Bollywood in de snorrensalon

In Amstelveen vertienvoudigde het aantal Indiase expats in tien jaar tijd. Ze lijken zich er steeds beter thuis te voelen.

Indiase winkels in Amstelveen: Asiatic Supermarket Dutch Bangla (links) en Masala Express. Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Aannu Kumari woont net in Amstelveen, na bijna drie jaar in Amsterdam, en het bevalt de jonge moeder nu al. „Hier hebben mensen minder haast”, zegt ze.

Kumari is geboren in New Delhi, heeft een man die werkt als IT-consultant in Hoofddorp, en een peuter met grote bruine ogen die in Nederland is geboren. Ze duwt hem in de kinderwagen voort in het gangpad van de Indiase supermarkt Spice, hier in Amstelveen. Ze komt ook graag in de Albert Heijn, maar voor haar avondeten winkelt ze liever tussen de samosa’s, vijfkilozakken basmatirijst en regelrecht uit India geïmporteerde okra’s. De supermarkt is opgericht in 2007 door een andere Indiër die in Amstelveen verzeild is geraakt, ondernemer Manu Katyal.

Met hen wonen nog ruim 2.500 Indiase expats in Amstelveen. In 2005 waren dat er nog 250. Dat blijkt uit een data-analyse door deze krant op basis van CBS-cijfers, gericht op de herkomstlanden van buitenlanders in grote expatgemeenten. Het aantal Indiërs in Amstelveen springt eruit: bijna 3 procent. Landelijk ligt dat percentage op 0,1.

Ze komen vooral voor werk in de IT, een van de populairste studierichtingen in India. Er zijn 1,25 miljard Indiërs, en IT-krachten zijn overal in de wereld gewild. In de buurt van Amstelveen, bijvoorbeeld aan de Amsterdamse Zuidas, zijn het de Indiase bedrijven die hen aantrekken. Tata Consultancy Services, Infosys, Wipro. Of het Amerikaanse Cognizant. De huur- en koopprijzen van Amstelveense woningen zijn een stuk lager dan die in Amsterdam, en op de Zuidas ben je zo.

Japanse minderheid

Of je werkt eenvoudigweg als IT-inhuurkracht bij Canon in Amstelveen: de Europese tak van het Japanse elektronicaconcern heeft hier een groot kantoor. Loop bij Canon de hal in en je ziet de Indiërs in groepjes over de verdiepingen lopen – de Japanse werknemers lijken een minderheid te worden op hun eigen bedrijfsgrond.

Manu Katyal, de supermarktondernemer, zag het gat in de markt acht jaar geleden en richtte Spice op. Amstelveen stimuleerde dat: de gemeente zag brood in werving van Indiase kennismigranten als inwoners. En dan helpt het als om de hoek een ‘verse Indiër’ zit.

Katyal werd meerdere keren uitgenodigd op de thee bij Jan van Zanen – nu burgemeester van Utrecht, toen van Amstelveen – om over de plannen te praten. Van Zanen knipte het lintje los bij de feestelijke opening van Katyals winkel. De zaken gaan goed: naast een supermarkt en een takeaway is er, sinds november 2014, ook een restaurant – strak ingericht met op de banken kussentjes in groen, goud en paars.

Een paar honderd meter verderop, in een straat die De Beerebijt heet, profiteert een hele rij ondernemers van de Indiase influx. Rechts: Tara Beauty Center. Tara is de eigenaar van deze kap- en schoonheidssalon, en ze komt oorspronkelijk uit Iran. Op zaterdag zit de zaak vol met Indiërs, mannen die doordeweeks geen tijd hebben voor een kijkje in de kapperspiegel. Ze laten zich knippen door Tara’s collega Ahmad Rahimzadeh. Hij knipt ook hun snorren bij. „Die hebben ze vaak. Dat is onderdeel van hun cultuur”, zegt hij. Laatst op een zaterdag liet Tara Bollywoodmuziek door de winkelspeakers schallen. Kon wel een keertje, vond ze, de hele zaak zat toch bomvol Indiërs.

Naast Tara’s zaak: Asiatic Supermarket Dutch Bangla. Gerund door een Pakistaanse Nederlander, Shuja Shah. Tot 2014 freelancete hij nog in de IT, onder meer voor ING. Hij werkte steeds vaker met Indiase collega’s, die in groten getale in Amstelveen bleken te wonen. Shah wilde eens iets anders dan IT, en ook hij dook in het gat in de markt. 70 procent van zijn klanten is Indiaas, schat hij. Hij heeft er de dagelijkse rit vanuit woonplaats Hilversum – rijtijd een half uur over twee drukke snelwegen – graag voor over.

Daarnaast: Indiaas specialiteiteneethuis Seven Spices, op deze donderdagmiddag overigens gesloten.

Bedrijfsteams

Elk jaar is er een festival in Amstelveen ter gelegenheid van Diwali, een belangrijk hindoeïstisch feest. Het valt dit jaar op 31 oktober, en D66-wethouder Maaike Veeningen verricht de opening.

En dan is er het cricket. Paul Polak beheert de bar en onderhoudt het veld van cricketclub VRA, gelegen in het Amsterdamse Bos, tussen Amsterdam en Amstelveen in. Indiase bedrijfsteams gebruiken de velden steeds vaker. Eind juni streden er zestien bedrijfsteams tegen elkaar in het kader van de jaarlijkse India Dag, die sinds een jaar of zeven wordt gehouden. „Ze wonen hier allemaal in de buurt”, zegt Polak. „Mensen zijn blij met ze, want ze hebben goede banen. Kennismigranten zijn natuurlijk een mooi groepje.”

Geregeld belt een Indiër hem op, of het mogelijk is voor, zeg, dertig man een avond een veld te huren. Inclusief eten. Hoeveel kost dat? Polak rekent het voor. Zoveel honderd euro. „En dan gaan ze akkoord. Maar daarna begint het onderhandelen pas”, lacht Polak. „Ze komen met allemaal trucs. Willen ze ineens met meer mensen komen voor diezelfde prijs. Of dan willen ze alsnog een prijs per persoon, en dan komen er maar twintig opdagen. Niet om je op te lichten, maar ze onderhandelen gewoon alles uit. Ik ben soms dágen met die mensen aan het heen en weer bellen om honderd euro verschil, hahaha.”