Klokken, spek, lingerie, wandelspul

Vijf generaties Van Herwijnen verkochten van alles. Nu is de zaak een outdoorwinkel. „Ik vind voor een hongerloontje werken niet erg.”

De historie leeft voort in de Dorpsstraat in Zoetermeer, en wel in de verschijning van Dennie van Herwijnen (35). Van Herwijnen – korte broek, kleurrijk overhemd, teenslippers – is de baas van de outdoorwinkel in de oude kern van Zoetermeer. Hij is de vijfde generatie Van Herwijnen die in dit pand handel drijft.

Van Herwijnen is een van de oudste familiebedrijven uit de straat, vertelt hij in de bedrijfskantine – een eenvoudig keukentje boven de winkel, met niet veel meer dan een tafel en een koffieautomaat en schilderijtjes van vroeger aan de wand. De winkel dateert uit 891. Zijn voorouders begonnen ooit een klokkenmakerij. Daarna werd het een spekslagerij. Zijn oma, nu 95, vertelt geregeld over koningin Wilhelmina die vroeger in de vaart bij Zoetermeer ging schaatsen en dan per se worst van Van Herwijnen wilde. In de kelder staan nog pekelbaden van vroeger.

Specialiseren

Zijn opa en oma hadden een winkel van Sinkel. Zij reden naar de groothandel om voor klanten matrassen te kopen, of een trouwpak. „Ze hadden zelf niet eens een auto, die huurden ze hier verderop.” Uiteindelijk specialiseerde de textielwinkel zich in lingerie. Zijn vader werkte destijds in een doe-het-zelfwinkel en had niet de ambitie voor zichzelf te beginnen. Maar toen de mogelijkheid zich aandiende, vond hij het toch wel leuk. Hij begon een dumpzaak met oude spullen van het leger. „Langzaam schoof hij op richting kampeerspullen”, zegt Dennie van Herwijnen. Je moet kijken wat de markt doet en openstaan voor nieuwe dingen.” In 2001 verdween het woord ‘dump’ van de gevel en sindsdien is Van Herwijnen een kampeer- en outdoorwinkel.

Van Herwijnen heeft twee fulltimers en twee parttimers in dienst. Hij kijkt terug op „zware jaren”, zegt hij, opvallend opgewekt. „In 2013 kwam ik op het punt dat ik dacht: als ik zo doorga, besta ik over een paar jaar niet meer. Ik moet nu keuzes maken. Diversiteit is een kracht, maar ook een zwakte. Je blinkt dan nergens in uit.”

Hij kwam op het idee om zijn vaste klanten om raad te vragen. Op een enquête kwamen driehonderd reacties binnen. „Daarna ben ik met het personeel om de tafel gegaan en toen hebben we heel bewust gekozen ons te specialiseren in wandelen.”

Helemaal opnieuw beginnen

Niet dat hij het niet moeilijk vond om die ommezwaai te maken. Hij kon vooral moeilijk onder woorden brengen wat hij precies wilde met de zaak. Van Herwijnen schakelde het Ondernemersklankbord in, waar ondernemers advies krijgen van gepensioneerde vakgenoten. Een „meneer die vroeger een hoge functie had bij de Bijenkorf” heeft hem „ontzettend geholpen”. „Hij zei: stel je voor dat er brand is geweest. Alles ligt plat en je moet helemaal opnieuw beginnen. Hoe zou je het dan doen? Nou, toen begon ik te vertellen. Toen lukte het wél.”

Na magere jaren heeft de outdoorwinkel in 2014 voor het eerst weer een goed jaar gehad, zegt Van Herwijnen glunderend. Maar vraag hem niet hoeveel winst hij heeft gemaakt, of hoeveel omzet, want dan valt hij stil. „Ik ben geen man van de cijfers”, zegt hij. „Daar ben ik slecht in, ik heb er geen tijd voor én ik vind het niet interessant. Mijn drijfveer is dat ik plezier in mijn werk heb. Mijn vader doet de administratie.”

Zijn vrouw had vier dierenwinkels, waarvan twee in Zoetermeer. Eveneens een familiebedrijf – ze had het overgenomen van haar vader. Vorig jaar ging ze failliet. Nu werkt ze deels bij hem in de winkel en bij een dierenwinkel in Den Haag.

Thuis hadden ze het er vaak over: allebei werkten ze zich „twintig slagen in de rondte”, maar ze hielden er niets aan over. Pensioen opbouwen doet Van Herwijnen niet, terwijl hij weet dat hij dat zou moeten doen. „Dan ga je weleens twijfelen”, zegt hij, nog steeds monter. Waarom hij toch doorgaat? „Ik vind het niet erg om voor een hongerloontje te werken, zolang ik maar plezier heb. Het is je passie hè.”

Hij vult zichzelf aan: „Let wel, mijn passie is niet wandelen. Ik vind het leuk hoor, maar voor mij is het belangrijkste dat ik mensen goed kan helpen. Al van kinds af aan wilde ik verder met de winkel van mijn ouders. Het maakt me niet uit wát ik verkoop, als de zaak maar draait om service en kwaliteit.”

Wat hij kwalijk vindt, is dat er geen vangnet bestaat voor ondernemers die failliet gaan. Van Herwijnen beseft dat hij geluk heeft dat hij met zijn ouders een afbetalingsregeling heeft getroffen voor de zaak. „Als ik met een bank te maken had gehad, had ik nu misschien ook niet meer bestaan.” Hij heeft van alles gedaan om in de kosten te snijden. „Naar telefonie gekeken, naar verzekeringen. Als je bij KPN zit en je betaalt meer dan bij een ander, ja sorry, dan stap je toch over.”

In al die slechte jaren heeft hij zijn leveranciers één keer gevraagd of hij een maand later mocht betalen. Wat voelde hij zich toen rot. „Maar ze zeiden: Je hebt altijd op tijd betaald, dus twee maanden uitstel was ook goed geweest.”

Van Herwijnen probeert zoveel mogelijk samen te werken met andere ondernemers in de Dorpsstraat. Je moet elkaar steunen. In de zomermaanden geeft hij bonnen weg voor ijsjes. Of koffiebonnen voor de lunchroom naast zijn zaak. „Als mensen twijfelen over een aankoop zeg ik: ‘Weet u wat, drink hiernaast even een kop koffie, dan zie ik u zo weer terug.”