Wie heeft het lef onze jongens misdadigers te noemen

Natuurlijk, er waren 2 oorlogen aan de gang. Niet alleen tussen ons en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders, maar ook tussen Indonesiërs onderling.

Als dienstplichtig korporaal dienend in N.N.-Guinea in 1961 had ik vaak wachtdienst met oud-KNIL sergeants. Dan kwam vaak de strijd in Indië ter sprake en mijn vragen hoe dat nu zat met de wreedheden die daar door ons zouden zijn uitgehaald. Zo’n sergeant kwam dan met verhalen. Een voorbeeld: de buitenposten werden één keer per week bevoorraad. Dat gebeurde door een klein konvooi met voorop een brencarrier (lichte pantserauto), daarachter een paar jeeps en een vrachtauto met soldaten. Vanaf de voorste wagen moest er scherp opgelet worden of er geen trekbommen, ingegraven bommen of granaten waren, die door middel van een touw tot ontploffing gebracht werden. Als de aarde omgewoeld was, moest je stoppen om dit te onderzoeken. Bij een dorp werd een bom gevonden en de vrijheidsstrijder die de bom moest laten ontploffen, werd uitgeschakeld. Het dorpshoofd en andere bewoners werden er nogmaals op gewezen dat dit niet meer mocht gebeuren. Ze moesten in dat geval de Nederlandse buitenpost waarschuwen. Dit werd uitdrukkelijk beloofd.

Een paar weken later was het konvooi verlaat door ontvangen flankvuur. Het was al schemerig toen ze het dorp passeerden. De bom werd niet opgemerkt en ging af. De chauffeur was op slag dood, de iets hoger gezeten wagencommandant was zwaargewond, evenals de brenschutter. De soldaten uit de vrachtauto sprongen van de auto en hoorden de gewonden brullen van de pijn. Ze gingen op zoek naar de dader die het dorp in was gevlucht. De soldaten openden in hun wanhoop en verdriet het vuur op de dorpsbewoners. Terug in de ‘kazerne’ stapten ze uit hun auto’s en zaten huilend op de grond. Wat hebben we gedaan, wat hebben we gedaan...

Wie heeft het lef om deze Nederlandse jongens oorlogsmisdadigers te noemen. Deze inmiddels oude mannen spreken nooit over hun tijd in Indië. NRC heeft op 14 augustus deze mannen geen dienst bewezen. Als je met Indonesiërs praat over die tijd, dan zeggen ze Tempo Doeloe, verleden tijd. Ze weten dondersgoed hoe ze zelf moordend door de Indo-, Chinese en Molukse wijken op Java zijn gegaan. Ze zouden ook moeten weten dat Indonesië in het bezette Nieuw-Guinea honderdduizenden Papoea’s die in de weg stonden bij hun rooftocht in dat land, vermoord heeft.

Dpl. korporaal F-compagnie 6 IB Sorong