‘8 procent minder doodgeboortes sinds rookverbod’

Dat stond in het Algemeen Dagblad

illustratie Tamara Pruis

De aanleiding

Ouders, in godsnaam, stop toch met roken in de auto! Dat was de strekking van een artikel van het Algemeen Dagblad afgelopen maandag. Meeroken leidt wereldwijd tot zo’n 600.000 sterfgevallen per jaar, waarvan een kwart onder kinderen. Kinderen worden er ziek van, krijgen chronische (oor)ontstekingen of luchtwegklachten, acute astma-aanvallen. Tijd voor een rookverbod in de auto, zeggen longartsen in het stuk.

In hetzelfde artikel staat een opmerkelijke bewering: ‘Nadat de Britten in 2007 een rookverbod in publieke ruimtes invoerden, daalde het aantal doodgeboren kindjes met 8 procent.’ Ook het aantal baby’s dat sterft binnen een maand na geboorte zou met 8 procent zijn afgenomen. Dat is nogal wat en, inderdaad, prachtige ammunitie voor voorstanders van een rookverbod. Maar klopt het ook?

Waar is het op gebaseerd?

In juli 2007 stelde Engeland een rookverbod in voor de publieke ruimte. De Nederlandse kinderarts en wetenschapper Jasper Been onderzocht, samen met een aantal co-auteurs, de effecten van dat rookverbod op longaandoeningen en pre- en postnatale sterfgevallen onder Engelse baby’s. Ze vergeleken de dossiers van meer dan 15 miljoen geboortes tussen 1995 en 2011 op deze punten. De conclusies van dat onderzoek werden vorige week gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Scientific Reports.

En, klopt het?

De resultaten van het onderzoek liegen er niet om. Sinds 2007, dus vanaf de invoering van het rookverbod, is er in Engeland een fikse afname geconstateerd van het aantal doodgeboren baby’s: maar liefst 7,8 procent minder dan voorspeld op basis van voorgaande jaren. Ook het aantal baby’s dat overleed in de eerste maand na geboorte liep terug, in dit geval met 7,6 procent.

Deze cijfers in perspectief: de kans op doodgeboorte in Engeland was 0,5 procent vóór de invoering van het rookverbod. Als dat risico met 8 procent afneemt, dan wordt dat 0,04 procent minder, dus 0,46 procent. In plaats van 5 op de duizend, dus 4,6 op de duizend.

Maar let op! Het is niet de eerste keer in deze rubriek, en het zal zeker niet de laatste keer zijn, dat we het zeggen: een glashelder causaal verband is verdomd moeilijk hard te maken. Dat stellen de wetenschappers zelf ook.

Er spelen in dit soort grote trends meestal meerdere factoren mee, dus stellen dat het rookverbod alléén hiertoe heeft geleid is voorbarig. Hoe dan ook, het Algemeen Dagblad formuleerde het behouden: ‘Nadat de Britten in 2007 een rookverbod in publieke ruimtes invoerden, daalde het aantal doodgeboren kindjes met 8 procent.’ Klopt dus.

Daar hoort wel nog een kanttekening bij: het AD-artikel ging over mééroken, en laat het onderzoek nou precies in dat verband nog een slag om de arm nemen. Minder meeroken zal zeker een rol spelen, schrijven de onderzoekers, maar is naar alle waarschijnlijkheid niet het enige gevolg van het rookverbod dat meespeelt. Een rookverbod in publieke ruimtes leidt er doorgaans toe dat ook zwangere vrouwen zelf minder (kans hebben om te) roken. Ook dat kan significant hebben bijgedragen aan de overlevingskansen van hun baby’s.

Conclusie

Meeroken is dodelijk, dat is inmiddels wel bewezen. Een rookverbod in de publieke ruimte levert dus gezondheidsvoordeel op. Maar zó veel? Ja, het klopt dat sinds het rookverbod is ingevoerd in Engeland 7,8 procent minder doodgeboortes voorkomen, en 7,6 procent minder baby’s overlijden in de eerste maand. Maar let wel: dit komt niet alleen vanwege meeroken, maar ook omdat zwangere vrouwen bij een rookverbod zélf minder roken. Hoe dan ook, we beoordelen de stelling als waar.