Oplossing begint in Syrië, als Iran het wil

Na het nucleaire akkoord moet Iran laten zien of het echt vrede wil, betoogt Marcel Kurpershoek.

Illustratie Deng Coy Miel

Een Amerikaanse president is tot het gaatje gegaan om een nucleair akkoord met Iran te bereiken. Zesendertig jaar na de Iraanse revolutie en de gijzeling van de Amerikaanse ambassade in Teheran, zijn Obama, Kerry, Rouhani, Zarif en hun onderhandelaars erin geslaagd samen een weg vooruit te banen.

En het is onomkeerbaar. Zelfs het Amerikaanse Congres kan er weinig aan veranderen. Andere leden van de onderhandelende groep, zoals Rusland en China, zullen dat niet accepteren. De kern van het akkoord: beperkingen op het Iraanse nucleaire programma in ruil voor gefaseerde opheffing van sancties. Als het Congres blokkeert zullen de sancties afbrokkelen – een proces dat toch al is begonnen – en zet Iran zijn nucleaire activiteiten voort. Zoals Obama zegt, er is in feite geen alternatief.

De deal is een win-win voor alle partijen. De Iraanse economie staat er slecht voor en Iran stond in de onderhandelingen tegenover een gesloten front.

Het succes heeft verwachtingen gewekt over Iran als bondgenoot in de strijd tegen extremisme en als partner in het Midden-Oosten. Voorwaarde is dat Iran meewerkt aan een overgangsregeling voor Assad in Syrië en toestaat dat de sunnitische stammen in Irak geholpen worden zichzelf te bevrijden van IS.

Wie kon voorzien dat een Amerikaanse president en minister zich gemakkelijker voelen in gezelschap van de Iraanse minister Zarif dan dat van de Israëlische premier ‘Bibi’ Netanyahu? Obama’s nachtmerrie was een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten als gevolg van een Israëlische aanval op de Iraanse nucleaire faciliteiten. Door het akkoord is dat voorlopig ondenkbaar geworden.

Na ratificatie van het akkoord volgt de test van de uitvoering. Dat wordt een kat-en-muis spel. Maar geen van de partijen heeft er belang bij het te laten ontsporen. De hamvraag is hoe Iran zich nu gaat ontwikkelen. Profiteren de burgers en de economie? Worden corruptie en de vreselijke schendingen van de mensenrechten aangepakt? En het belangrijkste: wil Iran ophouden het sektarische vuur op te stoken als instrument van machtspolitiek in het Midden-Oosten? Iran beweert de effectiefste bestrijder van IS te zijn. Het omgekeerde is waar: door onbeperkte steun aan het Assad-regime in Syrië en aan shi’itische milities in Irak, stookt Iran het sektarische geweld juist op. Dat past in Irans regionale machtspolitiek.

Vier jaar geleden liet Assad het vuur openen op vreedzame betogers. Sindsdien zijn er tussen de twee- en driehonderdduizend doden gevallen. Miljoenen zijn gevlucht. Amnesty documenteerde meer dan elfduizend doden alleen al door marteling in de krochten van het regime. Zijn tegenstanders blijven op dit vlak ver ‘achter’. Het verschil is dat Assad geen terreur loslaat op buitenlandse staten. Hij is gladgeschoren en draagt een net pak en manchetknopen. En zijn bewind is ‘seculier’, met ruime vrijheden voor vrouwen en diverse minderheden.

Alle oppositie tegen zijn bewind werd door Assad bestempeld tot ‘terroristen’. Dat werd een zelfvervullende profetie: jihadistische motivatie hielp om de wapens op te nemen tegen zijn moorddadige regime. In 2013 zette Assad chemische wapens in tegen burgers. Een Amerikaans-Russisch akkoord gaf Assad bijna een jaar respijt. De verwijdering van de chemische wapens maakte een mate van samenwerking met Assad onvermijdelijk. Vervolgens gingen de nucleaire onderhandelingen met Iran een kritieke fase in. Obama wilde niet de indruk wekken dat hij uit was op omverwerping van de dictator die een sleutelrol speelt in de Iraanse strategie.

