Vloeibaar goud

Vorige week werd ik vader. De dochter arriveerde na een woeste nacht in een kraamkamer van het OLVG te Amsterdam. Twee uur later ging ze voor het eerst met een taxi van TCA, waarin het naar dennennaalden rook en waarvan de chauffeur zei dat we hem zeker weten nooit zouden vergeten als hij juist nu tegen een boom zou rijden.

We tilden haar twee trappen op en legden haar in de wieg die er al weken stond. Met de dochter kwam een nieuwe wereld het huis binnen: een optocht van ervarings- en lactatiedeskundigen, verloskundigen, vroedvrouwen en kraamverzorgsters. De humor had zich goed verstopt, maar was als verstekeling toch meegekomen.

De vrouw van de ‘prikdienst’ had rookaanslag op haar tanden, uit haar kontzak stak een pakje Silver shag. Koolbladeren in de bh hielpen tegen zere tepels. Poepvlekken verwijderde je het best met Glassex. De zuster van onze kordate kraamhulp had in een vorig leven toevallig ook in ons huis gewoond en wilde de open keuken zien. Mijn moeder kwam met een gebroken teen en drie zwerende tenen omdat ze ‘zomaar’ uit bed was gerold. De andere moeder had een gehoorapparaat van hetzelfde merk, waardoor ze elkaar vonden in de conclusie dat het een extreem rustig kind was. Mijn zwager schikte mijn zus en hun puberkinderen zorgvuldig achter onze wieg, schroefde een flitslicht op zijn ouderwetse toestel en verloor zich in de fotografiehobby. De buurvrouw die borstvoeding belangrijk vond kwam aan de deur informeren naar de kleur van de ontlasting. „Vloeibaar goud, zul je bedoelen”, zei ze nadat ik ‘piccalillysaus’ had gezegd. De uitbater van de buurtsuper liet per sms weten dat hij vanwege ons Pampers in het assortiment had opgenomen, er werd op omzet gerekend.

Ik wilde wel blijven, maar liet me ook graag wegsturen. Naar de bemoeiallen van de borstvoedingswinkel voor een ‘voeding-bh’ en naar het Stadsdeelkantoor voor de aangifte.

„Weer een nieuw inwonertje erbij”, zei de ambtenaar daar. Hij bedeelde de dochter met acht nummers, nergens ter wereld kreeg je er volgens hem zo snel zo veel, al zei hij er eerlijkheidshalve bij dat hij een paginanummer van de geboorteakte had meegerekend. Nadat de formaliteiten waren afgehandeld mocht hij me namens de burgemeester een officieel cadeau aanbieden: een handdoek met capuchon in de kleuren van de stad met de tekst ‘I Amsterdam’ erop. Je mocht een gegeven paard natuurlijk niet in de bek kijken, maar blij werd ik daar als geboren Arnhemmer niet van. Mijn dochter deed toen we haar er na het badderen inwikkelden het enige juiste en spoot vloeibaar goud over de slogan. Alle twijfel, zo die al bestond, was weg. Ja, dit was mijn dochter! Om maar eens een cliché te gebruiken: een wolk van een baby.