Ze had veel gekkere dingen gezien

Over ‘de kraamtijd’ was ons niet alles verteld, het kon ook zijn dat we selectief geluisterd hadden. Er waren, tussen al dat geluk door, momenten dat ik de zin ‘geniet ervan’ die ze ons van alle kanten toewensten, cynisch interpreteerde.

Het slaapgebrek kwam na een week definitief om de hoek kijken. Lagen we eindelijk lekker, iedereen stil, stond de vroedvrouw om half negen voor de deur voor ‘een laatste inspectie’. Ik naar beneden in mijn onderbroek, de haren door de war. Nog voor ik me kon excuseren, zei ze dat het helemaal niet gaf dat ik bijna bloot was.

„Ik heb echt veel gekkere dingen gezien.”

‘O ja, wat dan? Geef eens een voorbeeld’, dacht ik, want in voorbeelden geven was ze toevallig heel goed. Dat wist ik nog van ‘de voorlichtingsavond voor aanstaande ouders’ in het ziekenhuis waar ze in een referaat van meer dan drie uur het ene na het andere voorbeeld uit haar jurk toverde. Wat ik ervan onthouden had, was dat je als zwangere vrouw het beste ergens anders kon gaan staan als je bijvoorbeeld op een perron met een roker werd geconfronteerd. Dat de baarmoeder te vergelijken was met een boterhamzakje. Dat ze de aanwezige zwangere vrouwen, als ze dan toch een beest moest noemen, nog het meest op ‘tijgers’ vond lijken. En dat van de aanwezige mannen, door haar consequent ‘toekomstige papa’s’ genoemd, ondersteuning werd verwacht. Zowel voor als na de bevalling.

In die laatste fase zaten we nu.

Ze informeerde hoe het ging.

Ik beperkte me tot „weinig slaap”, wat ze afdeed als „gebruikelijk”. Toen ik daarna zei dat de vriendin een griepje had, ging ze in galop de trap op. Ik er achteraan. Toen ik in de slaapkamer kwam, lag ze naast de vriendin en de baby op mijn plek in het bed. Ze streelde haar arm, een stukje betrokkenheid. Ik kon er natuurlijk bij gaan liggen of bij blijven staan kijken, maar ik kon ook beneden koffie gaan drinken.

Daar hoorde ik haar via de babyfoon zeggen dat ze het zich best kon voorstellen als er vanwege die griep ‘traantjes kwamen’, maar hoezeer ze ook aandrong: de vriendin gaf geen sjoege, hooguit een beetje.

„Ja, daar komen dan toch traantjes.”

Een kwartier later stond ze met haar conclusies in de woonkamer. De vriendin had griep, dat was gewoon. De baby had overgegeven, dat was gewoon. We waren uitgeput, dat was gewoon. Ze ging het dossier dicht doen, dat was gebruikelijk als alles gewoon was. Niets stond een heerlijke kraamtijd in de weg. Terwijl ze haar veter strikte, kotste onze kat Duttie voor haar voeten alle Sheba eruit. Daar keek ze van op, maar ik dan toch niet. Dat was heel gewoon, ik had ergere dingen gezien.