Uit het Westen kwam geen hulp en de gewapende oppositie radicaliseerde. Steun voor die oppositie kwam vooral van Saoedi-Arabië en Qatar. Via Turkije kwam die terecht bij groepen waarvan sommige loten waren aan de al-Qaeda-stam. Obama stelde vervolgens dat er onder de oppositie geen partners waren die voldoende vertrouwen wekten. Toen sloeg IS zijn slag in Irak en Syrië. Het beeld kantelde. Assads bondgenoten Rusland en Iran gingen vlot akkoord met luchtacties door de coalitie tegen IS, al hadden ze liever gezien dat de coalitie zich actief aan de kant van Assad had geschaard.

Het Assad-regime gebruikt buitensporig geweld tegen eigen burgers. Iran en Rusland voorzien Assad van diplomatieke immuniteit. Zo werd hij de grootste aanjager van extremisme. Assad, Iran en Rusland willen ons doen geloven dat de groei van het extremisme juist hun gelijk bevestigt. Het cynisme ten top. Hoe kan Syrië verenigd worden onder een leider die zijn eigen land met wrede minachting heeft vernietigd? Verzekerd van Russische en Iraanse steun, weigert Assad te praten over een overgangsregeling.

Ayatollah Khamenei hoeft maar zijn pink op te heffen om Assad te laten vertrekken. En daarmee zou Iran de genadeslag uitdelen aan IS. Met een meer acceptabele regering in Damascus ontstaan nieuwe kansen om IS in Syrië te verslaan, en in Irak. Bijvoorbeeld een regering onder Faruq al- Sharaa, een gerespecteerde oud-minister en sunniet, die Assad kritiseerde om zijn militaire oplossing en onder huisarrest werd geplaatst. Onlangs zou hij bijna vermoord zijn op orders van Assad. Don Corleone is er niets bij.

Iran denkt alleen op Assad en zijn clan te kunnen vertrouwen als brug naar Hezbollah. De functie van Hezbollah is om Israël onder schot te houden met zijn arsenaal van raketten. Als het nucleaire akkoord goed uitpakt heeft Iran dat niet nodig. Maar dat weten we pas over vijftien jaar. Voorlopig zal Iran Hezbollah schietklaar in de holster willen houden.

Dat is een Iraanse misrekening. De oorlog in Syrië heeft zijn eigen dynamiek. Het Assad-regime verliest terrein. Hezbollah strijders vechten in alle uithoeken van Syrië om hun ‘godfather’ overeind te houden. Binnen Assads eigen minderheid van Alawieten lopen spanningen op door de verliezen en het criminele gedrag van de Assad-clan.

Iran moet een keuze maken. Met de vrijkomende miljarden van het nucleaire akkoord kan Teheran de oorlogsmisdaden van Assad financieren. Het kan doorgaan Hezbollah in te zetten als shi’itische huurlingen. Dat jaagt extremisme aan onder de geteisterde sunnitische meerderheid in Syrië. Het komt Iran goed uit de ‘IS eerst’ politiek van het Westen te bevorderen. Iran kan er als eerste van profiteren. Dat is het geopolitieke spel van Iran: inzet van de sektarische kaart, gedekt door de ‘legitimiteit’ van Assad als erkend staatshoofd, die door Rusland in de Veiligheidsraad wordt beschermd.

In Irak steunt Iran de shi’itische milities die de macht willen monopoliseren. Het schrikbeeld van IS en voormalige Saddam-aanhangers versterkt de Iraanse invloed in het olierijke sji'itische gebied.

Dit zou Iran verzekeren van ijzersterke regionale troefkaarten. Het is ook een garantie voor permanente oorlog en sektarische haat in de hele regio.

Na het nucleaire akkoord is de eerste prioriteit Iran de voet dwars te zetten in deze machiavellistische plannen. Dat vraagt wel om een breder kader dan een tunnelvisie die alleen gericht is op het bombarderen van IS.