Geïnspireerd door ABBA

Niemand weet wie de bandleden van de band Ghost zijn. Vijf van hen zijn gestoken in monnikspijen, de leadzanger gaat schuil achter een doodsmasker. Die poppenkast bracht ze al op Lowlands en Pinkpop. Deze week verschijnt hun derde album.

‘Ik word ’s ochtends vaak wakker terwijl ik denk: kunnen we niet gewoon succesvol zijn zonder dat gedoe?” zegt een naamloze Ghoul over de telefoon. Het is natuurlijk niet zijn echte naam, Ghoul. En hij is ook geen echte demoon; demonen slapen immers niet. Die wachten.

Met ‘gedoe’ bedoelt Ghoul het spelletje dat zijn band met het publiek speelt. De band lijkt duister en satanistisch, maar blinkt juist uit in onweerstaanbare hardrock met pop-invloeden. Vijf jaar na het debuut is nog steeds niet bekend wie er in de Zweedse band Ghost speelt.

We weten dat de zanger Papa Emeritus heet, en dat hij lijkt op een contrapaus. We weten dat hij wordt begeleid door vijf in monnikspijen gestoken handlangers die Ghouls worden genoemd. Maar de rockers zijn zo goed verkleed dat ze – tot nu toe – onherkenbaar weten te blijven.

Die poppenkast werkt. Ghost boekte in de laatste paar jaar een reeks enorme successen: Metallica nodigde de band uit voor hun eigen Orion Festival, Dave Grohl produceerde een paar nummers (er gaan zelfs geruchten dat Grohl als Grouhl op het podium met Ghost stond) en in Nederland speelden ze op Pinkpop, Lowlands en Fortarock. Een restaurant in Chicago serveert zelfs een speciale Ghost-burger. Met geitenvlees, uiteraard.

Van Benny wist je wel wie hij was

En je verwacht het niet, maar de geest van ABBA waart op iedere plaat van Ghost rond; de band coverde zelfs ‘I’m a marionette’.

„ABBA staat bij mij op een voetstuk”, zegt Ghoul aan de telefoon. „Zij perfectioneerden theatrale muziek. Als wij daarmee vergeleken worden, vind ik dat een te gek compliment.”

Nu was van Björn en Benny van ABBA direct bekend wie zij waren, maar bij Ghost blijft het gissen. Eén ding weten we: ze zijn ook Zweeds.

Met de definitieve doorbraak in zicht zal de heksenjacht verder worden opgevoerd en zal het niet lang meer duren voor de ware identiteit van de bandleden alsnog wordt onthuld. Dat zal niet betekenen dat Ghost dan stopt met die verkleedpartijen, zegt Ghoul: „Stel je Angus Young van AC/DC in 1978 voor terwijl hij schreeuwt dat-ie niet meer in dat stomme schooluniform gaat spelen. Dat kan hij wel vinden, maar iedereen wil hem zo zien.”

Iedereen wil bijzonder zijn

De nieuwe plaat Meliora, die deze week verschijnt, zal door de grootse productie en euforische, dansbare liedjes de bekering van een groot publiek inluiden. Heeft Ghost daarom ook voor het Latijnse woord voor ‘beter’ gekozen op deze plaat? Nee, het gaat om een door zelfverbetering geobsedeerde tijdgeest, zegt Ghoul: „Het is ironisch bedoeld. Iedereen wil tegenwoordig bijzonder zijn, zichzelf blijven verbeteren. De meeste mensen zijn daardoor hun doel kwijtgeraakt. Zonder doel word je depri. Ooit Cesar Milan gezien? Wat hij doet is onhandelbare honden op hun plek zetten, het zijn immers groepsdieren. Zodra ze hun plek kennen, zijn de problemen voorbij.

„We hebben er collectief voor gekozen om exceptioneel te zijn en géén onderdeel van een collectief te worden, dus ook om geen plek te hebben. Veel mensen tegenwoordig zijn hun plek kwijt.”

De enige die exceptioneel is in Ghost is Papa Emeritus en die wordt per nieuwe plaat ingeruild. De band is nu toe aan zanger nummer drie. „Dat besluit om Papa Emeritus te vervangen is een beslissing van hogerhand waar wij niks mee te maken hebben”, zegt Ghoul lachend. „Papa Emeritus III komt meestal net voor de show aan en gaat direct erna ook weer weg. Hij moet op tijd zijn, dat is alles wat we willen. Na achttien maanden nokt-ie ook weer, dus waarom zou ik me aan hem hechten?”

Het is een grap van Ghoul, maar het is ook een boodschap: Ghost is een collectief waarin iedereen zijn plek kent, ook die ene die vooraan staat. Cesar Milan komt er niet aan te pas.

Moet je headbangen of dansen?

Ghost profileert zichzelf als een kerk, maar wel een zonder hiërarchie. Daarnaast wordt er aan volgelingen nu eens niet voorgeschreven wat ze moeten doen. Live is dat nog het best te zien; op Pinkpop en Fortarock vorig jaar stond een deel van het publiek te headbangen, terwijl een ander deel danste – of een poging daartoe deed. Ghoul geniet van de verwarring die zijn duivels aanstekelijke deuntjes veroorzaken. „Vanaf het podium ziet het er geweldig uit. Het is zo’n onvrijwillig blankemannendansje dat je jongens soms in een club ziet doen als ze tegen hun zin dansen. Ik zie vooral dat de meeste mensen in ons publiek lachen, daar ben ik trots op.

Niemand begrijpt ze

„Niemand begrijpt Ghost, wat ervoor zorgt dat we veel meer mensen aanspreken: jong en oud. We zijn niet een ‘zo-en-zo’-band, die dicteert wat je moet doen, met de juiste tattoos en zo. Echt, sommige bands zijn zo veeleisend naar hun fans. Wij niet. En iedereen is welkom. Ghost is niet specifiek voor de kids of voor vrouwen.”

Nog even over die anonimiteit: heeft Ghoul nooit eens in het publiek met een potje bier gestaan terwijl iemand anders zijn gitaarpartijen speelde? Het valt toch niet op.

„Verleidelijk idee. Veel mensen vinden dat we het economisch moeten aanpakken en eigenlijk alleen Papa op pad moeten sturen. Wij werken echter als iedere andere rockband; de chemie moet goed zijn. Ghost heeft een bepaalde groove, dan kun je niet ineens met een andere gitarist spelen. Die groove is zo specifiek... Eigenlijk maken we boogiewoogie, haha.”

En aan die lach is niks demonisch.