Als buitenlander word je vaak getart

Nederlanders in buitenlandse gevangenissen zijn kwetsbaar. Vrijwilligers geven steun.

Het was een bizar toeval. Vanwege een probleem met de cv-ketel schakelde Martien Uittenbosch verwarmingsmonteur Joop Kleine in. Uittenbosch, geestelijk verzorger van beroep, vertelde Kleine tijdens het klusje over zijn vrijwilligerswerk: voor stichting Epafras helpt hij Nederlandse gedetineerden in de Verenigde Staten. Twee weken later wordt hij door Kleine gebeld. Diens zoon Edward heeft in de VS in dronken toestand een 22-jarige jongen doodgereden, zoon van een sheriff. Het is 18 mei 2005.

Uittenbosch hield sindsdien contact met de familie. Hij bezocht zoon Edward jaarlijks in de gevangenis en begeleidde de familie bij contact met de nabestaanden. Die waren vijf jaar later nog altijd niet vergevingsgezind, wat uitlevering aan Nederland in de weg stond. Na emotionele gesprekken tussen beide families draaiden de nabestaanden bij, waardoor Kleine vervroegd is vrijgelaten en gisteren in Drenthe zijn verhaal kon doen.

De afloop van deze zaak is uitzonderlijk, zegt Uittenbosch. „De familie van Edward had de financiële middelen om hem twee keer per jaar in de gevangenis te bezoeken en om een advocaat te betalen.” Dat de steun vanuit Nederland zo lang zo groot blijft, komt volgens hem niet vaak voor.

Hoe het meestal gaat? Van de 2.242 Nederlanders die op 1 april 2014 in een buitenlandse gevangenis verbleven zat het grootste deel, 60 procent, vast wegens een drugsdelict – meestal smokkel. Dat zijn geen drugsbaronnen maar ‘maatschappelijk kwetsbaren’, mensen in de schuldsanering, zonder geld. „En dan ben je gefundenes Fressen”, zegt Uittenbosch. Lokale advocaten zullen zich nauwelijks voor je inspannen en medegedetineerden zien je als ‘die buitenlander’.

Erbarmelijke hygiëne

Ambassades spannen zich in, maar de mogelijkheden zijn beperkt. Zich bemoeien met de rechtsgang elders mogen landen niet, advocaten of borgtocht betalen evenmin. En dus is de gedetineerde vaak overgeleverd aan het regime van de lokale gevangenis, waarbij de verschillen groot zijn. Uittenbosch: „In Mexico is veel gewelddadigheid, erbarmelijke hygiëne en draait de bewaker zijn hoofd om als er iets gebeurt. Maar dat geeft ook vrijheid. Amerikaanse gevangenissen zijn zo gedisciplineerd dat het daar juist ontbreekt aan menselijkheid.”

Wel geeft de staat subsidie aan Nederlandse organisaties die gevangenen in het buitenland helpen: zo’n 2,4 miljoen euro voor ruim anderhalf jaar (circa 1.000 euro per gevangene). Dat geld gaat voor het grootste deel naar de reclassering, dat met een netwerk van driehonderd lokale vrijwilligers regelmatig Nederlandse gedetineerden in het buitenland bezoekt, adviseert, taalcursussen aanbiedt en hen voorbereidt op terugkeer naar Nederland.

Stichting PrisonLaw, opgericht om juridische bijstand te verlenen, ontvangt sinds 2012 ook subsidie. De organisatie heeft zo’n 160 dossiers van gedetineerden in behandeling. „Dat zijn vooral mensen met weinig geld”, zegt Rachel Imamkhan, die in 2005 de organisatie oprichtte uit idealisme – geld valt aan gedetineerden in het buitenland niet te verdienen.

Drie vaste medewerkers van PrisonLaw kijken vanuit Nederland mee naar de procesgang. „We zien dat sommige advocaten hun cliënt niet eens bezoeken”, zegt Imamkhan. „Pleitnota’s zijn soms van slechte kwaliteit en advocaten doen loze beloftes: zeggen dat ze een deal met justitie hebben gesloten om cliënten vrij te krijgen.” PrisonLaw werkt onder meer aan vervroegde vrijlating van de Nederlander Jaitsen Singh, die vanwege een corrupte aanklager mogelijk al 31 jaar in de VS onterecht vastzit voor moord.

Tot voor kort konden gearresteerden in het buitenland ook zeggen of ze geestelijke zorg wensten van een van de 45 vrijwilligers van de kerkelijke stichting Epafras. Maar de subsidie voor reis en verblijf, zes ton, is per 1 april ingetrokken. „Wij hebben blijkbaar onvoldoende relevante betekenis meer, terwijl wij echt een ander soort hulp bieden dan de reclassering”, zegt Uittenbosch, die er niets van begrijpt. „Wij voeren diepe gesprekken met mensen die zich echt in de shit bevinden. En nee, het hoeft niet over de Bijbel te gaan.”

Waar hij met gedetineerden over spreekt? „Bijvoorbeeld over hoe om te gaan met het totalitaire systeem van een gevangenis”, zegt Uittenbosch. „Buitenlanders hebben het daarin het zwaarst. Ze behoren niet tot de incrowd en proberen zich vaak afzijdig te houden van conflicten. Intussen worden ze wel getart en uitgedaagd. Hoe blijf je dan weerbaar? Daarin je eigen weg vinden kost veel energie.”