Birma’s beul in ruste heeft nu een galerie

Hoe gaat Birma om met zijn duistere verleden? Als baas van de geheime dienst stuurde Khin Nyunt duizenden mensen naar martelcentra. Nu kweekt hij orchideeën. Zijn astroloog: „Hij wilde alleen weten of hij het zou overleven.”

Voormalig veiligheidschef Khin Nyunt stond bekend als de Prince of Darkness. Nu is hij galeriehouder in Rangoon. „Wat wij deden was niet anders dan wat de CIA, de KGB of de Mossad doet. Je kunt niet zeggen dat dat marteling was.” Foto Gemunu Amarasinghe/AP

Regelmatig voltrekt zich rond vier uur ’s middags een ritueel in de kleine kwekerij. Teder begiet een oudere man zijn orchideeën. Soms praat hij tegen de planten – alsof het dierbaren zijn. Dan verdwijnt hij weer in de villa, zijn hond Chit Chit (‘Schatje’) op zijn hielen. Hoe minder hij wordt gezien, hoe liever het hem is.

„We noemen hem nog altijd Bogyoke, de generaal”, vertelt de vrouw in het souvenirwinkeltje naast de stellages met orchideeën. Maar verder duidt niets in de compound in Noord-Rangoon erop dat haar baas Khin Nyunt (75) als hoofd van de geheime dienst ooit de meest gevreesde man van Birma was. Boven vitrines met snuisterijen van jade, houtsnijwerk en potten thanaka (traditionele make-up), prijkt een foto van Khin Nyunt en zijn vrouw, met slingers van jasmijn om hun nek en een witte vredesduif op hun handpalm. Een plantenkas is tot café omgebouwd. Door de bladeren van varens en mango- en papajabomen schemert een galerie met schilderijen.

In de blik van de medewerkster ligt argwaan als ze de glazen deur openduwt. Zo veel buitenlandse kunstliefhebbers komen immers niet naar deze afgelegen locatie. Ben ik erop uit in het verleden van haar baas te spitten? Plichtmatig toont ze een weinig imposante collectie van traditioneel geschilderde landschappen met pagodes en ossenkarren.

Met een onwerkelijk gevoel nip ik even later van mijn espresso. Wie had ooit kunnen vermoeden dat Khin Nyunt in deze serene omgeving een nieuwe carrière zou beginnen? Er is in Birma veel veranderd. Sinds de verkiezingen van 2010 en de vrijlating van oppositieleidster Aung San Suu Kyi is de militaire junta formeel verleden tijd en zijn hervormingen op gang gekomen. Een proces dat intussen averij oploopt. Met de verkiezingen van 8 november in het vooruitzicht stijgt de spanning tussen voor- en tegenstanders van een democratischer Birma.

Good cop, bad cop

Khin Nyunt behoorde tot de meest gevreesde mannen van de militaire dictatuur, al zijn zijn hoogtijdagen al lang voorbij. Zijn bijnamen Prince of Darkness en Prince of Evil kreeg hij als hoofd van de militaire inlichtingendienst, die duizenden dissidenten naar een sinistere onderwereld van martelcentra en gevangenissen liet verdwijnen. Soms zaten van een familie wel drie generaties achter de tralies.

Hoe gaat het nieuwe Birma om met zijn verleden? Volgens sommigen leent het ongewisse klimaat zich niet voor een proces van waarheidsvinding. Veel anderen zijn woedend dat onder de nieuwe regering – voornamelijk ex-militairen – de duistere geschiedenis waarin Khin Nyunt zo’n cruciale rol speelde, ongemoeid blijft.

Zelf kreeg ik ook met zijn veiligheidsapparaat te maken. Toen ik in 1996 als undercoverjournalist verslag deed van de manier waarop leger en politie voor de zoveelste keer studentenprotesten de kop indrukten, klopte de geheime dienst op mijn deur. Onder felle lampen kwamen de eerste vragen, daarna probeerden agenten urenlang good cop, bad cop-tactieken uit. De volgende dag hobbelden enkele ondervragers mee in een busje om me het land uit te zetten. Een visum zat er voorlopig niet meer in.

Khin Nyunt leek de onbetwiste meester in het machtsspel van de Birmese politiek. Maar in het broeierige klimaat van jaloezie en wantrouwen slepen tegenstanders hun messen. Toen zijn pragmatische pogingen om in ruil voor beperkte politieke concessies internationale erkenning te krijgen minder opleverden dan gehoopt, zagen enkele militairen van de harde lijn hun kans schoon. In 2004 kreeg Khin Nyunt op beschuldiging van insubordinatie en corruptie huisarrest. Hij hield het hoofd boven water door de verkoop van orchideeën. In 2012 kwam hij onder een grootschalige amnestie vrij. Hij liet zich van een onverwachte kant zien: hij opende een galerie.

Geen berouw

Tun Tun, met wie ik geregeld werk, zet geen voet in de galerie. Alleen al van de naam Khin Nyunt wordt hij misselijk. Net als duizenden anderen is Tun Tun door de geheime dienst gemangeld. Hij werd meerdere keren opgepakt en telkens als hij vrijkwam werd hij constant in de gaten gehouden. Tun Tun vindt het onverteerbaar dat Khin Nyunt als galeriehouder door het leven kan gaan zonder dat hij terechtgesteld is voor zijn daden of berouw heeft getoond.

