Leider zonder obsessie met doping

In roerige tijden krijgt IAAF voorzitter met mondiale uitstraling.

De nieuwe voorzitter Sebastian Coe, hier op een scherm in de perszaal in Beijing, tijdens het IAAF-congres vandaag. Foto Greg Baker/AFP

Sebastian Coe had bij zijn presentatie, afgelopen nacht in Beijing, het woord doping niet nodig om tot voorzitter van de internationale atletiekfederatie IAAF te worden gekozen. Daarmee onderscheidde hij zich nadrukkelijk van zijn concurrent Sergei Bubka – „we moeten niet stoppen met zero tolerance tegen doping” – die met een kleine meerderheid van 115 tegen 92 stemmen werd verslagen.

Waarmee niet gezegd is dat Coe de strijd tegen doping marginaliseert. Het grootste probleem binnen de atletiek wil de Brit hard attaqueren, schrijft hij in zijn verkiezingsmanifest. Maar wel buiten de bond om, met een nieuwe, onafhankelijke organisatie, om belangenverstrengeling te voorkomen. Maar Coe behandelt het onderwerp nu eenmaal minder obsessief dan veel andere dopinghaters.

Reken maar dat Coe het gevecht zal verscherpen, zegt de voormalige atlete en fel antidopingstrijder Paula Radcliffe, die als commentator van de BBC in Beijing de verkiezing van haar landgenoot uitbundig begroette. „Coe is een krachtige leider, die doet waarvoor hij staat. Hij pleit, net als ik, voor strenge straffen. Hoe moeilijk ook, ik heb vertrouwen in hem. Zie hoe succesvol hij was als organisator van de Olympische Spelen in Londen.”

Mediagevecht

In feite had Coe zijn punt over doping al gemaakt in zijn mediagevecht na de onthulling over grootschalige, afwijkende bloedwaarden bij atleten in de periode 2001 tot 2012. Hij verweet de Engelse krant The Sunday Times en de Duitse tv-zender ARD een overdreven agressieve houding, zonder inachtneming van de grote inspanningen die de IAAF volgens hem wel degelijk in de dopingstrijd levert.

Coes publieke verdediging van zijn sport viel goed binnen IAAF. En dat wist hij. Een rabiaat antidopingstandpunt in zijn kandidaatstoespraak zou zijn interne populariteit eerder schaden dan goed doen. Zelfs de open brief van de Australische dopingexpert Michael Ashenden, waarin de IAAF op basis van cijfers ernstige nalatigheid wordt verweten, schaadde zijn positie niet.

Omtrent doping weet Coe dat hij zich als IAAF-voorzitter geen passiviteit kan permitteren. Atletiek ligt door de talrijke schandalen onder een vergrootglas en heeft een met de wielersport vergelijkbaar negatief imago opgebouwd. De eerste oproep tot actie is al gedaan door Svein Arne Hansen, de Noorse voorzitter van de Europese atletiekfederatie. Hij wil van de IAAF een proactievere communicatie over doping en verlangt dat de bestrijding ervan naar een hoger niveau wordt getild.

Zo is er nog een aantal kwestieuze zaken rond Coe waarvan binnen de IAAF geen punt wordt gemaakt. Hij heeft nevenfuncties waarvan het de vraag is of die met het voorzitterschap te verenigingen zijn. Dreigt er bijvoorbeeld geen belangenconflict als Coe aanblijft als voorzitter van het Brits olympisch comité? Of wat te denken van zijn rol als internationale adviseur van het sportkledingmerk Nike? En dan is er nog zijn functie als directeur van het sportmarketingbureau CSM, dat onder andere een prominente rol speelde bij de koppeling van de eerste Europese Spelen aan Azerbajdzjan.

De nieuwe voorzitter, die bemiddeld genoeg is om bijvoorbeeld CSM af te stoten, ziet geen botsing van belangen, meldde hij desgevraagd op zijn eerste persconferentie. Coe: „Ik doe mijn hele leven niets anders dan functies combineren. Ik weet niet beter. Wees niet bevreesd, ik ken mijn verantwoordelijkheden.”

Commerciëler

Hoe dan ook de IAAF krijgt een voorzitter met een hoogwaardige uitstraling. Coe heeft een mondiale status en zal naar verwachting meer gedaan krijgen dan zijn voorgander, de Senegalees Lamine Diack, die door critici meer slapheid dan daadkracht is verweten. Een van Coes agendapunten is van de IAAF een commerciëlere organisatie maken. Meer geld, meer mogelijkheden, is zijn adagium. Hij zegde de 214 nationale bonden alvast een vierjaarlijkse uitkering van 200.000 Amerikaans dollars toe, onder andere te betalen met de 22 miljoen die de IAAF van het Internationaal Olympisch Comité krijgt.

Coe is verder van plan de wedstrijdkalender aan te passen. Hij wil dat de grote namen vaker strijd leveren en elkaar niet voortdurend ontlopen. Dat pas volgende week, op de WK in Beijing, de eerste confrontatie tussen de beste sprinters Usain Bolt en Justin Gatlin plaatsheeft, is wat hem betreft onacceptabel. Atletiek moet beter verkocht worden, vindt Coe. En daarbij zijn wedstrijden tussen de groten namen van groot belang. „Atletiek is een van de weinige sporten die twaalf maanden exposure heeft. Daar moet de IAAF beter gebruik van maken.”

In Beijing werd vooral duidelijk dat Coe ontzettend graag voorzitter van de IAAF wilde worden. Hij heeft zich er erg voor ingespannen, onder andere door vanaf Kerst 700.000 kilometer te reizen. Het heeft geloond. En dat raakte Coe, die bij het zien van de stemuitslag zichtbaar emotioneel werd. Maar dat gevoel zal snel plaatsmaken voor de harde realiteit.