei daar over de Jodenvervolging: „Wij weten dat velen van onze landgenoten zich moedig, en soms met succes, hiertegen hebben verzet, en dikwijls met gevaar voor eigen leven hun bedreigde medemensen hebben bijgestaan. Bij ons bezoek aan Yad Vasjem gisteren hebben wij ook hun namen vereeuwigd gezien onder de bomen die daar zijn geplant. Maar wij weten ook dat dit de uitzonderingen waren en dat het Nederlandse volk de ondergang van zijn joodse medeburgers niet heeft kunnen verhinderen.”

Deze glibberige, eenzijdige tekst geeft de situatie in de oorlog niet waarheidsgetrouw weer. Beatrix’ rede steekt bovendien zeer onoprecht af bij de gedetailleerde bekentenis over de Franse collaboratie door de toenmalige president Chirac enkele maanden later.

Ondertussen heeft ook opperrabbijn Jacobs de huidige regering gevraagd om alsnog excuses aan te bieden. Zijn oproep is in vele buitenlandse media gepubliceerd. Rabbijn Cooper en ik sluiten ons daar volledig bij aan. En in tegenstelling tot wat een ingezonden brief in NRC beweerde, ik ben Nederlander. Ik was bovendien ondergedoken in de Tweede Wereldoorlog.

Manfred Gerstenfeld Oud-vzt. Jerusalem Center for Public Affairs