Nederland belooft acceptabele Piet

Een VN-commissie neemt het Nederlandse beleid tegen racisme onder de loep. Grootste kritiek: Zwarte Piet.

De Nederlandse regering belooft de internationale gemeenschap om van Zwarte Piet een figuur te maken die voor iedereen acceptabel is. „Minister Asscher organiseert een dialoogtafel met verschillende organisaties en groepen, met het doel Zwarte Piet aan te passen,” zei Afke van Rijn, directeur samenleving en integratie op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, vanochtend in een hoorzitting van de VN-commissie voor de bestrijding van racisme en discriminatie in Genève.

„Een verbod op Zwarte Piet van regeringswege is geen oplossing”, aldus Van Rijn, leider van de Nederlandse ambtelijke delegatie tijdens deze tweedaagse hoorzitting.

Ze gaf vanochtend ruim een uur lang antwoord op de vragen die leden van de internationaal samengestelde VN-commissie gisteren hadden gesteld. Vragen gingen over etnisch profileren door de politie, de verplichte inburgeringscursus voor immigranten, de huisvesting van asielzoekers en ongedocumenteerden, over zwaarder bestraffen van discriminatie in het strafrecht en over de toonhoogte van het publieke debat. Maar de meeste tijd ruimden de commissieleden in voor scherpe kritiek op Zwarte Piet.

Commissieleden van Ierland tot Mauritius, van Zuid-Afrika tot Colombia en van Turkije tot de VS begonnen allemaal over Zwarte Piet als een overjarig symbool van racisme, waar Nederland snel mee moet afrekenen. „Het schenden van mensenrechten kan niet worden gerechtvaardigd met een beroep op culturele traditie”, aldus de Colombiaanse afgevaardigde, P.E. Murillo Martinez. „Kinderen moeten er niet jaarlijks aan worden herinnerd dat ze van slaven afstammen.”

Behalve de „unhelpful tradition” van Zwarte Piet kwamen nog een paar kwesties terug. Op de vragen over etnisch profileren door de politie, zei Van Rijn dat het „essentieel” is om dat tegen te gaan en dat Nederland daar al maatregelen tegen heeft genomen. En er zal zeker worden gekeken naar positieve ervaringen van de politie in het buitenland. Ook het feit dat immigranten uit landen als Japan en Zuid-Korea niet hoeven mee te doen aan de voor anderen verplichte inburgeringscursus kwam aan de orde . „Dat riekt naar discriminatie”, vond het Turkse commissielid Gün Kut.

Gespannen sfeer

De sfeer werd af en toe gespannen in de opvallend ingerichte zaal: voorin de voorzitter met naast zich een handjevol Nederlandse gedelegeerden. Dan drie lange rijen tafels daar haaks op, met de Nederlandse ambtenaren in het midden en de commissieleden om hen heen. Een paar keer kwam een ongemakkelijke vergelijking terug die Nederlandse activisten ook wel maken, maar dan zelden openlijk: de behandeling van Joden en van andere minderheden als het om discriminatie gaat. Commissielid Murillo Martinez wilde weten hoeveel procent van de bevolking Joods is. Hij zag dat Nederland een stevige inspanning levert in de strijd tegen antisemitisme, en dat is heel goed. Maar in vergelijking daarmee komen „andere, grotere bevolkingsgroepen” er bekaaid vanaf. „De verhouding is uit balans.”

Het Turkse lid meende een trend te kunnen destilleren uit de selectie van gerechtelijke vonnissen die in het Nederlandse rapport was opgenomen. „Een aanklacht wegens antisemitisme leidt vrijwel altijd tot een veroordeling. Bij andere bevolkingsgroepen niet.” Hij voorspelde dan ook dat Geert Wilders zal worden vrijgesproken. „Ik hoop dat ik ongelijk krijg.”

Van Rijn onderstreepte dat het kabinet in het najaar met een nieuw actieplan tegen discriminatie komt. Daarin zal, zei ze, veel aandacht zijn voor de preventie van discriminatie. De VN-commissie presenteert 28 augustus zijn eindconclusie over Nederland.