Van toerist tot ramptoerist in Bangkok

Thaise autoriteiten vrezen daling in aantallen buitenlandse bezoekers uit angst voor nieuw geweld.

Vanmorgen ging de hindoetempel in Bangkok, waar maandag een bom afging die twintig mensen het leven kostte, weer open. Foto Barbara Walton/EPA

Van achter de omheining richt Sebastian Lück de lange lens van zijn camera op een agent die de wacht houdt bij het hindoeïstische heiligdom Erawan. Hij hoorde maandagavond onweer, dacht hij. Later kreeg hij een appje van zijn vrienden: het was een aanslag. Ruim twintig mensen zijn dood. „Vreemd. Het is iets vreselijks en toch wilde ik het zien”, zegt de 26-jarige Duitser uit Düsseldorf die in Thailand Engelse les geeft. „Ik voelde mij altijd veilig in Bangkok. Maar ik merkte vandaag dat ik in de skytrain zat en goed keek of mensen hun tas wel meenamen. Wantrouwen sluipt erin. ”

Massaal kwamen toeristen gisteren af op de plek van de aanslag. Een Engelssprekende man van in de veertig wijst en legt aan zijn zoontje, hooguit tien, uit waar het hek staat waar de bom is ontploft. Ook aanslagen zijn een toeristische attractie.

Het kruispunt waar de aanslag plaatsvond is in de loop van de dag weer opengesteld, net als het aangrenzende station van de skytrain. Toeristen mogen zich niet angstig en bedreigd voelen. Dat leek gisteren het devies van de Thaise autoriteiten.

Maar de bom die bij het hindoeïstische heiligdom in het hartje van Bangkok, tussen de luxehotels en winkelcentra, afging was wel degelijk gericht op toeristen. Onder de meer dan twintig doden bevonden zich Chinese, Britse, Filippijnse, Indonesische, Singaporese en Maleisische toeristen (vier leden van één familie).

De politie maakte vanmorgen bekend dat een jongeman in een geel shirt, die op een beveiligingscamera was te zien terwijl hij een rugzak afdeed en achterliet, deel uitmaakt van een netwerk. Meer bijzonderheden omtrent de daders waren er vanmorgen echter nog niet.

Het geloof in beveiligingscamera’s is bij velen groot. „Staar je niet blind op de afwezigheid van ordehandhavers”, zegt Thaweewat Jerachitti, een vermogensbeheerder die dagelijks langs het heiligdom Erawan loopt op weg naar kantoor. „Duizenden camera’s houden alles hier nauwlettend in de gaten.” Toch konden die niet voorkomen dat de bom afging. De veiligheidsdiensten hebben jammerlijk gefaald, klinkt het dan ook her en der.

Op korte termijn lijkt er weinig reden tot zorg. In de rij voor de paspoortcontrole op Suvarnabhumi Airport stond gisteren een lange slang van toeristen. Het is hoogseizoen en uit Europa, de VS en China stromen de bezoekers toe. Circa 24 miljoen toeristen zullen Thailand dit jaar naar verwachting aandoen.

Maar een aanslag als die van maandag kan toeristen ook afschrikken. Het is een nachtmerriescenario voor de Thaise regering, voor de hotels en ook voor de meisjes in de striptenten en massagesalons in Soi Cowboy.

„Dit is slecht nieuws. Toeristen moeten Thailand leuk vinden. Ze moeten niet denken dat wij altijd maar vechten”, zegt een tuktuk-chauffeur.

Het is ook slecht nieuws voor de regering. Als de toerismesector instort, zullen minder Thai de autocratie van juntaleider Prayuth Chan-ocha stilzwijgend accepteren.

Vorig jaar daalde het toerisme in Thailand al met 6,6 procent door de politieke onrust, de staatsgreep in mei en de weken waarin een avondklok van kracht was waardoor ook het uitgaansleven op feesteilanden als Phuket stillag. Ook in 2009 daalde het aantal toeristen als gevolg van onrust.

Minder toeristen doet de Thaise economie pijn. Circa een kwart van het bruto binnenlands product (350 miljard euro) komt direct of indirect voort uit toerisme. De beurs in Bangkok sloot gisteren 3 procent lager, de koers van de Thaise baht zakte weg.

Tot overmaat van ramp was er gisteren nog een man die een granaat van een brug gooide. Ook Thaweewat heeft hierover gehoord. Hij fronst. „Wie je ook bent, waar je ook vandaan komt: geweld tegen gasten hoort niet bij ons land.”