Matige ingrediënten, onvast acteerwerk, vermakelijk resultaat

Zomer: een nieuwe Woody Allen. In Irrational Man strijkt hij neer in Newport Bay, waar nihilist Abe Lucas (Joaquin Phoenix) filosofie doceert aan het Bralyn College. Abe is drankzuchtig, gedeprimeerd en geneigd tot studentikoos cynisme in de trant van: „Filosofie is verbale masturbatie.”

Toch – zoals vaker bij Allen – werpen de vrouwen zich aan zijn voeten, onder wie de getrouwde Rita (Parker Posey) en studente Jill (Allens nieuwe muze Emma Stone). Daar kan Abe als impotente somberman weinig mee, tot na een afgeluisterd gesprek in een café het idee van de perfecte moord postvat. Een misdaad is ook een daad: als man van actie hervindt de filosoof levensvreugde en potentie.

Irrational Man behoort bij lange na niet tot Allens beste werk; het is weer zo’n script waar hij meer tijd en zelfkritiek in had moeten steken. De plot is matig, de personages eendimensionaal, het acteren onvast, de montage slordig. En de tot tegelspreuk gereduceerde Dostojevski, Heidegger en Kant maken Irrational Man tot een soort filosofie voor dummies.

Klinkt treurig, maar vreemd genoeg is de optelsom vermakelijk. Voorbeeld: je kan het acteren van Phoenix ondermaats noemen. Zijn demonstratief uitpuilende buik zegt: kijk mij slonzig zijn. Continue slokjes uit zijn heupflacon: kijk mij alcoholist zijn. Maar dat is precies de juiste, halfserieuze toon om deze kluchtige thriller succesvol naar de finale te leiden.