Allen: ‘Denken over moord en doodslag is heel stimulerend’

In zijn nieuwe film, ‘Irrational Man’, keert Woody Allen terug naar zijn „eerste Rus”: Dostojevski.

De perfecte moord: geen wonder dat Dostojevski’s Misdaad en straf bij professor Abe Lucas op de werktafel ligt in Irrational Man. Een roman die ook Woody Allen (79) na aan het hart ligt, zo bewees hij al in 1989 met de film Crimes and Misdemeanors. Daar raakte een rechter (tijdelijk) verteerd door schuld vanwege een moord. Hier hervindt een professor juist zijn levenslust door een moord. Beide net iets anders dan Dostojevski’s student Raskolnikov.

Het is eind mei in Cannes, Woody Allen verkoopt in het Carlton Hotel zijn nieuwste film aan de filmpers, die in groepjes van zes tot acht in hotelkamers wachten. We hebben mazzel: het is vroeg, Allen is nog fris. Op de drempel van de tachtig lijkt zijn levensritme onwrikbaar vast te liggen: één speelfilm per jaar. In de winter een scenario schrijven in zijn appartement bij Central Park, met notities uit zijn nachtkastje als basis. In de lente voorbereiding en promotie van zijn vorige film. In de zomer opnames, in de herfst montage.

Allen huivert dan ook over 2015, het jaar dat hij voor het eerst sinds lange tijd van zijn routine afweek. Voor Amazon werkt hij aan een televisieserie, zes afleveringen van een half uur. Een vloek en een nachtmerrie, zucht hij.

„Ik weet niets van tv, dus zei ik nee. Maar ze bleven komen, elke maand had Amazon een beter aanbod. Ten slotte was het zo’n lucratieve deal met zoveel vrijheid dat ik geen nee kon zeggen. ‘Kijk, hier is een berg geld, doe wat je wilt. Hedendaags of kostuums, in Frankrijk, Rusland of New York, in kleur of zwart-wit, op het toneel of in de haven.’ Geweldig. Maar het is een nachtmerrie! Ik worstel en worstel en hoop dat ik mezelf niet voor gek zet of de mensen die in me geloofden al te erg teleurstel. Maar ik geniet er geen moment van. I bit off more than I can chew.”

Gelukkig heeft Allen altijd nog zijn Dostojevski voor een troostrijk woord. „Hij was mijn eerste Rus, die blijft je altijd bij. Ik raakte zelf in filosofie geïnteresseerd toen ik 21 was. Mijn eerste vrouw Harlene studeerde filosofie, ik hielp haar met huiswerk. Existentialisme was erg in trek en ik was een bewonderaar van Dostojevski en Ingmar Bergman, auteurs die veel dieper ingingen op existentiële kwesties dan Britten of Fransen. Ik deelde hun totale pessimisme, nog steeds trouwens. Ik vind het leven volstrekt zinloos.”

Zou hij, als professor Abe in zijn film, niet eens moord moeten proberen, grap ik. Allen: „Als ik iedereen mag vermoorden die ik wil, blijf ik alleen op de wereld achter. Helaas ben ik zo’n middenklasse-lafbek.”

Maar u heeft in uw loopbaan toch risico’s genomen...

„Welnee. Ik ben net zo iemand als Emma Stone in de film, die zelf niks durft en daarom gebiologeerd is door alles wat wel volatiel en zelfdestructief is. Weet u, ik bewonderde als jongeman de Franse existentialisten. Spinoza en Hegel: die schreven dikke boeken. Maar die Fransen waren zo flamboyant met hun zwarte coltruien en zware sigaretten. In je jeugdjaren het hoofdkwartier van de Gestapo opblazen en dan nu zelfmoord overwegen, al stel je dat nog even uit omdat je nog een peilloos diepzinnige roman of een toneelstuk moet schrijven.”

U hebt zelf niets meegemaakt?

„Minder dan jullie denken, ik ben een timide bourgeoistrut. Het punt is dat ik geen nieuwsgierig persoon ben. Ik hou niet van experimenteren, niet van reizen. Zonder mijn vrouw zou mijn hele leven zich afspelen in de twintig blokken rond mijn appartement. Ik heb zelfs nooit een trekje marihuana genomen.”

Ook niet in de jaren zestig?

„Nee, en ik zat er middenin! Op Manhattan, tussen stand-up comedians, jazzmusici, folkbandjes. Ik was nog geen dertig jaar, mensen van dubbel mijn leeftijd stortten zich juichend op de lsd en cocaïne! En ik: ‘Nee, dank u’. Jaren geleden dronk ik wel graag wijn, tot ik op een ochtend niet meer kon slikken. Mijn dokter zei: u mag geen wijn drinken, dan slaat uw slokdarm in een spasme. Dus dat was de wijn.”

U hebt genoeg aan uw fantasie?

„Ja. Denken over moord en doodslag is heel stimulerend. Stel, je bent Alfred Hitchcock en zit in een trein. Je ziet een man tegenover je en denkt: hij doet me een voorstel. Ik vermoord jouw vrouw, jij de mijne. Zo’n idee heeft grote schoonheid, dus al mijmerend ben je zo op het eindstation. Zo kan ik ook uren nadenken over de perfecte moord. Een sinaasappel bij de groenteboer vergiftigen? Nee, dat is onfair, iedereen kan een vreemdeling vermoorden. Je moet hem kennen. Enzovoorts.”

Dit is uw eerste film met Joaquin Phoenix. Moest hij van u zo dik worden?

„Nee, dat was zijn eigen idee. Ach, Joaquin...” (Allens ogen worden vochtig.) „Zo’n lieve, aardige jongen en je zou dat nooit geloven als hij hier zat. Hij lijkt zo gekweld, zo gecompliceerd. Vraag je: ‘Geef je het zout even door’, dan –” Allen krimpt theatraal ineen, zijn gezicht verkrampt „– is het bij hem direct Hamlet. Hij is zo onzeker, zo talentvol. Je hart gaat naar hem uit, want Joaquin lijdt pijn. Terwijl er echt niets is om pijn over te lijden.”

Zou psychoanalyse dan niet iets voor hem zijn?

„Wie weet. Veel mensen zijn bang dat psychoanalyse hun creativiteit nekt. Maar als het werkt, is het bevrijdend, kan ik na tientallen jaren wel zeggen. Dan ben je niet meer zo geobsedeerd door dingen waaraan je toch niets verandert. Mij hielp het. Zij het niet zo erg als ik hoopte.”