KGB-vriend die dankzij Poetin puissant rijk werd

Ontslagen directeur van Russische spoorwegen

Uitrangeren van topman wijst op strijd in Kremlin-kringen

Foto Reuters

Een van Poetins oudste strijdmakkers is afgedankt. Vladimir Ivanovitsj Jakoenin (67), al tien jaar directeur van de Russische spoorwegen, wordt senator in de Russische Federatieraad (een soort van Eerste Kamer), namens de onbeduidende regio Kaliningrad, de Russische enclave die ligt ingeklemd tussen Polen en Litouwen.

President Poetin, die voor de kust van de Krim – en voor het oog van de camera’s – een duikexpeditie naar een eeuwenoud scheepswrak uitvoerde, bevestigde gisteren dat het ontslag van Jakoenin „zijn keuze” was, maar gaf geen nadere details. Russische en internationale analisten zien in het vertrek van de spoorwegtsaar de grootste omwenteling binnen de Russische elite sinds 2011, en zelfs als een voorteken van instabiliteit binnen Poetins inner circle.

De Russische Spoorwegen – 85.500 kilometer spoor, 1,2 miljoen werknemers, 1,3 miljard passagiers en een omzet van 40 miljard dollar per jaar – zijn niet alleen cruciaal voor de Russische infrastructuur, maar spelen ook een belangrijke rol in de export van grondstoffen, die de inkomsten leveren waarop Rusland drijft. De positie van Jakoenin was daarmee te vergelijken met die van Igor Setsjin van oliebedrijf Rosneft en van Aleksej Miller van Gazprom.

Na de Russische annexatie van de Krim kreeg Jakoenin vorig jaar een reisverbod opgelegd, net als andere vertrouwelingen uit de entourage van Poetin. Dat beschouwde hij als een teken van verdienste. „Ik kan niet anders zeggen dan dat ik gevleid ben”, schreef de spoorwegbaas op zijn weblog. „Alle mensen op de (sanctie)lijst zijn mannen van naam, die veel voor Rusland hebben gedaan.”

Vrienden van de datsja

Net als de meeste sleutelfiguren uit Poetins regime komt Jakoenin (geboren in 1948) uit de buurt van Sint-Petersburg. Tot zijn veertiende woonde hij in Estland, maar nadat zijn vader afzwaaide als piloot van de grenstroepen, verhuisde het gezin naar de voormalige hoofdstad aan de Neva. Daar studeerde hij af als luchtvaartingenieur, met als specialisatie het onderhoud van ballistische (nucleaire) raketten. Na zijn militaire dienst werkte hij jarenlang bij de geheime dienst KGB, als technisch inlichtingenofficier. Tegenover het Britse blad The Economist ontkende Jakoenin ooit een hoge positie binnen de KGB of zijn opvolger, de FSB, te hebben gehad. Volgens Jakoenin was hij nooit verder gekomen dan de rang ‘kapitein-ingenieur’. Maar misschien had zijn KGB-achtergrond er toch iets mee te maken dat hij in 1985 werd aangesteld bij de Sovjet-missie bij de Verenigde Naties in New York. Daar schopte hij tot eerste secretaris.

Jakoenin is een Poetin-getrouwe van het eerste uur. In 1996 zetten acht mannen hun handtekening onder de oprichtingsakte van de coöperatie Ozero (‘Meer’ in het Russisch). Officieel was Ozero een bestuurlijk vehikel voor het beheren van datsja’s aan het Komsomolski-meer, op zo’n 120 kilometer van Sint-Petersburg.

Na de verkiezing van Poetin tot president in 2000 veranderde de kleine coöperatie echter in een instrument om geld weg te sluizen, zo stellen onderzoekers.

Na een aantal hoge functies bij het Russische ministerie van Transport werd Jakoenin in 2005 benoemd tot directeur van de Russische Spoorwegen. Aanvankelijk had hij daar een goede naam. Gesteund door massieve investeringen begon Jakoenin aan een enorm investeringsprogramma, dat moet voorzien in een netwerk van hogesnelheidslijnen voor het WK voetbal in 2018. De Sapsan, de flitstrein (van Duitse makelij) waarmee de reistijd tussen Moskou en Sint-Petersburg – een afstand van ruim 600 kilometer – is verkort tot 4,5 uur, is een belangrijk symbool van de de modernisering van de spoorwegen.

Schaamteloze zelfverrijking

Maar Jakoenin werd ook het symbool van de schaamteloze zelfverrijking van de ambtelijke top. In 2012 publiceerde persbureau Reuters een groot verhaal over hoe zijn zoon geld verdiende aan de transacties van bedrijven die waren verbonden met de spoorwegen. Schadelijker was de aanval die oppositieleider Aleksej Navalny het jaar erop inzette. Op zijn blog postte Navalny gedetailleerde beschrijvingen van de bouw van Jakoenins datsja („paleis”, schreef Navalny consequent) in het lommerrijke Akoelinino bij Moskou. Door slim onderzoek wist Navalny tal van details boven water te halen: over de totale kosten van het project (meer dan 100 miljoen dollar), over de illegale omheining die de naburige vennetjes confisqueerde, over het zwembad met een olympische lengte van 50 meter, en – een detail dat het meest tot de verbeelding sprak – over de enorme opbergruimte voor Jakoenins bontjassen: gekoeld, tegen de motten.

Nu is Ruslands spoorwegtsaar weggepromoveerd. Tegenover het financieel persbureau Reuters reageerde Jakoenin laconiek: „Het leven gaat door.” Maar zowel Russische als westerse Kremlin-watchers zien dat toch anders.