Schaf Zwarte Piet nou eens af, klinkt het bij de VN

Een commissie van de VN neemt het Nederlandse beleid tegen racisme en discriminatie onder de loep. Grootste kritiek: Zwarte Piet.

Van alle denkbare maatregelen die Nederland kan nemen tegen racisme en discriminatie, vindt de internationale gemeenschap de eliminatie van Zwarte Piet de belangrijkste. Die conclusie laat zich alvast trekken na de eerste dag van de tweedaagse hoorzitting bij de VN-commissie voor de bestrijding van racisme en discriminatie (CERD) in Genève.

Hier werd gevraagd naar de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor racismebestrijding, daar naar de schooluitval van kinderen van Marokkaanse of Antilliaanse origine. Maar commissieleden van Ierland tot Mauritius, van Zuid-Afrika tot Colombia en van Turkije tot de Verenigde Staten begonnen allemaal (ook) over Zwarte Piet als een overjarig symbool van racisme, waar Nederland snel mee moet afrekenen. „Het schenden van mensenrechten kan niet worden gerechtvaardigd met een beroep op culturele traditie”, aldus de Colombiaanse afgevaardigde. „Kinderen moeten er niet jaarlijks aan worden herinnerd dat ze van slaven afstammen.”

Om de vier jaar moeten de staten die het ‘Internationaal Verdrag inzake de Uitbanning van Alle Vormen van Rassendiscriminatie’ hebben getekend – en dat zijn zo’n beetje alle landen van de wereld, behalve Noord-Korea en Birma – zich tegenover een commissie van de Verenigde Naties verantwoorden. Elk twee sessies van drie uur, verdeeld over twee dagen. Maandag en gisteren was Noorwegen aan de beurt. Vorige week Tsjechië, Macedonië en Suriname. En gisteren en vandaag is Nederland.

Het gaat niet alleen om Piet

Uitgangspunt bij de gesprekken zijn rapportages van de VN en van Nederland zelf. In die Nederlandse rapportage, opgesteld in 2013 en in juli van dat jaar naar de Tweede Kamer gestuurd, verwijst het kabinet naar een heleboel actieplannen en andere maatregelen, zoals een handboek Succesvolle Diversiteitsinterventies voor managers in de (semi-)publieke sector. De toon in het rapport is zelfverzekerd: Nederland heeft de bestrijding van racisme en discriminatie wettelijk verankerd.

Delegatieleider Afke van Rijn, directeur samenleving en integratie op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, was gisteren even kordaat: „De bestrijding van discriminatie staat in Nederland hoog op de politieke agenda.” In september komt er een nieuwe campagne tegen discriminatie en een ambitieuzer actieplan.

Maar tussen de zomer van 2013 en nu heeft de Nederlandse discussie over racisme wel een paar katalysatoren gekregen. Zwarte Piet is daar maar één van. Dan zijn er zorgen gekomen over de politie en de vraag of die op grond van uiterlijke kenmerken mensen aanhoudt. En er is de „minder minder minder Marokkanen” toespraak van vorig jaar, waarvoor PVV-leider Geert Wilders wordt vervolgd.

De leden van de VN-commissie waren beleefd, maar kritisch over de Nederlandse aanpak. Het begon al met de gedelegeerde die zich diplomatiek-venijnig afvroeg waarom verantwoordelijk bewindsman Asscher (Sociale Zaken, PvdA) geen tijd had willen maken voor deze zittingen – de Noren hadden wel een minister afgevaardigd.

Behalve de „unhelpful tradition” van Zwarte Piet kwamen nog een paar kwesties bij verschillende commissieleden terug. De toonhoogte in het publieke debat en of daarbij discriminerende uitlatingen door de vingers worden gezien, het etnisch profileren door de politie – het voorkomen daarvan werd door Van Rijn als „essentieel” bestempeld – en het feit dat immigranten uit landen als Japan en Zuid-Korea niet hoeven mee te doen aan de voor anderen verplichte inburgeringscursus. „Dat riekt naar discriminatie.”

De verhouding is uit balans

De sfeer werd af en toe gespannen in de wonderlijk ingerichte zaal: voorin de voorzitter met naast zich een handjevol Nederlandse gedelegeerden. Dan drie lange rijen tafels daar haaks op, met de Nederlandse ambtenaren in het midden en de commissieleden om hen heen. Een paar keer kwam een ongemakkelijke vergelijking terug die Nederlandse activisten ook wel maken, maar dan altijd achter hun hand: de behandeling van Joden en andere minderheden als het om discriminatie gaat. Het commissielid uit Colombia wilde weten hoeveel procent van de bevolking Joods is. Hij zag dat Nederland een stevige inspanning levert in de strijd tegen antisemitisme, en dat is heel goed. Maar in vergelijking daarmee kwamen „andere, grotere bevolkingsgroepen” er bekaaid vanaf. „De verhouding is uit balans.”

Het Turkse commissielid meende een trend te kunnen destilleren uit de selectie van gerechtelijke vonnissen die in het Nederlandse rapport was opgenomen. „Een aanklacht wegens antisemitisme leidt vrijwel altijd tot een veroordeling. Bij andere bevolkingsgroepen niet.” Hij voorspelde dan ook dat Geert Wilders zal worden vrijgesproken. „Ik hoop dat ik ongelijk krijg.”