Ik ging snuivend ademen van ‘Amy’

De documentaire over Amy Winehouse wordt wereldwijd met sterren ontvangen. Ik zag de film in de bioscoop en ging er snuivend van ademen. De opwinding was negatief. Er werd bijvoorbeeld nauwelijks iets over haar muziek verteld. Ze werd wel geprezen als grootse jazz-zangeres en vergeleken met Billie Holiday en Ella Fitzgerald, maar over haar muzikale voorbeelden, haar kennis van jazz en de verhouding tot haar band leerden we niets.

In plaats daarvan koos de regisseur voor bevroren shots van Amy’s gezicht. Grote ogen, altijd van bovenaf gefotografeerd, alsof ze zich in een permanente staat van verbazing bevond.

Nou heeft de regisseur natuurlijk altijd een oneerlijke houding ten opzichte van haar of zijn onderwerp. Een narratief kan kiezen voor de illusie van overzicht. In werkelijkheid begint de opkomst en neergang van een genie nooit in de tijd zelf ¬– je kunt pas van ‘onvermijdelijk’ spreken wanneer het bewijs al is geleverd. Maar als filmmaker kun je dit achterafperspectief verdoezelen: toon een homevideo van een twaalfjarige aandachtszoeker en het is allemaal logisch.

Wat mij betreft was de film een hete sensatiezucht over het lichaam van een uitgeschakelde Frankenstein. Ik noem haar zo omdat Winehouse de freak werd die mensen van haar maakten.

Het gekke van roem is dat iedereen vindt dat je de narigheid (paparazzi, gelddruk) verdient.

Maar roem dient de massa, niet de beroemde.

Het gedicht ‘Het genie van de massa’ zou op deze plek passen, maar hier een paar zinnen (vertaald door Stella Bergsma), waarin Bukowski fulmineert tegen de mens die middelmaat zoekt:

er is genialiteit in hun haat

er is genoeg genialiteit in hun haat om je te vermoorden

om wie dan ook te vermoorden

omdat ze geen eenzaamheid willen, eenzaamheid niet begrijpen,

zullen ze proberen alles stuk te maken

wat niet het hunne is

Wanneer Winehouse een Grammy wint voor haar nummer ‘Rehab’, is iedereen door het dolle heen. Bandleden en fans springen en schreeuwen, ze verdwijnt in een groepsknuffel. Tegen een vriendin zegt ze: „Dit is zo saai zonder drugs.”

En ergens klinkt dat heel gezond.

Niemand wil zich dagelijks wassen in een bad van goud, maar wie erin ligt, mag niet klagen.

Winehouse had schouders om op uit te huilen – de knuppelbrede van haar vader, de tafelbrede van haar bodyguard, de getatoeëerde van haar geliefde Blake. Maar het probleem van schouders is dat ze geen autonome neiging tot dragen hebben. Ze dragen alleen wanneer je leunt. Om hun belang te voelen, zijn schouders dus afhankelijk van jouw leunen.

Ze (we?) hadden haar wat vaker een hand mogen bieden. Daarmee kun je tenminste ook aaien, duwen, trekken.

Begint er ondertussen iemand met een film over Winehouse de artiest?