‘De internationale wielerbond UCI geeft jaarlijks vier keer zoveel geld uit aan dopingtests als atletiekfederatie IAAF’

Dat zei Tour de France-winnaar Chris Froome tegen de BBC

illustratie martien ter veen

De aanleiding

Atletiek is veel in het nieuws de laatste weken. De Duitse nieuwszender ARD onthulde in een documentaire dat er de afgelopen decennia honderden atleten, onder wie olympische medaillewinnaars, met afwijkende bloedwaarden actief waren. Na het wielrennen lijkt de atletieksport nu aan de vooravond te staan van een groot dopingschandaal. Een ongelukkig moment, want zaterdag beginnen de WK atletiek in de Chinese hoofdstad Beijing en vandaag moet de wereldatletiekfederatie IAAF een nieuwe voorzitter kiezen. Twee grootheden van weleer, poolstokhoogspringer Sergei Bubka en middellange-afstandsloper Sebastian Coe, dingen mee naar die post. En dan is er ook nog Tourwinnaar Chris Froome die tegen de BBC zei dat de atletieksport nog veel te winnen heeft in de strijd tegen doping. „De UCI geeft jaarlijks grofweg vier tot vijf keer meer geld uit aan dopingtests dan de IAAF”, aldus Froome in gesprek met BBC-sportjournalist Dan Roan (De UCI is de internationale wielerunie). Dat checken we.

Waar is het op gebaseerd?

Waar Froome zijn uitspraak op gebaseerd heeft, wordt niet duidelijk. We stuurden via zijn website een mail met deze vraag, maar kregen geen antwoord. Ook zijn werkgever Team Sky reageert niet op verzoeken. In het interview met de BBC wordt ook niet duidelijk hoe Froome aan zijn informatie komt.

En, klopt het?

We beginnen te zoeken naar jaarverslagen van beide sportbonden. In het hoofdstuk ‘Annual Doping Control Statistics’ van de IAAF, die van 2013 is het recentste exemplaar, staat dat in dat jaar 3.692 urinetests werden uitgevoerd en 3.607 controles op bloed. In een noot onder het document lezen we dat deze 7.299 tests onder gezag van de IAAF werden gedaan, en een woordvoerder zegt dat ze ook door de IAAF zijn betaald. Volgens Herman Ram, directeur van de Nederlandse Dopingautoriteit, kost een gemiddelde dopingtest zo’n 600 euro. De tests in 2013 zouden dan 4,4 miljoen euro moeten hebben gekost.

Maar, zegt de IAAF, 2013 was met de WK atletiek (in Moskou) een duur jaar, waarin meer dan in WK-loze jaren werd getest. In een officiële reactie op Froomes uitlatingen schrijft de IAAF dat er een jaar later, in 2014, 2,3 miljoen dollar werd uitgegeven aan dopingtests alleen, omgerekend 2,1 miljoen euro. Alles wordt door de federatie zelf betaald, zegt de bond.

Dan de UCI, een sportbond die al langer dan de IAAF onder vuur ligt als het gaat om doping en daarom in 2008 met de Cycling Anti-Doping Foundation (CADF) een onafhankelijk antidopingorgaan oprichtte. De CADF had in 2014 6,25 miljoen Zwitserse frank te besteden aan dopingtests, zo’n 5,7 miljoen euro. Maar, en daar zit de crux, de UCI betaalde zelf maar 20 procent. Dat komt neer op 1,14 miljoen euro. UCI-zegsman Louis Chenaille laat weten dat de rest bijeen wordt gesprokkeld door de actieve wielerteams en door de wedstrijdorganisaties.

Conclusie

Tourwinnaar Chris Froome zei tegen de BBC dat de UCI jaarlijks vier tot vijf keer meer geld uitgeeft aan dopingtests dan de IAAF. Wat hij misschien bedoelde te zeggen was dat de wielersport meer geld investeert in de strijd tegen doping dan de atletiek. Dat klopt. Alleen: Froome had het over de IAAF en de UCI. De UCI gaf in 2014 omgerekend zelf 1,14 miljoen euro uit aan dopingtests, terwijl de IAAF in dat jaar 2,1 miljoen euro besteedde aan dopingcontroles. Strikt genomen is de uitspraak van Froome daarom onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl.