Stug doorploeteren, daar word je creatief van

illustratie iStock

Om creatief te kunnen zijn, moet je in een goed humeur zijn, denken de meeste mensen. Je moet niet heel geconcentreerd je best gaan zitten doen, maar ongeconcentreerd en opgewekt out-of-the-box denken. Het moet allemaal lekker gaan. Dan kun je overvallen worden door creatieve ideeën: ideeën die nieuw en bruikbaar zijn.

Maar het kan ook anders. Ook stug en systematisch doorploeteren helpt om tot creatieve oplossingen voor problemen te komen, blijkt de laatste jaren uit steeds meer onderzoek. In-the-box denken, zeg maar. Alleen associëren niet veel mensen creativiteit met hard werken. Ten onrechte, schrijven twee onderzoeksgroepen: Amerikanen in het augustusnummer van Journal of Personality and Social Psychology en Nederlanders in het augustusnummer van Psychology of Aesthetics, Creativity, and the Arts.

1. Al klaar? Ga toch nog maar even door

De Amerikaanse onderzoekers gaven hun (honderden) proefpersonen steeds een creatief probleem – associatieve puzzels oplossen, slagzinnen bedenken, of toepassingen voor een kartonnen doos – en wat tijd om met oplossingen te komen. Daarna kregen de proefpersonen onverwacht extra tijd en moesten nóg meer oplossingen bedenken, terwijl ze dachten dat ze klaar waren. Daarmee begon het ploeteren.

De deelnemers kwamen in die doorploetertijd gemiddeld met meer extra ideeën dan ze zelf verwacht hadden. En de ideeën die mensen dan bedachten, waren gemiddeld origineler (volgens anderen) dan de eerste ideeën.

Vooral als de deelnemers het zelf in de eerste fase al niet zo makkelijk vonden gaan, onderschatten ze hoeveel doorploeteren nog ging opleveren.

De Amerikaanse onderzoekers zijn daarom bang dat mensen vaak al ophouden voordat ze hun beste ideeën hebben kunnen krijgen. Want als het werk niet zo lekker gaat, kunnen mensen ten onrechte het gevoel krijgen dat ze niet creatief bezig zijn – terwijl ploeteren dus goed is voor de creativiteit.

2. Druk is goed

De Nederlandse onderzoekers vroegen hun (ook honderden) proefpersonen direct onder welke omstandigheden creatieve ideeën het makkelijkst ontstaan. Vaker onverwacht en als je ongeconcentreerd bent, dan wanneer je je concentreert, zeiden die. En vaker als je onderweg bent of uitrust, dan wanneer je hard of onder tijdsdruk werkt. De deelnemers negeerden dus ook hier de kracht van geconcentreerd, stug doorwerken.

En wat dat uitrusten betreft zaten de deelnemers echt fout, want uit eerder onderzoek weten we dat een goed humeur wel aan de creativiteit kan bijdragen, maar alleen als mensen energiek zijn, niet als ze lekker lui zijn. Ook in een slecht humeur kunnen mensen trouwens op creatieve ideeën komen, maar alweer: vooral als ze energie krijgen van dat slechte humeur. Woedende en angstige mensen zijn creatiever dan verdrietige. Een beetje stress door tijdsdruk is ook goed.

De psychologen waarschuwen ervoor dat dure creativiteitstrainingen vaak eenzijdig zijn en zelfs averechts kunnen uitpakken. “Het is fout om relaxtheid te bevorderen, want dat werkt niet”, zegt eerste auteur Matthijs Baas (Universiteit van Amsterdam). En flexibel denken, zegt hij, wat in veel creativiteitscursussen wordt benadrukt, is minder controleerbaar dan stug doorploeteren.

“Daar heb je dus een grotere garantie op value for money. Het is belangrijk dat we beseffen dat creativiteit vaak hard werken is en dat dat zich wel degelijk uitbetaalt. Maar mensen realiseren zich dat niet, en steken energie en geld in strategieën die daaraan voorbij gaan.”

Gek genoeg zeiden de proefpersonen over hun eigen meest recente creatieve idee wél dat dat eerder geconcentreerd denken had vereist dan dat het onverwacht kwam. “Dat zou mensen in principe uit de illusie moeten halen dat creativiteit samengaat met ongefocust denken”, zegt Baas. “Maar dat hebben we niet onderzocht.”