Ik wil niet bij doodseskader. Te hard

De Braziliaanse polícia militar pleegt een zesde van de moorden in Rio de Janeiro. Een drugsdealer doden is soms de beste oplossing, zegt João Roberto Lins. „Het is hier oorlog. Vergelijkbaar met Vietnam of Irak.”

Eliteagenten van de Braziliaanse polícia militar oefenen bij het standbeeld van Christus de Verlosser in Rio de Janeiro in 2013. Dit doodseskader is voor agent Roberto João Lins een stap te ver. Foto Christophe Simon/AFP

Dat er mensen om het leven zijn gekomen door kogels uit zíjn wapen sluit João Roberto Lins (40) niet uit. Een politieman in Rio de Janeiro komt nu eenmaal voor hete vuren te staan. Helemaal als je, zoals Lins, werkt bij de polícia militar in een van de beruchtste deelstaten van Brazilië.

Laatst nog ontsnapte Lins zelf ternauwernood aan de dood in de buurt van Morro dos Macacos (Apenberg), een sloppenwijk in het noorden van de stad. Met een collega patrouilleerde hij in een tunnel, toen een vrouw werd beroofd door vier gewapende mannen. “We gingen er onmiddellijk op af, zonder versterking te vragen. Hoewel zij met meer waren en beter bewapend.” Er werd geschoten. „Ik voelde kogels rondvliegen, en raakte lichtgewond aan mijn arm.” Hij doet er luchtig over. Zijn werk is nu eenmaal het beschermen van burgers. „Dat kan soms levens kosten. Dat van anderen of van mezelf.”

Ontspannen op de bank, in een kleine stenen woning, vertelt de gedrongen en lichtgekleurde moreno, zoals gemengde Brazilianen worden genoemd, hoe hij als jongetje van tien al droomde van een baan bij de politie. „Een buurman was politieman en ik vond zijn uniform indrukwekkend”, herinnert Lins zich lachend. Met inmiddels vijftien jaar ervaring en gestationeerd in de noordelijke wijk Tijuca was Lins betrokken bij operaties in een aantal grote sloppenwijken. Op dit moment herstelt hij van een meniscusoperatie en bivakkeert hij tijdelijk, met vrouw en baby van vijf maanden bij zijn schoonmoeder in Rio das Pedras, in het westen van de stad.

Moordmachine

Een moordmachine, zo wordt de beruchte politie van Rio de Janeiro wel omschreven. Een recent rapport van mensenrechtenorganisatie Amnesty International gaf schokkende cijfers. Tussen 2010 en 2013 werden minstens 1.275 mensen vermoord door de politie, vooral door de polícia militar, waar Lins bij zit. De politie pleegt met 16 procent de meeste moorden in de stad. Opvallend gaat het om jonge zwarte mannen (77 procent van de slachtoffers).

Lins reageert laconiek op deze cijfers. Volgens hem zijn het de media die de politie in een negatief daglicht plaatsen, en alleen maar wijzen naar wat zij verkeerd doet. „Er wordt een beeld geschetst alsof de Braziliaanse politie moordend door de favela’s trekt en onschuldigen doodschiet. Ik vind dat onterecht. We zijn al decennia lang in een slepende oorlog verwikkeld tussen de tráfico, de drugsbendes, en ons, de politie, die voor de rust en veiligheid moet zorgen. Dit is vergelijkbaar met Vietnam of Irak. En geweld hoort bij oorlog, onvermijdelijk. Helaas komen er dan ook mensen om het leven die niets met de strijd te maken hebben.”

Maar ook uit eerdere onderzoeken blijkt hoeveel de politie in Rio moordt, veel meer dan die in Amerika of Europa. Laatst nog werd een jongetje van 10 doodgeschoten in een sloppenwijk. En 62 procent van de Brazilianen is doodsbang om slachtoffer te worden van politiegeweld. Is Lins’ verweer dan niet heel gemakkelijk?

De politieman geeft geen krimp: „Diezelfde mensen zijn blij als we met carnaval paraat staan of bij grote demonstraties zichtbaar aanwezig zijn. Het werk van de Braziliaanse politie is niet te vergelijken met dat van de politie in Europa. De drugsdealers hier zijn veel beter bewapend en hebben geavanceerder materieel dan het korps. De tráfico heeft zelfs granaten! Helaas is een meerderheid van de favelabewoners zwart en daardoor ook sneller slachtoffer. Want ik geef toe: er zitten ook rotte appels bij de politie.”

Die ‘rotte appels’ zijn volgens Lins het gevolg van een periode waarin veel onopgeleide agenten binnen kwamen. „Er was een tekort en ook zonder diploma kon je bij de politie. Nu zijn de eisen strenger.” Ook het lage salaris draagt volgens hem bij tot de agressie van de politie. „Ik verdien 2000 reais (515 euro) per maand. Voor alle risico’s die bij het werk horen is dat heel weinig. Dat leidt tot onvrede en korte lontjes.”

Tijdens het gesprek staat de buitendeur van het huis halfopen. Je hoort het geroezemoes van de barretjes, de drukte bij de kleine winkeltjes, en het luidruchtige voetbal van de kinderen op straat. Tien uur ’s avonds en het leven is nog volop gaande in Rio das Pedras. „Dit is een volkswijk maar absoluut geen favela. Problemen met drugsdealers hebben we hier niet. Een militie van burgers en ex-politieagenten houdt eigenhands controle in de buurt. Wie zich inlaat met drugs wordt hardhandig aangepakt”, zegt Lins tevreden.

Welgestelde drugsbaas

Lins’ eenheid was recentelijk betrokken bij de liquidatie van de meest gezochte drugsbaas van Rio, Celso Pinheiro Pimento (33) alias Playboy. De leider van een van de drie grootste drugskartels van de stad, ‘Amigos dos Amigos’ (Vrienden van Vrienden) ontleende zijn bijnaam aan het feit dat hij uit een welgestelde familie kwam. Geen product van de cirkel van armoede en geweld, zoals de meeste drugsdealers in Brazilië wél zijn.

Op 8 augustus, een zonnige zaterdagmiddag, werd de zwaarbewapende Playboy door een team van 80 agenten in geblindeerde auto’s omsingeld en doorzeefd met kogels. De enige manier om een man als Playboy te stoppen, zegt Lins met een toon van rechtvaardiging in zijn stem. „Hij was een terrorist, een extreem gevaarlijke man die de stad al jaren met zijn bende in de greep hield. Playboy hield van geweld en heeft veel mensen vermoord. Dit was de enige mogelijkheid om het geweld waar hij verantwoordelijk voor was, te stoppen.”

Vindt hij als politieman dan niet dat een drugsdealer recht heeft op een eerlijk proces? Lins zucht en zegt dan met enige ergernis: „Kijk, in tijden van oorlog moet je alles doen om het gevaar te stoppen. Playboy was een van de gevaarlijkste en meest meedogenloze mannen in Brazilië. Hem opsluiten zou niets oplossen. Hij zou weer ontsnappen omdat hij mensen omkoopt.” Lins schenkt een glas water in en schuift wat heen en weer op de bank. Wat moet een politieman als hij ook met een rechtsstaat? Hij vecht een oorlog – dag in, dag uit. Het zijn zijn collega’s of de drugsdealers die zullen vallen.

„Kijk, Nem, de voormalige leider van Rocinha, de grootste favela van Rio, was een heel ander verhaal”, gaat Lins verder. „Nem was geliefd bij de sloppenwijkbewoners, én, het klinkt misschien vreemd, ook bij ons had hij een goede naam. Als Nem destijds was gedood in plaats van gearresteerd was er zeker een volksopstand gekomen en waren we verder van huis.”

De hardheid bij de Braziliaanse politie, een resultaat van diepgeworteld militarisme dat is terug te voeren op de jarenlange dictatuur die tot 1984 duurde, leeft ook intern, legt Lins uit. „Het regime en de training zijn hard. We trainen soms zelfs met het doodseskader, de BOPE.”

Verdrinkingstechniek

Dit doodseskader, de meest gevreesde eliteformatie binnen de polícia militar met als logo een doodshoofd, is voor Lins een stap te ver, ontdekte hij een paar jaar geleden tijdens een training. „Het werd de semana quente genoemd, de hete week. We oefenden keiharde verhoormethodes waarbij gebruik wordt gemaakt van de ‘bijna-verdrinkingstechniek’. We kregen een lange periode sporadisch eten en drinken en toen er ineens een bak drinken werd neergezet begon iedereen met elkaar te vechten om een beetje water. Te zwaar voor mij”, geeft Lins toe.

De politieagenten die onschuldige bewoners doden worden in Brazilië vrijwel nooit vervolgd. Controle is er volgens Lins wel. „Tegenwoordig zijn er op heel veel plekken in de stad camera’s en worden agenten gecontroleerd, ook in de favela’s.”

We moeten niet denken, sluit hij af, dat hij en zijn collega’s van steen zijn. „Bij ons op het terrein hing een zwerver rond. Mijn collega’s hebben hem uit de goot gehaald. Nu doet hij klusjes bij het bataljon. Politiemannen hebben ook een hart.”