Column

Henk Westbroek zoekt een baan

Henk Westbroek zoekt een baantje. Hij is geen radiopresentator meer op 3FM en geen lokaal politicus in Utrecht. Zo leerde ik hem vijftien jaar geleden kennen: in permanente verontwaardiging met een glas whisky in de hand – tegen grote stadsprojecten, tegen privatisering, vóór Pim Fortuyn en Leefbaar Nederland. Het waren zijn topjaren.

Hij is wel nog mede-eigenaar van café Stairway to Heaven. „Daar leef ik van.” En hij treedt af en toe op als muzikant – „maar de lol is er een beetje af.”

Afgelopen jaar solliciteerde hij twee keer als leraar maatschappijleer op een middelbare school. „Ik weet als socioloog redelijk hoe de wereld in elkaar zit en ik kan goed orde houden.” Hij werd niet eens uitgenodigd. Een van de scholen liet aan de telefoon weten dat hij te oud was. Westbroek is 63.

Vanochtend staat hij als coach van werkloze 50-plussers op het Neude bij een hip oud Citroënbusje van uitkeringsinstantie UWV. Met zes van de 200.000 werkloze ouderen spreekt hij korte sollicitaties in. Het UWV laat de sollicitanten een opname maken, die als een soort verjaardagskaart naar de potentiële werkgever gaat.

Hemd uit de broek, grote gebaren. „Hij is een character”, zegt een deelnemer, bedrijfsinrichter Guus Noordijk.

Wie komt er wél aan een baan, vraag ik coach Westbroek. „Mensen die out of the box denken én die precies weten wie boven en onder hen staat in de hiërarchie.” Er is een tweedeling ontstaan, concludeert hij, tussen de zogenaamde freischwebende Intelligenz en „het plebs” dat die tactiek niet beheerst.

„Goede tip”, zegt Westbroek geduldig tegen doktersassistente Liesbeth Viguurs, „praat niet tegen de microfoon alsof het een paal, maar of het een vriendin is.” En Viguurs mag zichzelf niet ‘transparant en vriendelijk’ noemen. „Het eerste betekent niets, het tweede is alsof je seksbemiddelaar bent”, zegt hij. Als zij klaar is, zegt Westbroek nog iets aardigs op het bandje: „Geef haar die baan, dan blijft ze niet in de kou staan.”

Oudere sollicitanten moeten een netwerk hebben, zegt de mevrouw van het UWV. Een kruiwagen.

„Dat vind ik zo’n akelige maatschappelijke ontwikkeling”, roept Henk Westbroek. „Dan word je niet aangenomen omdat je de beste bent, maar omdat je grote ogen hebt of grote tieten. Sodemieter toch op.”

„En als je als werkgever nou duizend brieven op een vacature ontvangt”, vraagt ze hardop. „Dankzij jou krijgen deze mensen een elevator pitch.”

De opname mislukt en als dat voor de vierde keer gebeurt, verliest Westbroek zijn geduld. „Ik ben geen slaaf van de fucking techniek’’, roept hij. „Tjezus. Vloek je wel eens”, vraagt hij aan de vierde kandidaat. „Godver.”

Hij beent over het plein. „Ik heb altijd dingen gedaan waar mensen pissig over waren: gedronken, gebruikt, gescholden. Maar de wereld is braaf geworden, puriteins. Wat kan mij het schelen waar Onno Hoes zijn geslachtsdeel insteekt? Hij was een slechte burgemeester.”

Voor zichzelf spreekt Westbroek geen sollicitatie in. Hij zou dus graag leraar worden. Geen politicus meer. Hij denkt terug aan de dag dat Pim Fortuyn zijn partij Leefbaar Nederland verliet, omdat hij in een interview de islam „een achterlijke cultuur” had genoemd. „Ik vond het terecht dat Fortuyn eruit werd gegooid”, zegt hij. „Sterker, ik heb hem eruit gegooid.”