Vooral vanuit Europa en Azië verspreidden planten zich over de wereld

Foto Thinkstock

Minstens 4 procent van de alle plantensoorten op de wereld groeit in een gebied waar de soort niet van nature voorkomt. Dat blijkt uit de eerste wereldwijde inventarisatie van exotische planten, vandaag in Nature . „Het is hoger dan wij verwacht hadden”, aldus projectleider Mark van Kleunen.

Uit de analyse blijkt dat de verspreiding van exotische planten vaak eenrichtingsverkeer is. Ze migreren vooral vanuit Europa en Centraal-Azië over de wereld en vestigen zich vaak in Noord-Amerika en Oceanië. In Nieuw-Zeeland is de gaspeldoorn uit Europa bijvoorbeeld een plaag, zoals te zien in het dal van de Taieri.

Van Kleunen, een Nederlandse bioloog die hoogleraar is aan de Universität Konstanz in Duitsland, nam het initiatief. Een internationaal team van 41 botanici verzamelde gegevens over 13.168 planten die ergens niet-inheems zijn. Die vertegenwoordigen 3,9 procent van de hogere planten (geen mossen en algen).

Het team laat een belangrijke vraag vooralsnog liggen: welke invloed die exotische planten hebben op de lokale flora. Soms woekeren niet-inheemse planten – zoals die gaspeldoorn of, in Nederland, de grote waternavel. Hoe groot die kans is, en waarvan dat afhangt, is nooit op grote schaal uitgezocht. Van Kleunen: „Dat komt nog.” Recent kreeg hij er onderzoeksgeld voor.

Bekend was al wel dat de kans dat een exotische plant zich permanent vestigt, in Europa vele malen kleiner is dan in Noord-Amerika. Het team zag inderdaad dat zich in Europa vrij weinig planten van andere continenten vestigen, terwijl Europese planten wel elders terechtkomen. Twee Europese onkruiden, de gewone melkdistel en het herderstasje, behoren tot de wijdst verspreide planten ter wereld. Van Kleunen: „We denken dat dat komt doordat Europa een lange geschiedenis heeft van verstoring, door landbouw en verstedelijking. Planten uit meer natuurlijke gebieden redden het hier vaak niet. Terwijl de Europese soorten het wel vaak goed doen op verstoorde plekken elders ter wereld.” (NRC)