‘80 procent ouderen heeft geldzorgen’

Dat schreef De Telegraaf afgelopen zondag.

De aanleiding

Arme ouderen. Zij lijden volgens De Telegraaf disproportioneel onder de maatregelen van dit kabinet. Hun koopkracht daalde sinds de crisis met 7,5 procent, wat ertoe heeft geleid dat 80 procent van de ouderen in de financiële problemen is geraakt, schreef de krant afgelopen zondag. Op Twitter leidde dit tot woedende reacties. De vraag is: heeft De Telegraaf gelijk?

Waar is het op gebaseerd?

Het artikel verscheen naar aanleiding van een rapport van ouderenbond ANBO. De bond had wetenschappers van de universiteiten van Nijmegen en Amsterdam een onderzoek laten doen naar het verschil in koopkracht van gepensioneerden tussen 2008 en 2013.

En, klopt het?

Eerst een definitie van ‘financiële problemen’. Volgens het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) bestaan er verschillende soorten financiële problemen, variërend van geen geld kunnen opnemen tot huisuitzetting wegens betaalachterstanden. We kunnen deze problemen samenvatten als ‘het niet kunnen nakomen van financiële verplichtingen’. Dan de definitie van ‘ouderen’: de ANBO bedoelt hiermee alle 65-plussers.

Uit het rapport waarop De Telegraaf zich baseert blijkt dat de koopkracht van ouderen tussen 2009 en 2013 met 6,2 procent is gedaald (dus niet met 7,5 procent; dat geldt alleen voor de ouderen die tussen de 30.000 en 40.000 euro per jaar verdienen). Voor de gemiddelde Nederlander daalde de koopkracht in deze periode 1,1 procent, dus de ouderen komen er bekaaid vanaf. Hier zijn veel verschillende redenen voor, onder andere hogere zorgpremies en lagere pensioenuitkeringen.

Maar waar komt die 80 procent vandaan? In het rapport staat dat ruim 80 procent van de ouderen er in koopkracht op is achteruitgegaan. Maar dat is iets anders dan het hebben van financiële problemen; daarover rept het rapport niet.

Zijn er elders cijfers beschikbaar? We vragen het aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Het CBS stuurt het Armoedesignalement 2014, waarin niets staat over financiële problemen onder ouderen. Wel meldt het document dat het percentage arme ouderen onder het landelijk gemiddelde ligt. In 2013 was 3,1 procent van de ouderen arm, tegen een landelijk gemiddelde van 7,9 procent. Vooral bijstandsontvangers, alleenstaande moeders en migranten zijn arm. (‘Arm’ houdt hier in: niet voldoende geld hebben voor voedsel, kleding, wonen en sociale participatie.)

Het SCP heeft ook geen cijfers over financiële problemen bij ouderen. Het planbureau stuurt wel een eigen onderzoek uit 2012 over de inkomens en behoeften van gepensioneerden. Hierin staat onder meer dat het gat tussen werkenden en 65-plussers is verkleind. Tussen 1990 en 2010 steeg het inkomen van ouderen sneller dan dat van werkenden. In 1995 was het verschil 15 procent, in 2010 nog maar 10 procent.

Zelf vinden we nog een ander onderzoek: het jaarlijkse rapport Zo betaalt Nederland van deurwaarderskantoor GGN, uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction en het Nibud. Uit de nieuwste editie, die uit 2014, blijkt dat 89 procent van de ouderen geen betaalproblemen heeft. ‘Betaalproblemen’ betekent hier hetzelfde als financiële problemen. Senioren hebben minder vaak betaalproblemen dan de gemiddelde Nederlander, benadrukken de onderzoekers: het gemiddelde ligt op 15 procent.

Conclusie

In het rapport waarop De Telegraaf zijn artikel baseerde staat dat 80 procent van de ouderen er tussen 2008 en 2013 in koopkracht op is achteruitgegaan. Dit betekent niet automatisch dat deze ouderen in financiële problemen zijn geraakt, wat zou inhouden dat ze hun financiële verplichtingen niet meer kunnen nakomen. Het CBS en het SCP hebben geen cijfers over financiële problemen onder ouderen, maar uit de documenten die ze wel sturen, blijkt niet dat een grote meerderheid van de ouderen er slecht aan toe is. Bovendien staat in een onderzoek uit 2014 van Motivaction en het Nibud dat slechts 11 procent van de ouderen betaalproblemen heeft. We beoordelen de stelling als onwaar.

Floor Rusman