Ruttes harde nee over Griekse steun is nu probleem voor VVD

Tweede Kamer debatteert morgen over Grieks steunpakket én over verkiezingsbelofte van Mark Rutte.

Het debat in de Tweede Kamer over de Europese steun voor Griekenland kent morgen één zekerheid. De rode knop uit het verkiezingsdebat van 2012, waarmee VVD-leider Mark Rutte zijn aversie tegen verdere steun aangaf, zal verschillende keren langskomen. „Als Griekenland belt voor een derde steunpakket, dan ben ik daar tegen”, zo zei de VVD-leider vlak voor de Tweede Kamer-verkiezingen.

In Den Haag kennen ze nog een tweede zekerheid: iedereen verwacht dat een Kamermeerderheid zich morgen uitspreekt voor dat derde Europese steunpakket van 86 miljard euro aan Griekenland, waarbij het Nederlandse aandeel 4,9 miljard bedraagt. Hoe pijnlijk de rituele dans morgen voor met name de VVD ook zal zijn.

En dat geeft de oppositie alle ruimte de premier van kiezersbedrog te beschuldigen. PVV-leider Geert Wilders heeft zijn motie van wantrouwen al op zak. Wilders mag zich vooraf al de publicitaire winnaar van dit debat noemen. Als eerste stelde hij het debat tijdens het reces plenair te houden en niet in kleiner commissieverband. Onder het motto: beslissen over miljardensteun doe je niet in „een achterafkamertje”.

Een makkelijke taak krijgt de coalitie morgen niet. Geleidelijk aan is de steun voor het Europese beleid flink teruggelopen: waren bij de eerste steunoperaties voor Griekenland aanvankelijk vooral PVV en SP tegen, inmiddels keren ook GroenLinks en ChristenUnie zich om verschillende redenen tegen. Alleen PvdA en D66 hebben al voor het debat aangegeven voor te stemmen.

Het CDA twijfelt: de partij van oud-minister Jan Kees de Jager, de onvermoeibare pleitbezorger voor eerder Griekse steunacties, vraagt zich voor het eerst echt af of Europa op deze voet verder moet. Maar, zo weet de partij, een tegenstem kan nog lang effect hebben op de toekomstige samenwerking met andere ‘centrumpartijen’.

De zwaarste worsteling vindt vanmiddag plaats bij de VVD wanneer de fractie zich beraadt. Premier Rutte is zijn partij voor geweest en heeft direct na de onderhandeling in Brussel al toegegeven dat hij zijn belofte aan de kiezer „in de kern” heeft gebroken. „Een slechte zaak”. Ook de fractie zal een draai moeten maken, tenzij ze zich tegen het kabinet wil keren. De partij is ongekend kritisch geweest over de Griekse regering. De liberalen hielden het tot vorige maand nauwelijks voor mogelijk dat de Grieken aan de voorwaarden zouden voldoen en dachten al aan een ‘Grexit’. Bij het eerdere debat tijdens het zomerreces, in juli, hield VVD’er Mark Harbers zijn kaarten tegen de borst: het reddingsplan was nog niet definitief. Dat is morgen anders: alle partijen zullen zich uitspreken, ook al hoeft de Kamer formeel geen groen licht te geven.

En dus moet de VVD haar weerzin inslikken. Een tegenstem zou immers betekenen dat Rutte aan zijn Europese collega’s moet vertellen dat hij geen parlementaire goedkeuring krijgt. Door toedoen van zijn eigen partij.