Een middelvinger naar logica en plottenbakkers

Eén ding is zeker. Of je er nou tureluurs van wordt of hartstikke blij, in beide gevallen zul je na afloop van Réalité denken: WTF – of een andere krachtterm vol bevreemding – heb ik zojuist gezien? Waar ging het in hemelsnaam over?

Laten we zeggen dat de Franse, in Los Angeles neergestreken filmmaker en DJ/electropopmuzikant Quentin Dupieux alias Mr. Oizo, het dolgedraaide Europese neefje is van vergelijkbare filmmakers als Spike Jonze, Charlie Kaufman en Michel Gondry. Maar zelfs voor liefhebbers van hun werk is Réalité misschien wel een beetje al te hardcore.

Waar Jonze, Kaufman en Gondry er meestal in slagen om de losse eindjes met absurdistische krullen en droomlogische lussen aan elkaar te knopen, is Dupieux aanhanger van wat hij zelf het ‘no reason’-principe heeft genoemd. In zijn vorige film Rubber (over een moordende autoband) wordt uitgelegd wat dat is. En dan moet je denken aan retorische vraag- en antwoordspelletjes in de trant van: „Waarom is ET bruin? No reason. Waarom worden de twee personages in Love Story hopeloos verliefd op elkaar? No reason.

De scène staat in z’n geheel op YouTube en is de dikste middelvinger die Dupieux vanuit het hol van de leeuw kan opsteken naar al die plottenbakkers, scenariogoeroes en andere adepten van de doctrine dat films consistente verhalen moeten vertellen. Het echte leven heeft toch immers ook ‘no reason’?

Dus moeten we ons afvragen waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren in Réalité? Waarom een mislukte cameraman bij een kookshow droomt van zijn eigen horrorfilm? En waarom de presentator van dat programma een rattenpak draagt? (Zitten we soms al in een droom? Of in die film?) En waarom er een meisje in voorkomt dat Reality heet dat ziet hoe haar vader een roze videoband uit het lichaam van een wild zwijn haalt? Staat daar de film op waar we nu naar zitten te kijken? Droste-effecten te over.

Quentin Dupieux is gekker dan David Lynch en Luis Buñuel bij elkaar. Een punkfilmer die heel hard roept: het surrealisme is niet dood. Dat wordt bijna een politiek statement in een tijd waarin alles logisch en verifieerbaar moet zijn.