Overnachten in een kunstwerk

Kunstenaar Joep van Lieshout ontwierp een dorp voor de Ruhrtriennale. Verslag van een verblijf in het openingsweekend.

Installatie en logeerplek: de Domestikator van Joep van Lieshout op de Ruhrtriennale Foto Heike Kandalowski/Atelier Van Lieshout

Een boer neukt zijn schaap, en ik slaap in de kop van het beest. Nou ja, slapen: het metalen beest schudt door de harde bassen van de technoparty op de openingsdag van de Ruhrtriennale. Maar niet gezeurd, oordoppen in. Wanneer overnacht je in een kunstwerk?

Deze ‘Domestikator’ is een nieuw ontwerp van Joep van Lieshout dat als „totem, tempel en baken” staat in het dorp The Good, The Bad and The Ugly. Dat heeft zijn Atelier Van Lieshout voor de Ruhrtriennale in Bochum gebouwd. Met twintig vrachtwagens zijn de installaties uit Rotterdam overgebracht. Het thema is Mens en Dier, de Domestikator staat symbool voor de overheersing van de mens over de wereld.

„Je kunt zien dat de boer zijn dier liefkozend een zetje geeft om de stal in te gaan”, heeft Van Lieshout een dag eerder plagerig gezegd bij een biertje. Maar even later: „Nee, het gaat niet over bestialiteit. Het is toch totaal hypocriet dat we accepteren dat een boer duizenden varkens in een stal propt, maar de gevangenis ingaat als hij zijn dier op zijn intiemst liefkoost.”

Bijna een jaar geleden vroeg Johan Simons aan Van Lieshout om tijdens zijn intendantschap ieder jaar een dorp te bouwen als centrale locatie tijdens dit theater-, muziek- en beeldende kunstfestival. Hij wilde toen graag een ontmoetingsplek van kunstenaars en bezoekers met zeventig datsja’s waar deelnemende kunstenaars konden overnachten. Dat plan bleek niet haalbaar. Wel staat er een schuur, het Refektorium, waarin debatten, filmvertoningen en feesten worden gehouden. Er kan gegeten en gedronken worden. Aan het plafond hangen sculpturen van ontlede mensenlichamen aan vleeshaken (Cradle to Cradle). Aangebouwd is een keet met gereedschappen en chemische installaties, een Workshop for Weapons and Bombs. Geweld is nooit ver weg bij Van Lieshout.

Omdat ik door de basdreun niet kan slapen, ga ik spelen met de afstandsbediening van het licht waardoor led-gloeilampen van geel naar rood naar blauw naar groen naar roze verschieten. Ik laat het beest meefeesten.

De volgende ochtend plenst het. In mijn bedstede voel ik nu meer voor de andere uitleg van Van Lieshout: de boer wil zijn dier laten schuilen in de stal. Met ramen aan alle kanten is mijn spartaanse onderkomen met alleen een tafel en twee stoelen een uitkijkpost. De eerste dagjesmensen schuifelen verscholen in capuchons door het dorp. Ik vraag me af of ze zich de ethische vragen stellen die Van Lieshout beoogt op te roepen: over de behandeling door de mens van de natuur, over oorlog en vrede, over duurzaamheid.

Festivalbezoekers, tourfietsers en buurtbewoners bewegen zich dit weekend eerder gniffelend dan verontrust door het dorp. Niet eerder heb ik zoveel mensen toiletten zien fotograferen als bij de industriële stalen Sanitary Silo’s. Tijdens de technoparty hangen jongeren onderuit op het Excrementorium, een kring van rode toiletpotten in de toegangshal van de Jahrhunderthalle. Een dag later drinken chiquer geklede bezoekers van het concert van Bachensemble Collegium Vocale hun kopje koffie op de wc-brillen.

Volgend jaar is het thema Mens en Machine. Van Lieshout wil een verbrandingsmotor bouwen. Terwijl ik de sleutels in de anus van Bar-Rectum deponeer – de sculptuur van het spijsverteringskanaal dat als informatiecentrum fungeert – overweeg ik alvast te reserveren om voor een nacht één te zijn met een motor.