Zie ginds komt de aanpassing

Nederland werd ondervraagd door een VN-commissie. Het ging vooral over Zwarte Piet. Een verbod komt er niet, maar hij wordt wel aangepast.

Foto Ilvy Njiokiktjien, Bewerking Fotodienst nrc

Uiteindelijk waren de vragen over Zwarte Piet toch het moeilijkst geweest, zo was het gevoel van de Nederlandse delegatie die de afgelopen dagen voor een hoorzitting van de VN-commissie in Genève aanwezig was. „Omdat daar de meeste emotie in zat”, zei delegatieleider Afke van Rijn, directeur Samenleving en Integratie op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De vraag was of Zwarte Piet, onmiskenbaar uitgegroeid tot symbool van het publieke debat over racisme en discriminatie in Nederland, niet te veel de nadruk had gekregen in de sessies van de VN-commissie voor de bestrijding van racisme en discriminatie. Terwijl het ene commissielid de verplichte inburgeringscursus voor immigranten aan de orde stelde („en waarom hoeven inwoners van Japan en Zuid-Korea daar niet aan te voldoen? Dat riekt naar discriminatie.”), wilde de volgende weten of er een mensenrechteninstituut op Sint Maarten is, en hamerde de derde op de positie van Roma en Sinti. Maar vrijwel alle commissieleden begonnen over Zwarte Piet en over de vraag wanneer Nederland die „unhelpful tradition” (lid uit Zuid-Afrika) danwel die „schending van de mensenrechten (lid uit Turkije) afschaft.

Nu is het aan de samenleving

Het antwoord op die vraag ligt bij de samenleving, zei Van Rijn. „Een verbod op Zwarte Piet van regeringswege is geen oplossing.” Op de vraag vanuit de commissie wat de regering er dan wel aan doet, wees Van Rijn op het initiatief van minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, PvdA) die een dialoogtafel organiseert met verschillende organisaties en groepen, om vanuit die maatschappelijke discussie „Zwarte Piet aan te passen,” zei Van Rijn tegen de commissie.

Van Rijn onderstreepte een en andermaal dat het kabinet in het najaar met een nieuw actieplan tegen discriminatie komt. Daarin zal, zei ze, ook veel aandacht zijn voor de preventie van discriminatie. Ze wees op verschillende maatregelen die al zijn genomen om etnisch profileren door de politie te voorkomen.

En ze beloofde dat Nederland gaat kijken bij de politie van Oslo, die door de commissie als lichtend voorbeeld werd gezien. De VN-commissie komt 28 augustus met haar eindrapport.

Verschillende commissieleden zeiden na afloop dat de ondervraging van Nederland niet wezenlijk verschilde van de hoorzittingen van de zeven andere landen die de afgelopen weken eerder aan de beurt zijn geweest. „We stellen iedereen dezelfde kritische vragen”, zei de Rus M. Avtonomov. „En het zijn altijd constructief-kritische vragen. We willen dat de situatie verbetert.”