Ze vonden het een ‘geweldig avontuur’

De groep Syrische vluchtelingen onder leiding van Mazen heeft na vijftien dagen het noorden van Duitsland bereikt en kan daar nu beginnen aan een asielprocedure. Onze correspondent reisde mee. Dit is zijn dertiende en laatste aflevering.

Mazen, zijn vrouw Yara en zoontje Khodr in Stralsund, Noord-Duitsland. Foto Emmanuel Fradin

Het is iets na middernacht en in het station van München gaan de deuren van de ICE-trein naar Frankfurt dicht. Mazen, zijn vrouw Yara en zoontje Khodr verdwijnen langzaam uit het zicht.

Ze zijn op weg naar Stralsund in het hoge noorden van Duitsland. Daar woont een goede vriend van Mazen. Ze gaan daar even uitrusten, alvorens ze zich gaan aanmelden bij de politie om de asielprocedure in gang te zetten.

Het is vijftien dagen geleden dat de groep fris gewassen en vol goede moed uit Gaziantep bij de Turks-Syrische grens vertrok om naar Europa te komen. Hoewel er onderweg moeilijke momenten waren, is de tocht al met al heel snel verlopen. Er zijn mensen die maanden, soms zelfs een jaar, over hetzelfde traject hebben gedaan.

De oversteek van Servië naar Hongarije was een ramp: de groep kwam terecht op een plek waar de smokkeltaxi’s niet konden komen omdat er te veel politie was. Maar op drie mensen na is iedereen er toch weggekomen: sommigen brachten een nacht in het kamp van Szeged door, anderen wisten de politie te ontlopen.

Van Szeged gingen ze naar Boedapest. Daar kun je smokkeltaxi’s vinden die je verder naar Duitsland brengen. Hotels als de Oriental, waar veel vluchtelingen logeren, zijn de marktplaats.

De prijzen lopen uiteen: van 450 tot 600 euro per persoon voor de rit naar Duitsland. Een goede business. Wie tien vluchtelingen in een minibusje stopt, verdient met een rit van zo’n vijf uur zo’n 6.000 euro.

Smokkeltaxi’s gooiden ze er zo uit

De regelaars zijn allemaal Arabieren, vertellen de mensen in de groep. De chauffeurs zijn doorgaans blank, om minder de aandacht van de politie te trekken. Twee mannen in de groep, die hun naam niet in de krant willen, vertellen hoe ze toch weer zijn belazerd. „De taxi moest ons naar Leipzig brengen. Daar konden we een paar dagen terecht in het huis van een vriend. Dat zou 500 euro per persoon kosten.”

Maar toen ze eenmaal de grens met Oostenrijk waren gepasseerd, stopte de taxi op de eerste parkeerplaats. „Hij zette ons uit zijn auto en zei dat we moesten wegwezen. Wat konden we doen? De politie bellen?” De vriend in Leipzig stuurde een tweede taxi, waarvoor ze elk nog eens 400 euro moesten betalen.

De smokkeltaxi’s weten dat ze in Duitsland jaren gevangenisstraf riskeren als ze worden gepakt. Het is daarom dat ze de vluchtelingen zo snel mogelijk de auto uitzetten. Dat gebeurt meestal rond de afslagen Passau-Süd en Poking van de snelweg A3/E56. De politie daar roept automobilisten op om goed uit te kijken voor overstekende vluchtelingen. De gevangenis van Passau komt capaciteit te kort om de smokkelaars op te sluiten.

In het noorden is er plaats voor ze

Mazen en zijn gezin komen zonder problemen aan in Stralsund. Iemand anders betaalde 2.000 euro om met vier mensen naar Hamburg te worden gereden. Want Beieren, zo wisten de vluchtelingen, wordt momenteel overrompeld. Dus het is zaak om zo ver mogelijk naar het noorden te geraken, waar de opvangcentra minder belast zijn.

Het blijkt een overbodige maatregel: de meeste vluchtelingen die zich wel in Beieren melden, worden meteen doorgestuurd naar een volgend kamp. Door de overvloed aan mensen slapen vooral jonge mannen in gemeenschappelijke tenten of slaapzalen. Het beste af zijn de vluchtelingen die naar Berlijn zijn gereisd, daar mogen ze op kosten van de overheid slapen in een hotel.

Achteraf is iedereen – nu ja, in elk geval de jongeren – het over één ding eens. Het was een ‘geweldig avontuur’.