Stunttechniek zal de wereld heus niet redden

‘Quick fixes’ als CO2-filters en spiegels in de woestijn leiden ertoe dat vervuilers het nooit leren, waarschuwt Huub Dijstelbloem.

‘We gaan de grootste luchtzuiveringsinstallatie ter wereld bouwen”, stelde kunstenaar en uitvinder Daan Roosegaarde in NRC Handelsblad op 31 juli 2015. Dat klinkt uitdagend, maar megalomane projecten die een shortcut naar succes beloven, zijn helaas alom bekend. Op het gebied van infrastructuur weten we er alles van. Niet zelden eindigt de euforie in kostenoverschrijdingen, te late en te trage resultaten en parlementair onderzoek achteraf. Denk aan de Betuwelijn en de Noord-Zuidlijn, al werken die (op de HSL na) in het beste geval na afloop tenminste wel en wordt daarin vaak daadwerkelijk gepionierd (de ondergrondse boringen in Amsterdam zijn werkelijk indrukwekkend).

Nu is er een categorie, die ik hier ‘stunttechnologie’ wil noemen, die de laatste tijd opgang maakt. Dat zijn de innovaties die niet door overheden, maar door jonge ondernemers, kunstenaars en wereldverbeteraars met veel bombarie in de media worden gelanceerd. Voorbeelden hiervan zijn het project van Boyan Slat om de oceanen van plastic te ontdoen en de lichtgevende wegen en smogzuigende installaties van Daan Roosegaarde zelf.

Wat deze stunttechnologie speciaal maakt is de combinatie van artisticiteit, idealisme, ondernemingslust en design. De bedenkers weten hun plannen groots en meeslepend te brengen en media en investeerders zijn er doorgaans dol op.

Ik wil niet beweren dat die technologie niet zou kunnen werken. Maar ik constateer wel dat er iets aan ontbreekt. Wat deze ideeën gemeen hebben met nog veel grootschaliger plannen, zoals geo-engineering om klimaatverandering tegen te gaan (denk aan het bedekken van woestijnen met reflecterend materiaal om zonlicht terug te kaatsten of het bemesten van oceanen om CO2-opname te versnellen), is dat ze technische ‘quick fixes’ zoeken die menselijk gedrag en sociale structuren passeren.

Dat zie je ook terug in het wereldwijde gesprek over smart cities. Dat wordt voornamelijk gevoerd tussen burgemeesters, banken en technologiebedrijven. Stadssociologen en stedenbouwkundigen of experts op het gebied van mens-machine-interactie staan vaak buitenspel. Alsof de uiteindelijke gebruikers er niet toe doen en de technologie zo uit het laboratorium de straat op kan.

De pretentie onafhankelijk te zijn van menselijk onvermogen om gedrag aan te passen, en iedere modificatie van de huidige leefstijl blijmoedig overbodig te verklaren maakt deze projecten aantrekkelijk. Het geeft ze iets autonooms, waarbij de uitvinder zijn idee in praktijk kan omzetten zonder zich aan de menselijke modder te bevuilen. Maar het is tegelijkertijd hun zwakte.

In plaats van een uiterst delicate technologie op de oceaan te laten draaien die plastic verwijdert, is het toch voor de hand liggender bij de oorzaak van het probleem te beginnen, namelijk dat er zoveel wegwerpplastic wordt geproduceerd en gebruikt. En in plaats van smog af te zuigen in onleefbaar wordende steden is de werkelijke uitdaging iets aan congestie, de uitstoot en de mobiliteitsproblematiek te doen. Zo bezien zijn de beloofde innovaties niet meer dan hoogst inventieve bezemwagens die het zwerfvuil van de technologische cultuur mogen opvegen, maar de bronnen van vervuiling onaangetast laten. De verbeelding die uit deze projecten spreekt om de wereldproblemen te verhelpen is aanstekelijk. Maar laat die inspiratie vooral gebruikt worden om ook naar oplossingen te zoeken die binnen reëel bestaande omgevingen kunnen werken, of dat nou verafgelegen oceaangebieden zijn of dichtbevolkte stedelijke zones. De technologische cultuur waarin we leven biedt veel mogelijkheden. Innovaties zullen hard nodig zijn omdat klimaatverandering inmiddels te breed verspreid en te ingrijpend is om als een probleem te zien dat van buiten op ons afkomt. Het is deel van de wereld.

Ook om problemen bij de bron aan te pakken en gedrag te veranderen zullen technologische innovaties op termijn onmisbaar zijn. Overheden die daartoe flinke investeringen doen, zijn onmisbaar. Des te meer zaak is het de inpassing van technologie in ecologische systemen en de interactie met menselijk verkeer serieuzer te nemen.