Club Guy & Roni danst de angst

De dansgroep Club Guy & Roni opent donderdag het theaterfestival Noorderzon in Groningen met een dans over de angst: Phobia.

Dansers Bence Mezei (EnKnapGroup),Adam Peterson enCamilo Chapela (Club Guy & Roni) inPhobia. Foto Aleš Fevzer

‘Woorden zijn sterker dan wapens”, schrijft de Franse filosoof en schrijver Albert Camus in een essay uit 1946 voor Combat, de krant van het verzet. Deze woorden uit Camus’ essay inspireerden choreograaf en theatermaker Guy Weizman van Club Guy & Roni tot de openingsvoorstelling Phobia van het Internationaal Theaterfestival Noorderzon in Groningen, dat morgen begint. In 2002 richtte Weizman samen met danspartner Roni Haver Club Guy & Roni op. Het gezelschap viel meteen op door een expressieve dansstijl in combinatie met disciplines als film, livemuziek en zelfs teksttoneel. Weizman (41) is vanaf 2017 aangesteld als een van de nieuwe artistieke leiders van het Noord Nederlands Toneel.

„Camus stelde ook dat de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog tot een nieuw en hoopvol begin kunnen leiden”, zegt Weizman na afloop van een dansrepetitie in de Noorderkerk, vlak bij festivalterrein het Noorderplantsoen. „We zijn zeventig jaar verder en we kunnen ons afvragen of er veel ten goede is veranderd.” Volgens Weizman is het kernwoord van onze tijd ‘angst’, en dan vooral angst voor de ander, de vreemdeling. Ofwel: xenofobie. „Vluchtelingen uit Afrika en Syrië staan aan de Europese grenzen. Dat is de realiteit van vandaag.” Naast teksten van Camus gaf ook werk van essayist Bas Heijne en van andere schrijvers Weizman inhoudelijk inspiratie voor de voorstelling.

Angst kent vele vormen, van angst voor terrorisme tot angst als uiting van apathie, aldus Weizman: „In onze club hebben we vijf dansers uit Slovenië. Zij hebben meer dan eens xenofobie aan den lijve ondervonden en kennen de angst van het wachten aan de grenzen. Een eerdere versie van Phobia ging in première in Ljubljana, Slovenië. Daar, in een verscheurde wereld, was de herkenning groot.” Hoe vertaalt een choreograaf deze abstracte begrippen in dans? Tijdens de repetitie in het monumentale kerkinterieur, met licht dat door glas-in-loodramen naar binnen valt, komt de voorstelling geleidelijk tot stand. Een actrice zegt dat ze „zich getraind heeft kalm te blijven, al sta ik te trillen op mijn benen”. Dat trillen neemt Weizman concreet op in zijn dans: in prachtige, beweeglijke scènes staat de groep dansers soms te beven als riet. Maar tijdens de repetitie groeit Phobia geleidelijk uit tot een wervelende explosie van beweging. Weizman: „Over angst wordt altijd gezegd dat het een slechte eigenschap is, een gevaarlijke raadgever. Maar angst kan ook durf en moed genereren, en dan wordt angst een sterke drijfveer.”