Hij zal het dopingbeleid aanscherpen, heus

Sebastian Coe wordt voorzitter van de internationale atletiekfederatie. Natuurlijk zegt hij doping te zullen bestrijden, maar de Brit wil meer. Toppers moeten vaker tegen elkaar strijden.

Sebastian Coe had bij zijn presentatie, gisteren in Beijing, het woord doping niet nodig om tot voorzitter van de internationale atletiekfederatie IAAF te worden gekozen. Daarmee onderscheidde hij zich nadrukkelijk van zijn concurrent Sergei Bubka – „we moeten niet stoppen met zero tolerance tegen doping” – die met een kleine meerderheid van 115 tegen 92 stemmen werd verslagen.

Waarmee niet gezegd is dat Coe, die in de jaren tachtig twee keer olympisch goud won op de 1500 meter, de strijd tegen doping marginaliseert. Het grootste probleem binnen de atletiek wil de Brit hard attaqueren, schrijft hij in zijn verkiezingsmanifest. Buiten de bond om, met een nieuwe, onafhankelijke organisatie, om belangenverstrengeling te voorkomen.

Reken maar dat Coe het gevecht zal verscherpen, zegt voormalig marathonloopster en fel antidopingstrijder Paula Radcliffe, die als commentator van de BBC in Beijing de uitverkiezing van haar landgenoot uitbundig begroette. „Coe is een krachtige leider, die doet waarvoor hij staat. Hij pleit, net als ik, voor strenge straffen. Hoe moeilijk ook, ik heb vertrouwen in hem. Zie hoe succesvol hij was als organisator van de Olympische Spelen in Londen.”

Hij ging voor zijn sport staan

In feite had Coe zijn punt over doping al gemaakt na de onthulling over grootschalige, afwijkende bloedwaarden bij atleten in de periode 2001 tot 2012. Hij verweet de Engelse krant The Sunday Times en de Duitse tv-zender ARD, die daar eerder deze maand over berichtten, een overdreven agressieve houding. Coe’s publieke verdediging van zijn sport viel goed binnen de IAAF. En dat wist hij. Zelfs de open brief van de Australische dopingexpert Michael Ashenden, waarin de IAAF op basis van cijfers ernstige nalatigheid wordt verweten, schaadde zijn positie niet.

Maar hij klust wel erg veel bij

Omtrent doping weet Coe dat hij zich als IAAF-voorzitter geen passiviteit kan permitteren. Atletiek ligt door de talrijke schandalen onder een vergrootglas en heeft een met de wielersport vergelijkbaar negatief imago opgebouwd. De eerste oproep tot actie is al gedaan door Svein Arne Hansen, de Noorse voorzitter van de Europese atletiekfederatie. Hij wil van de IAAF proactievere communicatie over doping en verlangt dat de bestrijding ervan naar een hoger niveau wordt getild.

Zo is er nog een aantal kwestieuze zaken rond Coe waarvan binnen de IAAF geen punt wordt gemaakt. Hij heeft nevenfuncties waarvan het de vraag is of die met het voorzitterschap te verenigen zijn. Dreigt er geen belangenconflict als Coe aanblijft als voorzitter van het Brits olympisch comité? Of wat te denken van zijn rol als internationale adviseur van het sportkledingmerk Nike? En dan is er nog zijn functie als directeur van het sportmarketingbureau CSM, dat onder andere een prominente rol speelde bij de koppeling van de eerste Europese Spelen aan Azerbajdzjan.

Coe ziet geen botsing van belangen, meldde hij desgevraagd op zijn eerste persconferentie. „Ik doe mijn hele leven niets anders dan functies combineren. Wees niet bevreesd, ik ken mijn verantwoordelijkheden.”

En zijn eerste beloftes deed hij al

Hoe dan ook krijgt de IAAF een voorzitter met een hoogwaardige uitstraling. Coe heeft een mondiale status en zal naar verwachting meer gedaan krijgen dan zijn voorganger, de Senegalees Lamine Diack, die volgens critici meer slapheid dan daadkracht toonde. Een van Coe’s agendapunten is van de IAAF een commerciëlere organisatie maken. Meer geld, meer mogelijkheden, is zijn adagium. Hij zegde de 214 nationale bonden alvast een vierjaarlijkse uitkering van 200.000 dollar toe, onder andere te betalen met de 22 miljoen die de IAAF van het Internationaal Olympisch Comité krijgt.

Coe is ook van plan de wedstrijdkalender aan te passen. Hij wil dat de grote namen vaker strijd leveren en elkaar niet voortdurend ontlopen. Dat pas aankomende zondag, op de WK in Beijing, de eerste confrontatie tussen de sprinters Usain Bolt en Justin Gatlin plaatsheeft, is wat hem betreft onacceptabel. Atletiek moet beter verkocht worden, vindt Coe. „Atletiek is een van de weinige sporten die twaalf maanden exposure heeft. Daar moeten we beter gebruik van maken.”