Ik kon bij mijn vader moeilijk mijn ei kwijt

Hockeyer en zoon van de oud-bondscoach wil op het EK, dat vrijdag begint, eindelijk weer een hoofdprijs winnen. „Onder Max Caldas is het voor mij minder ingewikkeld.”

Seve van Ass: „Ik had echt wel het gevoel dat ik wat kon toen mijn vader mij bij het Nederlands elftal haalde, maar de buitenwereld zette er toch vraagtekens bij.” Foto Bastiaan Heus

Seve van Ass trekt zijn gezicht in een grijns. Als de hockeymannen onder de leiding van zijn vader met 3-1 leidden in een interland, dan mocht wat hem betreft „het dak eraf”. Vijf, zes, zeven doelpunten, hoe meer hoe beter. Typisch Paul van Ass – het publiek wil ook wat. Bij Max Caldas is dat anders. Zakelijk, safety first. „Minder pieken, maar ook minder dalen. We willen nu eindelijk eens een echte prijs pakken.”

Seve van Ass (23) maakt de vergelijking tussen de oude bondscoach – zijn vader die hem in 2010 als tiener liet debuteren – en diens opvolger niet zomaar. Natuurlijk was hij blij als zijn vader hem selecteerde. Maar het deed ook extra veel pijn toen die hem in 2012 liet afvallen voor de Spelen in Londen, waar Nederland uiteindelijk de olympische finale zou halen.

„Ik ben hartstikke blij dat we nu allebei onze eigen plek hebben”, biecht Van Ass jr. op aan de vooravond van het EK in het olympisch park van Londen – waar zijn vader drie jaar geleden olympisch zilver haalde. „Onder Max is het veel minder ingewikkeld. Ik had echt wel het gevoel dat ik wat kon toen mijn vader mij bij het Nederlands elftal haalde, maar de buitenwereld zette er toch vraagtekens bij.”

Toen was hij één van de talenten op de Nederlandse velden, inmiddels is hij uitgegroeid tot een dragende speler; zijn gave techniek koppelt hij steeds meer aan een aanstekelijke vechtlust. „Fenomenaal”, zegt Caldas over zijn ontwikkeling. „Als persoon, in de groep, op trainingen, in wedstrijden, Seve neemt zijn verantwoordelijkheid – vraagt zelfs om meer. Zonder meer één van onze key players voor het EK en de Spelen in Rio.”

De begaafde middenvelder – op weg naar honderd interlands – oogt in het veld alsof er een last van hem is afgevallen, sinds het vertrek van zijn vader als bondscoach na de verloren WK-finale in Den Haag. „Het is voor mij de laatste stap geweest, spelen onder een andere bondscoach. Als ik er doorheen zit ga ik naar mijn ouders, en kan ik mijn ei kwijt. Dat was toch anders onder mijn vader. Onze relatie speler-coach was altijd goed, maar thuis was hij weer mijn vader. Daar was het soms moeilijk switchen.”

Zijn moeizame aanloop als international bracht hem wel eens aan het twijfelen. „Er waren wel momenten dat ik dacht: ben ik wel zo goed? Maar na Londen heb ik tegen mezelf gezegd: nu kappen met die twijfel, vol voor het hockey gaan. Ik kwam destijds wel naar de trainingen, ik deed echt mijn best, maar er is een verschil tussen komen opdagen en trainen voor een echte missie. Als mijn vriendjes op het strand liggen denk ik: leuk voor ze, maar ik wil hockeyen. De stap van talent naar volwaardig international is puur mentaal.”

Vanaf dat moment ging hij groeien. Speelde een goed WK, met een dramatische afloop – ook voor zijn vader. Die finale tegen Australië (6-1) dreunde nog maanden na. „Dit team heeft op het WK echt een tik gekregen.”

Een jaar later lijkt Caldas de juiste snaar te hebben geraakt bij de spelers. De Argentijn werd aangesteld om de hockeymannen eindelijk weer eens aan een prijs helpen. Tijdens de Spelen van 2000 werd de laatste grote trofee gewonnen, terwijl de ploeg tot 2007 terug moet voor de laatste EK-titel. Eén speler van nu weet nog hoe dat voelt: Robert van der Horst was er toen bij in Manchester.

Terug op Britse bodem zijn bij het EK in Londen opnieuw Duitsland, België en Engeland de grootste concurrenten. De aanloop naar het toernooi was goed, met de olympische kwalificatie die werd afgedwongen bij de Hockey World League in Buenos Aires. En onlangs won Nederland in Düsseldorf nog een oefenduel tegen Duitsland met 5-1.

Belangrijker is dat de groep zich goed voelt onder het bewind van Caldas. „We zijn een andere koers gaan varen.” Hij zag hoe Caldas een „heel frisse kijk” op het hockey meebracht. „We zijn fysiek sterker geworden door krachttrainingen, we hebben meer spiermassa gekregen. Daardoor hebben we meer kracht in de duels. Max hamert er heel erg op dat we stabieler worden. Zakelijker, minder frivool.”

Met die nieuwe zakelijkheid hoopt de lichting van Van Ass af te rekenen met wat zo langzamerhand een trauma is geworden in het Nederlandse hockey. „Met mijn generatie hebben we in de jeugd alles gewonnen. Wij zijn eigenlijk bezig met de wederopbouw van de Nederlandse hockeyheren – sorry als ik voorgaande generaties daarmee tekort doe. Bij ons leeft het besef dat dit echt een goede generatie is. Tegelijkertijd weten we dat we nog niks hebben gewonnen. Maar de jongeren zijn nu volwassen. Onze vruchtbare periode breekt aan.”

In Londen komt komende week bijna de voltallige topvijf van de wereld in het veld – uiteraard op wereldkampioen Australië na, misschien wel het sterkste hockeyteam ooit. „Dat zou kunnen. Maar Australië en Duitsland zijn voor Rio de grote uitdaging. Australië is veruit de beste, met hun megahoge tempo, hun fysieke kracht en fitness. Maar wij kunnen met onze creativiteit weer dingen die zij niet kunnen, wij hebben gevoeld dat we ze met combinatiehockey kapot kunnen spelen. Ik geloof dat het kan.”