Sri Lankanen kiezen voor verzoening

Poging van ex-president Rajapaksa om premier te worden mislukt: weg vrij voor handreiking aan Tamils

De greep naar het premierschap van Sri Lanka van de vroegere president Mahinda Rajapaksa is mislukt. De man die het land tot januari van dit jaar een decennium lang bestuurde als een autocratische vorst kreeg bij de parlementsverkiezingen van maandag onvoldoende steun van de kiezers.

Daarmee lijkt de 69-jarige Rajapaksa uitgespeeld en kan Sri Lanka verdergaan op het pad van nationale verzoening, dat het de afgelopen maanden al voorzichtig was ingeslagen na jaren van polarisatie onder Rajapaksa.

Uit de uitslagen die gisteren in de loop van de dag binnendruppelden bleek dat de kiezers liever de nu regerende gematigde conservatieven van de United National Party (UNP) aan het roer houden onder leiding van de zittende premier Ranil Wickremesinghe. De UNP verdubbelde haar zeteltal in het parlement en won 106 van de 225 zetels. Weliswaar geen absolute meerderheid maar ze kan rekenen op genoeg bondgenoten in het parlement om door te kunnen regeren.

Rajapaksa en zijn medestanders kwamen niet verder dan 95 zetels. De UNP had campagne gevoerd met posters waarop de kiezers werd gevraagd te kiezen tussen ‘goed bestuur’ of ‘de wet van de jungle’ van Rajapaksa.

„Ik nodig u allemaal uit de handen ineen te slaan”, zei Wickremesinghe gisteren in een verklaring. „Laten we samen een beschaafde samenleving opbouwen, een regering die op een consensus kan rekenen, en een nieuw land.”

Rajapaksa’s nederlaag betekende ook een overwinning voor Maithripala Sirisena, die Rajapaksa bij de presidentsverkiezingen in januari verrassend versloeg. Sirisena, afkomstig uit dezelfde Sri Lanka Freedom Party (SLFP) als Rajapaksa, verweet zijn rivaal – die onder meer drie broers aanstelde op sleutelposten – nepotisme, corruptie en machtsmisbruik.

De verkiezingsuitslag betekent dat de regering meer armslag heeft om handreikingen te doen aan minderheden, met name de Tamils. Na de overwinning van het Sri Lankaanse leger op de Tamil Tijgers in 2009 ondernam de regering van Rajapaksa weinig om een nationale verzoening tot stand te brengen. De Tamils voelden zich als tweederangs burgers behandeld.

Op initiatief van Sirisena en Wickremesinghe, die tot deze week slechts op een wankele parlementaire basis konden rekenen, is er sinds januari al enig door het leger geconfisqueerd land teruggegeven aan Tamils en is een deel van de gevangen Tamils vrijgelaten . Ook maakten ze een eind aan de intimidatie van journalisten en sociale activisten.

Grote vraag is of de nieuwe regering van Wickrememsinghe de Tamils en mogelijk ook andere minderheden nu meer autonomie zal bieden. Een andere gevoelige vraag is of ze bereid is Sinhalezen te laten vervolgen die betrokken waren bij gewelddadigheden tegen de Tamils. Veel Sinhalezen vinden dat onnodig.