Gelukkig gaat de zon niet onder op de Noordpool

Studie op Spitsbergen naar de klimaatverandering. Doordat het poolgebied opwarmt, warmt de aarde steeds sneller op.

Een rendier op de toendra van Edgeoya Foto AFP, beeldbewerking NRC fotodienst

Het is druk in de haven van het stadje Longyearbyen op Spitsbergen. Vijftig Nederlandse wetenschappers gaan aan boord van de Ortelius. Rubber motorboten brengen de wetenschappers en hun apparatuur vanmiddag aan boord.

De wetenschappers nemen deel aan SEES, de Scientific Expedition Edgeøya Spitsbergen, de grootste Nederlandse poolexpeditie ooit. Tien dagen lang doen ze onderzoek op en rond het eilandje Edgeøya, aan de relatief koude zuidoostkant van Spitsbergen.

1 Wie gaan er allemaal mee?

Het initiatief voor deze expeditie komt van het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen. Vijftig onderzoekers gaan aan boord: biologen, geologen, oceanografen, meteorologen, klimatologen, gletsjerkundigen en archeologen.

Daarnaast reist er een groep buitenstaanders mee. Dichter Ramsey Nasr, D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven, weerpresentator – tevens poolonderzoeker – Peter Kuipers Munneke, fotografen en journalisten. En er zijn vertegenwoordigers van NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Die ondersteunt behalve deze expeditie ook veel van het overige Nederlandse poolonderzoek.

Bovendien varen er zo’n vijftig toeristen mee, uit allerlei landen. Bij de organisatie Oceanwide Expeditions, de eigenaar van het schip, hebben zij een ‘Arctic Academy’-reis geboekt. Ze mogen meekijken met het SEES-onderzoek en luisteren naar verhalen van de onderzoekers.

2 Wat wordt er onderzocht?

In 1968-1969 verbleven vier Nederlandse onderzoekers veertien maanden op Edgeøya, inclusief de lange wintermaanden zonder daglicht. Ze deden er onderzoek naar ijsberen. Hoeveel beren waren er? Wat aten ze? Wat deden ze? Trokken ze rond? Hadden ze een goede conditie? Dat was destijds allemaal nauwelijks bekend. Het ging wereldwijd erg slecht met ijsberen, door overbejaging en verstoring van hun leefgebied. Het Nederlandse onderzoek droeg bij aan een plan voor wereldwijde ijsbeerbescherming, dat in 1973 van de grond kwam. Maar ze keken ook naar zeevogels, rendieren, ganzen en de vegetatie, en ze deden allerlei meteorologische waarnemingen. De vijftig SEES-deelnemers keren nu terug om te kijken wat er sindsdien is veranderd. Door klimaatverandering, maar wellicht ook door andere menselijke invloeden.

Biologen observeren de zeevogelkolonies: broeden er andere soorten dan voorheen, in andere verhoudingen of aantallen? Ze gaan ganzen bestuderen, op zoek naar zeezoogdieren, kijken naar plankton en grotere zeebeestjes, en de vegetatie beschrijven.

Meteorologen zullen onder meer een weerstation op een gletsjer opzetten en smeltwatermonsters analyseren. Archeologen gaan op zoek naar de resten van honderden jaren oude hutten van Russische pelsjagers.

Om maar wat te noemen. Overigens zijn drie van de vier poolpioniers van de expeditie in 1968 nu ook weer van de partij.

3 Waarom is dit nodig? Kunnen ze in tien dagen echt iets voor elkaar krijgen?

Tien dagen is inderdaad kort voor wetenschappelijk onderzoek. Maar juist als je een vergelijking wilt maken met een eerdere situatie, is het mogelijk om in tien dagen wel degelijk serieus onderzoek te doen. Je kunt ook lange dagen maken, want het wordt ’s nachts niet donker. De zon gaat vanavond zelfs helemaal niet onder.

De bevindingen kunnen vergeleken worden met die in gematigde streken. En in het Zuidpoolgebied want ook daar zijn Nederlandse onderzoekers actief. Zulk onderzoek is onontbeerlijk om gefundeerd iets te kunnen zeggen over de gevolgen van klimaatverandering in de poolgebieden.

Het Noordpoolgebied warmt sneller op dan andere streken, voornamelijk doordat er door wind- en zeestromen relatief veel warmte van elders op aarde terechtkomt. Poolplanten en -dieren zijn er opvallend gevoelig voor. Het smelten van het zee-ijs en het ontdooien van de toendra hebben ook gevolgen voor de rest van de aarde. Er wordt minder zonlicht weerkaatst door het ijs. Daardoor absorbeert het donkere zeewater meer warmte en er komt extra methaan (een sterk broeikasgas) vrij uit de bodem. Al met al ontstaat er een zichzelf versterkend proces: doordat het poolgebied opwarmt, warmt de aarde steeds sneller op.

4 Is het ook niet een beetje een publiciteitsreis?

Ja, en daar komen de organisatoren rond voor uit. Niet voor niets gaan er BN’ers mee. Ze willen met hun trip laten zien hoe mooi en hoe kwetsbaar het poolgebied is, en uitdragen hoe belangrijk het is om daar goed onderzoek naar te doen.

Daarnaast wil NWO het Nederlandse poolonderzoek weer eens over het voetlicht brengen. „Het komt allemaal mooi samen”, zegt NWO-woordvoerder René Prop. „Een grote groep wetenschappers krijgt nu de kans om samen aan het werk te gaan en nieuwe verbanden te smeden. Hier kan heel mooi multidisciplinair onderzoek uit voortkomen.”

Ook internationaal kan Nederland zo laten zien dat het zijn poolonderzoek serieus neemt.

5 Wie betaalt de reis?

Het Arctisch Centrum in Groningen bereidt de trip al jarenlang op eigen kosten voor. De hun vluchten, werktijd en apparatuur van de wetenschappers worden betaald door hun eigen instituten. NWO betaalt de passage van de onderzoekers, in totaal 155.000 euro. Dat budget komt uit onderzoeksgeld dat nog over was van het Internationaal Pooljaar 2007-2008, een internationaal wetenschappelijk arctisch project dat sinds 1882 bestaat, op initiatief van KNMI-directeur Buys Ballot. Reisorganisatie Oceanwide draagt een deel van de bootkosten. De toeristen betalen hun eigen reis.