Laat Griekse crisis aan de markt – of doek de euro op

Het Nederlandse en Duitse parlement spreken vandaag over leningen aan Griekenland. Ashoka Mody heeft een oplossing voor de eurocrisis.

In Europa draait alles om de Duitse belangen. Minister van Financiën Wolfgang Schäuble dringt aan op de instelling van een Europese begrotingscommissaris die bevoegd is om nationale begrotingen te herzien. Dit zal leiden tot een bemoeizuchtige superstaat zonder een schijn van democratische legitimiteit. Zorgwekkender is dat de economische onevenwichtigheden blijven voortsudderen, want een centraal gezag kan in een complexe wereldeconomie geen toezicht op een groeiend aantal soevereine staten houden.

Om deze redenen heeft de Duitse filosoof Jürgen Habermas bezwaar gemaakt tegen de toenemende invloed van technocratische Europese instellingen. Ze werken niet en niemand is verantwoordelijk. Maar Habermas ziet het verkeerd als hij een bredere politieke unie voorstelt. Deze ‘Verenigde Staten van Europa’ zouden vermoedelijk wel tot een democratische verantwoording leiden. Dit utopische vooruitzicht is ook weer nieuw leven ingeblazen door onder anderen de Franse president Hollande.

Al in 1950 stelde de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman een Europese federatie voor, maar zelfs in de schaduw van de oorlog waren de Europeanen niet bereid echte soevereiniteit af te staan. Later betoogde de Duitse bondskanselier Helmut Kohl met klem dat een monetaire unie gepaard moest gaan met een politieke unie. De Fransen – die hadden gehoopt dat een monetaire unie de Duitse economische overheersing zou indammen – zagen er niets in om hun soevereiniteit op andere terreinen op te geven. Kohls opvolger Gerhard Schröder praatte wel vaak over een politieke unie, maar vooral als loze kreet.

In elk geval zal geen enkele Duitse bondskanselier de budgettaire knip openen. Zonder deze concessie heeft een ‘politieke unie’ geen operationele betekenis. Sterker nog, het Duitse gehamer op een Europese begrotingscommissaris gaat lijnrecht tegen een politieke unie in. Het is domweg een poging om de macht te grijpen.

De Griekse crisis heeft niet alleen afgedankte ideeën opgediept, maar ook een streep gezet door de mythe van een Frans-Duitse alliantie als motor van de Europese vooruitgang. Die alliantie was altijd al een romantische gedachte. Ook in de naoorlogse jaren was de ‘vriendschap’ een ongelijke relatie. Duitsland bood concessies aan in ruil voor erkenning als betrouwbare Europese natie. De Franse president Georges Pompidou was duidelijk: Frankrijk was de morele waarborg van Duitsland.

In de loop der tijd ebde de Europese rol van Frankrijk weg en werd Duitsland de overheersende economie van Europa. De Franse president François Mitterrand streefde weliswaar gedachteloos naar de monetaire unie, maar Kohl – die duidelijk de gebreken van zo’n unie besefte – bracht dit project tot voltooiing, om zo zijn plaats als kanselier van de Duitse en de Europese eenheid veilig te stellen. Vanaf het moment dat de crisis begon, speelde de Franse president Nicolas Sarkozy de rol van hofnar en Hollande doet eigenlijk niet mee – ondanks zijn recente poging om weer een rol op te eisen.

In plaats hiervan is een alliantie tussen Duitsland en de Europese Centrale Bank ontstaan. In oktober 2010 was bondskanselier Angela Merkel zo verstandig om aan te sturen op een mechanisme dat particuliere schuldeisers verliezen zou laten dragen als ze onverantwoorde leningen aan Europese soevereine staten hadden verstrekt. Maar de ECB wilde daar niets van weten en Merkel bond in.

In 2012 wilde ECB-president Mario Draghi de bevoegdheid krijgen om staatsobligaties uit de eurozone op te kopen en daarmee hun risicopremie te beperken. Bundesbankpresident Jens Weidmann was hier weliswaar fel op tegen, maar Merkel stemde toe en verleende het programma de noodzakelijke politieke dekking.

Het is simpelweg zo dat Duitsland Europese hegemonie wil zonder ervoor te betalen. De ECB heeft de diepe zakken om de Duitse rol als Europese veto-autoriteit in stand te houden. Duitsland doet in dit verband een hernieuwde gooi naar meer toezicht op de begrotingszaken van de andere lidstaten, een poging die de ECB alleszins welgevallig is. Het uitgangspunt is dat zo’n strak gecentraliseerd bestuur tot een levensvatbaar Europa zal leiden. Maar de geschiedenis weet met dit uitgangspunt wel raad.

Het is tijd om de banden te vieren. Een aanpak kan zijn te stoppen met het gecentraliseerde toezicht en over te gaan op geloofwaardige mechanismen die de verliezen bij particuliere kredietverstrekkers leggen. De tucht van de markt beperkt dan de hoogte van de leningen. Of anders kan de pijn tussen crediteuren en debiteuren worden verdeeld. Zo werkte de Amerikaanse muntunie voor de crisis van de jaren ‘30.

Het alternatief is de euro opdoeken. In dat geval is het meest logische en economisch minst ontwrichtende dat Duitsland uit de eurozone stapt. Dat zou het begin zijn van een ordelijke terugkeer naar normale verhoudingen.