Volgens Khin Nyunt zijn voormalige politieke gevangenen als Tun Tun criminelen die de wet overtraden. „Tegenover wie moet ik me verontschuldigen?”, vroeg hij na zijn amnestie. „Als je een geheime dienst leidt, moet je mensen ondervragen om antwoorden te krijgen. Wat wij deden was niet anders dan wat de CIA, de KGB of de Mossad doet. Je kunt niet zeggen dat dat marteling was”, verklaarde hij tegenover een Birmese journalist.

Wekenlang proberen Birmezen met goede contacten in het oude machtsapparaat een afspraak met Khin Nyunt voor me te maken. De een krijgt te horen dat de ex-generaal geërgerd was over de buitenlandse pers. De ander verneemt dat hij druk is met medische projecten in zijn geboorteplaats Kyauktan. Weer later blijkt hij onbereikbaar in een klooster, waar hij dag in, dag uit op een matje mediteert. „Daar is hij nog steeds”, zegt de medewerkster, als ik bij een hernieuwd bezoek vraag of haar baas al terug is van zijn retraite. Ze bestudeert de ansichtkaart met een verzoek om een afspraak die ik voor hem achterlaat en vraagt: „Kennen jullie elkaar?” „Zoiets. En het is erg lang geleden”, mompel ik vaag.

Mijn poging hem te ontmoeten dateert van 1996. Het Visit Myanmar Year moest de dictatuur vriendelijker voor toeristen maken. In een stadion torende Khin Nyunt in vol militair ornaat boven een menigte uit. Zijn hoofd met forse pet leek te groot voor zijn lichaam. ’s Avonds, toen grandioos vuurwerk de lucht kleurde, verscheen hij op het feestdiner in een cyclaamkleurige zijden longyi, de sarong die Birmese mannen dragen, en een wit hemd zonder kraag. Ondanks die kleding liep hij rond alsof hij troepen inspecteerde. Ik probeerde hem aan te spreken, maar zijn lijfwachten versperden me de weg.

Vervolgens braken rond de lange tafels met flessen Johnnie Walker en VSOP-cognac die hoteleigenaren moesten doneren, onder de Birmese genodigden ware veldslagen uit. Al snel waren twee ministers volledig boven hun theewater. Alleen Khin Nyunt, een overtuigd boeddhist, had aan het eind van de avond geen druppel gedronken. In een kaarsrechte lijn liep hij tussen zijn waggelende collega’s naar de uitgang, een bevroren glimlach om de lippen.

Karma opbouwen

Toen Khin Nyunt in 2004 uit de gratie raakte, stortte ook zijn geheime dienst in. Zo konden personae non gratae zoals ik weer een visum krijgen. Enigszins verbijsterd ontdekte ik hoe rap de herinnering aan de generaal werd gewist. In de pagode van zijn geboorteplaats Kyauktan, die hij had laten verfraaien om karma voor een volgend leven op te bouwen, herinnerde alleen een lege plek in de portrettengalerij nog aan de weldoener. Ook in het legermuseum ontbrak zijn foto die jarenlang de entree overzag. Alleen aan de gevel van het chique Sedona Hotel in Rangoon glansde een koperen plaat met zijn naam, ter gelegenheid van de opening van het eerste vijfsterrenhotel in de stad in 1996.

Een kennis regelde een afspraak met San Zarni Bo, een van de astrologen bij wie Khin Nyunt naar goed Birmees gebruik vaak te rade was gegaan. De waarzegger vertelde hoe de generaal het onheil had voelen aankomen. „Tijdens zijn laatste consult zei hij: ‘Ik heb maar één vraag. Ga ik het overleven, ja of nee?’ Toen het antwoord ja luidde, vertrok hij weer.”

In het weelderige groen rond de Nawaday Art Gallery vallen de agenten in burger niet meteen op. Even buiten de compound sluiten barricades en prikkeldraad een militair terrein af. De galeriehouder staat onder toezicht. Birmezen speculeren erover of dat op controle, bescherming of op allebei duidt. Zou de man wiens naam ze jaren slechts fluisterend durfden uit te spreken weer opduiken in het schimmenspel van de Birmese politiek?

Als ik terugkom om te horen of hij al op mijn ansichtkaart heeft gereageerd, zijn er meer bewakers in de tuin. Khin Nyunt is blijkbaar thuis. Terwijl ik mijn pas versnel, zie ik dat vanuit de orchideeën een smalle figuur de villa binnenglipt. Het gezicht van de medewerkster verraadt dat ze haar woorden zelf ook niet gelooft: „Hij heeft uw bericht ontvangen, maar hij heeft geen tijd voor bezoek. Hij moet zijn zieke vrouw verzorgen.” Dan doorbreekt ze haar ongemak met goed nieuws. Haar baas werkt aan zijn memoires. Ze glimlacht. „Dan kan elke Birmees de waarheid vernemen.”