Kolossale logistieke operatie jaren voorbereid

Sail gaat feitelijk van start bij de sluis van IJmuiden, met een druk op de knop. Daarna wordt het snel ingewikkelder.

Bezoekers op een schip van de kustwacht in de haven van IJmuiden. Foto Jerry Lampen/ANP

Het ziet er eenvoudig uit. „Ik druk op een knop en de deur gaat dicht”, zegt Fred de Vries, sluiswachter van de Noordersluis in IJmuiden. Vanuit een toren bedient hij de deuren van de vierhonderd meter lange en vijftig meter brede sluis, waar een olietanker aanmeert, de Arkhangelsk, op weg naar zee. Vletterlieden gooien trossen over de bolders. Omloopriolen nivelleren het tachtig centimeter grote verschil in waterpeil tussen kolk en zee. De deuren gaan weer open. En weg zoeft het vaartuig. Het schutten heeft een kwartier geduurd.

Dit is de sluis waarin vandaag en morgen de tall ships worden geschut, machtige historische zeilschepen waarvan er nu nog enkele werkeloos aan de kade in IJmuiden liggen, maar die morgen glorieus, in een twaalf kilometer lange parade, goed voor een uurtje of drie kijkplezier langs de kant, over het Noordzeekanaal Amsterdam zullen binnenschuiven.

Veertien schepen tegelijk

Er wordt straks niet één schip per keer geschut van zee naar kanaal, maar een schip of veertien. Kan makkelijk, zegt sluiswachter De Vries. „De tall ships lijken groot, maar ze zijn natuurlijk veel kleiner dan moderne schepen.” Een lengte van driehonderd meter is geen uitzondering voor een tanker of cruiseschip. Vorige maand nog deed een cruiseschip van 333 meter Amsterdam aan.

De zeesluizen van IJmuiden vormen eigenlijk het geheim van het succes van Sail. „Mensen hebben geen idee wat hier allemaal gebeurt. Maar juist door deze sluizen kunnen we van Sail zo’n uniek nautisch evenement maken”, vertelt Erwin Sandburg, oud-stuurman op de grote vaart, voormalig hoofd verkeersplanning en tegenwoordig projectleider Sail bij Havenbedrijf Amsterdam. De sluizen maken mogelijk dat honderden schepen en bootjes een betrekkelijk kalm IJ bereiken, zonder getij en veel stroming. „Zo’n evenement kun je in een open getijdehaven als Rotterdam of Scheveningen niet houden.”

Het wonderlijke van de vijfjaarlijkse happening is niet alleen dat er zo veel historische prachtschepen samen komen, maar dat het publiek de ruim vijftig tall ships en in totaal bijna zeshonderd schepen in eigen bootjes mag begeleiden, en als die schepen vanaf morgen in het IJ zijn afgemeerd, deze tot zeer nabij mag naderen. Het resultaat is een een reusachtige vloot zonder chagrijn, een op het oog chaotisch feest van allerlei soorten schepen en bootjes, dat doorgaans in gemoedelijkheid en zonder veel ongelukken verloopt. „Er gebeurt vrijwel nooit iets vervelends bij Sail”, zegt Sandburg. „Er kan natuurlijk altijd een ongeluk gebeuren. We hebben acht keer een oefening gedaan met scenario’s, bijvoorbeeld als een pleziervaartuig wordt aangevaren en zinkt. We weten hoe we daarmee om moeten gaan. Er komen ook heel veel mensen op af. Maar ze zijn allemaal in een vrolijke stemming. En anders dan bij voetbalwedstrijden, is er geen tegenstander die agressie oproept.”

Niet dat Sail geen kolossale logistieke operatie is die een grondige voorbereiding vergt. „We zijn er bijna twee jaar mee bezig geweest”, zegt Sandburg. Tijdens de parade, bijvoorbeeld, is de route voor andere scheepvaart gesloten. „Dat moet je communiceren.” Cruiseschepen worden tijdelijk naar elders in Amsterdam verwezen, riviercruiseboten naar de omliggende regio. In de dagen na de parade kan de beroepsvaart alleen in konvooi, „heel voorzichtig” onder begeleiding van patrouillevaartuigen met zwaailicht, het IJ bevaren. De duwvaart met meer dan twee duwbakken mag alleen ’s nachts opereren als de recreatievaart is verdwenen.

Roeiers en surfers geweerd van IJ

Voor de pleziervaart is een vracht aan regeltjes opgesteld, onder het motto Varen op het IJ? Hou het koppie erbij! Open vuur is verboden. Aan het roer geen alcohol. Kinderen aan boord moeten zwemvesten dragen. De maximale vaarsnelheid bedraagt zes km/uur. Roeiers en surfers worden geweerd, net als vlotten. Er zijn veel havenbeambten en verkeersleiders die de beroepsvaart, grote recreatievaart, feestboten en kleine passanten beoordelen op „IJ-waardigheid” ondersteund door de verkeersdiensten in IJmuiden en Schellingwoude. „Waar ik nog het meeste tijd in heb gestoken, is het bevorderen van de samenwerking”, zegt Sandburg. Zodat niet alleen zijn Havenbedrijf Amsterdam deze nautische kluwen in de gaten houdt, maar ook Rijkswaterstaat, het waterbedrijf Waternet, omliggende gemeenten en de politie. Ook de Rotterdamse haven verleent assistentie. „Die sturen een patrouillevaartuig.”