Goudmijn aan grondstoffen dicht

Megahandelaar Glencore staat symbool voor de malaise op de grondstoffenmarkt. Vandaag maakte het bedrijf honderden miljoenen verlies bekend.

Foto Andrey Rudakov/Bloomberg

Als Ivan Glasenberg de zoveelste vraag van een boze vakbondsleider heeft beantwoord is een oudere vrouw er klaar mee. „Dit is een aandeelhoudersvergadering”, zegt ze met snerpende stem. „Wanneer stijgt de aandelenkoers van drie weer terug naar meer dan vijf?”

Glasenberg is topman van het in Zwitserland gevestigde Glencore, een van de grootste grondstoffenhandelaren ter wereld met 181.000 mensen in dienst. Het bedrijf speelt een cruciale rol in de wereldhandel in tarwe, suiker, mais, steenkool, olie, koper, zink en nog tig grondstoffen. Het bezit mijnen als de Mount Isa Mines in Australië en raffinaderijen als Biopetrol in de Rotterdamse haven.

Vorig jaar zette Glencore met dat alles 224 miljard dollar (destijds 166 miljard euro) om: ruim vier keer de omzet van Unilever. Zo’n 16 miljard kwam van het Rotterdamse handelskantoor, vanwaaruit graan wordt verhandeld.

Grondstoffenbedrijven zijn doorgaans nogal gesloten. Maar in 2011 bracht Zuid-Afrikaan Glasenberg Glencore naar de Londense beurs en nu moet hij eens per jaar vragen van aandeelhouders beantwoorden.

„Het is onze taak om de aandelenprijs hoog te houden”, is zijn antwoord op de aandelenvraag van de vrouw. „Helaas produceren onze concurrenten meer dan de vraag. Ik doe mijn best om hun het concept vraag en aanbod bij te brengen.”

Activistische investeerder

Dat was afgelopen mei. En het is hem nog niet gelukt. De koers van Glencore van 5,22 pond bij de beursgang schommelt rond een historisch dieptepunt van 1,70 pond (2,40 euro). Glencore presteert dit jaar het slechtst van de bedrijven in de belangrijkste Britse beursindex FTSE 100. Geheel in lijn hiermee presenteerde Glencore vanochtend dramatische halfjaarcijfers en een verlies van 676 miljoen dollar. In dezelfde periode vorig jaar boekte Glencore nog 1,7 miljard dollar winst.

Nog een veeg teken: volgens financieel persbureau Bloomberg heeft het activistische hedgefonds Harris Associates in korte tijd een belang van 4,5 procent in Glencore opgebouwd. De baas bij Harris is David Herro, berucht omdat hij oprichters Maurice en Charles Saatchi uit hun wereldberoemde reclamebureau Saatchi & Saatchi wist te werken. Herro zegt voor de lange termijn te investeren, maar het is de vraag of dat een geruststelling is voor Glasenberg en Glencore-voorzitter Tony Hayward. Hayward was BP-topman tijdens de olieramp in de Golf van Mexico in 2010 dat als een geruststelling opvatten.

Glencore is met dit alles een symbool geworden van de malaise op de wereldwijde grondstoffenmarkten. Niet alleen de olieprijs staat de helft lager dan een jaar geleden. Koper is een jaar tijd eenderde minder waard, zink eenvijfde en ook graan levert 20 procent minder op.

China

De belangrijkste reden: tegenvallende Chinese economische cijfers. „China is een van de grootste grondstoffenafnemers”, zegt analist Nitesh Shah van ETF Securities. Als voorbeeld wijst hij op industriële metalen als koper en zink. Zo’n 40 procent daarvan wordt door China geconsumeerd. „Dus als de groei daar afneemt, drukt dat enorm op de wereldwijde vraag.”

Shah wijst erop dat het aanbod aan grondstoffen nogal groot is. Niet alleen op de oliemarkt, dankzij de schaliegasrevolutie in de VS en de OPEC die de productie niet beperkt, ook op de landbouwproductenmarkt is het aanbod groot. „Dat komt door Braziliaanse boeren die last hebben van de zwakke reaal en extra voorraden op de markt brengen om hetzelfde te blijven verdienen.” Volgens Shah is de grondstoffenmarkt doorgeslagen. „Een belangrijke factor is nu sentiment”, zegt de econoom. „Kijk maar naar metalen als aluminium, kopen en zink. De perceptie is dat de vraag uit China laag is, maar die is redelijk stabiel. Toch zijn ze recentelijk allemaal onderuitgegaan.”

Moedeloos

Glencore-topman Glasenburg lijkt er moedeloos van te worden. Bij ieder nieuwtje over China krijgt de koers van zijn bedrijf een klap. Toen China vorige week de yuan devalueerde, verloor Glencore 7,4 procent op een dag.

Vanochtend klonk dan ook tussen de regels de nodige frustratie door bij Glasenberg, die zelf 8,5 procent van de aandelen bezit. Zo schrijft hij dat „perceptie” de meeste markten drijft „in plaats van de realiteit”.

Voor Glasenberg is dat confronterend omdat hij juist veel heeft gedaan om risico’s te spreiden. „Glencore is het meest gediversifieerde handelshuis. Glencore is sterk in alles”, legt onderzoeker grondstoffenhandel Wouter Jacobs van de Erasmus Universiteit uit. Waar een in omvang vergelijkbare handelshuis als Vitol vooral handelt in olie en Cargill in landbouwproducten, richt Glencore zich op verschillende segmenten.

Volgens Jacobs hanteert het bedrijf de afgelopen tien jaar de strategie om de hele keten in handen te krijgen en zo minder afhankelijk van derden te zijn. Tegenwoordig heeft Glencore eigen mijnen, delft en vervoert de grondstoffen zelf, verwerkt die en slaat ze op. Vanuit dat idee nam Glencore bijvoorbeeld mijnbouwreus Xstrate in 2012 over, voor tientallen miljarden. Jacobs: „Met alleen grondstoffen van A naar B brengen verdien je relatief weinig.”

Glencore zat vorig jaar achter het Australische Rio Tinto aan, maar ruimte voor overnames is er nu niet. Om kredietwaardig te blijven schrapte Glencore dit jaar 800 miljoen dollar aan investeringen en verkocht voor 300 miljoen aan mijnen. Maar dat komt volgens Glasenburg weer goed. „Wij blijven goed gepositioneerd voor als zich eindelijk en onvermijdelijk een verbetering in prijzen aandient.”