Voor de klas sta je te veel alleen

Samen doelen stellen, samen de kwaliteit van het lesgeven bespreken: Arjan Miedema wil af van zijn geïsoleerde bestaan als docent.

Illustratie Hajo Illustratie Hajo

Deze week gaan de scholen in de meeste delen van Nederland weer open na zes weken vakantie. Gisteren kwamen we als docenten samen, vandaag halen de leerlingen hun rooster en/of boeken op, en morgen zijn we ready to go. Terug in het ritme van het lesrooster, het nakijken, de oudergesprekken en de toetsperiodes. Ik heb er zin in.

Want ondanks of juist dankzij dat nerveuze ritme heb ik de afgelopen twee jaar als zeer leerzaam ervaren. Maar soms helaas ook als een eenzame worsteling. Zelf mijn lessen voorbereiden om me dan na de laatste bel af te vragen of het nou goed was of niet. En helaas ben ik daarin niet de enige. Zo stopt ruim 25 procent van de nieuwe docenten binnen twee jaar en staat het onderwijs steevast bovenaan in de ranglijst ‘burn-out’. Hoe komt dit?

Een docent is in grote mate zelfstandig. Vergeleken met een politieagent of dokter word ik maar weinig beïnvloed door een werkgever, ‘client’, vakgenoot of richtlijn. Fijn misschien, maar het maakt de onderwijsprofessional ook relatief geïsoleerd. Letterlijk zit de deur van het klaslokaal vaak dicht. In de lerarenkamer wordt wel eens stoom afgeblazen, maar voor een fundamenteel gesprek over onderwijs is vaak geen plaats. En trouwens ook geen tijd.

Goede ideeën worden weinig gedeeld en teleurstellingen meestal solo verwerkt. Behalve dat er zelden echt over onderwijs wordt gesproken, is ook de kunst bij elkaar afkijken een zeldzaamheid, net als het samen plannen of evalueren van lessen. Er zijn bovendien maar weinig gezamenlijke doelen.

Vreemd, want juist wij als docenten weten dat feedback cruciaal is en dat goede voorbeelden moeten worden gedeeld. De school als plaats van docent, ouder en leerling zou toch juist een plek van dialoog moeten zijn en onderwijs een vak dat vooral samen wordt uitgeoefend. Onderzoek laat bovendien duidelijk zien dat scholen waar meer wordt samengewerkt door docenten het beter doen.

Soms lukt het wel. Wekelijks overlegde ik afgelopen jaar met mijn twee biologiecollega’s. We reflecteerden op de afgelopen en bespraken de volgende week, we maakten toetsen en afspraken. Al was het een half uur op vrijdagmiddag, het was altijd een belangrijk en rustgevend moment.

Toch blijkt het in het nerveuze ritme op scholen vaak onmogelijk om elkaar echt te spreken. Scholen zouden daarom met een vaste lesvrije ochtend structureel ruimte moeten maken voor overleg en samenwerking. De cultuur van het ‘samen doen’ moet worden gestimuleerd. Eén van de pijlers van het project leerKRACHT, kortgeleden klein begonnen maar nu steeds breder gewaardeerd, is het samen lessen maken, bij elkaar kijken en het delen van ervaringen. Lesgeven als teamwork.

De werkdruk écht verlagen

Scholen krijgen gelukkig het vertrouwen van ministerie en inspectie om zelf binnen de kaders beleid in te vullen. Dit vertrouwen geeft de school als gemeenschap de ruimte om invulling te geven aan bijvoorbeeld de onderwijstijd. Maar met dit vertrouwen komt ook de dure plicht om ons als professionals samen verder te ontwikkelen. Om leergesprekken te voeren, doelen te stellen en daar samen aan te werken. Om met de Nieuw-Zeelandse onderwijskundige John Hattie te spreken: „We moeten een klimaat creëren waarin de kwaliteit van ons lesgeven altijd onderwerp van gesprek is.”

Om tot dit klimaat te komen is dus structurele en culturele verandering nodig. Wellicht is het daarom goed om volgend jaar nog ‘maar’ vier weken vakantie te nemen: een week langer door te gaan en een week eerder te beginnen. We zouden dan zonder leerlingen samen twee weken de tijd hebben om te evalueren, doelen te stellen en het jaar samen goed te beginnen, de werkdruk écht te verlagen. Want nu rollen we deze week waarschijnlijk weer regelrecht de hectiek in.