Waarom Turkije de Koerden aanvalt

Leidse Turkije-deskundige

Turkije wist ternauwernood WO I te overleven. Gebiedsverlies is sindsdien de grootste nachtmerrie

Jonge PKK’ers poseren met wapens.

Benijdenswaardig was de toestand van Turkije toch al niet. Het was op zoek naar een nieuwe regering, werd overstroomd door Syrische vluchtelingen en maakte een economische crisis door. Desondanks besloot president Recep Tayyip Erdogan vorige maand een offensief te beginnen op twee fronten: tegen de Islamitische Staat en tegen de Koerdische PKK. Waarbij de aandacht van de Turken vooral uitgaat naar dat laatste.

Dat betekende een radicale ommekeer. Juist de laatste paar jaar had Turkije een vredesdialoog gevoerd met vertegenwoordigers van de PKK. Niet zonder succes: een vredesakkoord als in Noord-Ierland leek op een gegeven moment zelfs binnen bereik. Maar inmiddels voeren de Turken bijna dagelijks zware bombardementen uit op PKK-stellingen in Noord-Irak.

Daarmee lijkt Turkije terug bij de jaren tachtig en negentig, toen het Turkse leger en de PKK een bloedige strijd met elkaar uitvochten. De Leidse hoogleraar Turkse talen en culturen Erik-Jan Zürcher sluit in een interview in zijn studeerkamer in Oegstgeest niet uit dat de Turkse regering binnenkort in het zuidoosten van het land zelfs weer de noodtoestand afkondigt.

Waar komt die obsessie van de Turken met de Koerden vandaan?

„Voor de Turken is het idee van nationale eenheid enorm belangrijk. Alles wat dat ondermijnt, zoals een Koerdisch streven naar autonomie, wordt al sinds de jaren twintig gezien als een groot gevaar. Het heeft te maken met het Sèvres-complex na de Eerste Wereldoorlog. Bij het Verdrag van Sèvres werd het hele grondgebied van het Ottomaanse Rijk opgedeeld. Alleen doordat de Turken zich daar niet bij neerlegden, is het huidige Turkije bewaard gebleven.”

Is dat gevoel nog steeds zo sterk?

„Nog altijd is een ‘nieuw Sèvres’ een spookbeeld voor veel Turken. Het zit heel diep. Het idee is dat buitenlandse mogendheden minderheden in Turkije gebruiken om het land uit elkaar te laten vallen. Zelfs bij de grote protesten in Istanbul tegen de regering twee jaar geleden dook de term ‘nieuw Sèvres’ weer op. Het spreekt altijd veel Turken aan. Politici in het nauw bedienen zich er graag van.”

Spelen er ook binnenlandse politieke overwegingen mee?

„Absoluut. Het belangrijkste voor Erdogan was, denk ik, de opkomst van de HDP (een nieuwe Koerdische, progressieve partij, die bij de verkiezingen in juni voor het eerst de kiesdrempel haalde, red.). Voorheen stemden veel Koerden op de AKP. Erdogan dacht dat die hem zouden blijven steunen als hij een dialoog met de PKK begon. Maar dat gebeurde niet. Ze stemden op de HDP. Zo verloor de AKP haar absolute meerderheid in het parlement. Erdogan was er diep door ontgoocheld. Als we met die dialoog doorgaan, worden we er niet voor beloond, dacht hij. Daarom heeft hij die zo abrupt afgebroken.”

Zijn de Turken op Erdogan uitgekeken, omdat hij te autoritair is?

„Dat kun je zo niet zeggen. Een flink deel van de Turken wil juist wel een sterke leider. Erdogan gebruikt dat element in zijn campagnes. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen had de AKP een poster waarop je een foto van Erdogan zag met de leuze ‘Een sterke wil’. Hij wil nu ook een presidentieel systeem met meer bevoegdheden voor hemzelf. Zeker 40 procent van de bevolking vindt dat goed. Nog eens 15 procent wil ook een sterke leider maar niet Erdogan. En er is ook een flink segment dat er genoeg van heeft, de stedelijke middenklasse, maar die vormt geen meerderheid.”

Is die hang naar een sterke leider een erfenis van de stichter van het moderne Turkije, Atatürk?

„Nee, het wortelt meer in traditionele patriarchale waarden. De meeste Turken hechten aan hiërarchisch gezag, aan een sterke vaderfiguur. Erdogan presenteert zich als zodanig. Maar omdat hij al 13 jaar aan de macht is, merk je dat hij zich met Turkije vereenzelvigt. Hij heeft het gevoel: ik ben Turkije. Hem niet volgen is landverraad. Die autoritaire koers dateert overigens pas van de laatste jaren. In de eerste jaren heeft Erdogan juist veel bijgedragen aan de democratisering van Turkije, onder meer met het aan banden leggen van het leger. ”

Die autoritaire reflex is niet gezond voor de Turkse democratie?

„De democratie in Turkije is erdoor gereduceerd tot louter verkiezingen. Met 35, 40 procent van de stemmen kun je in Turkije al een absolute meerderheid in het parlement hebben. De AKP heeft al vier verkiezingen achter elkaar gewonnen en ziet zichzelf als de enige legitieme vertegenwoordiger van het volk, als stem van de natie. Andere partijen hebben geen invloed. Dat is heel verstikkend.”

Hoe destabiliserend is de burgeroorlog in Syrië voor Turkije?

„Die is van grote invloed. Het feit dat Turkije bij het beleg van Kobani (toen IS de Syrische Koerden dreigde te verdrijven, red.) weigerde te interveniëren, heeft Erdogan bij de verkiezingen in juni veel stemmen gekost. Maar ook bij de PKK is de animo voor vredesoverleg door de ontwikkelingen in Syrië verminderd. Door de sterkere positie van de Koerden in Syrië en Irak denken de Koerden meer in termen van een eigen Koerdistan, dat over de grenzen van Turkije, Syrie en Irak heen gaat.”

Is Turkije onder Erdogan meer opgeschoven naar het Midden-Oosten?

„Na 2005 is de toenadering tot Europa vastgelopen. Rond die tijd begon Turkije het economisch goed te doen en groeide het zelfvertrouwen. Het kwam met een nieuw buitenlands beleid van ‘strategische diepte’. Het zou zich niet langer eenzijdig op het Westen richten maar ook zijn banden met de vroegere Ottomaanse gebieden in de Balkan en het Midden-Oosten uitbuiten. Maar de relatie met Egypte, Israël, Irak en Syrië is nu slecht. Die ‘strategische diepte’ leek op papier een goed idee maar is dus een fiasco geworden.”