Geen voorkeursoor voor gefloten taal

Mensen luisteren vooral met hun rechteroor naar gesproken taal, maar bij gefloten taal maakt het niet uit.

Man die Turks fluit Foto Onur Güntürkün

Het rechteroor is dominant bij het luisteren naar gesproken taal. Dat is vastgesteld met onderzoek naar gesproken en gefloten Turks.

Gefloten Turks is een nog veel gebruikte gefloten taal uit het bergachtige noordoosten van Turkije.

Er bestaan meer gefloten talen. Ze worden gebruikt in bergachtige streken waar mensen op grote afstand met elkaar willen communiceren. In die gebieden hebben groepen mensen, onafhankelijk van elkaar, hetzelfde principe ontdekt: als je heel hard fluit (het is een soort vingerfluiten) en tijdens dat fluiten woorden of zinnen articuleert zoals je dat tijdens het spreken ook zou doen, ontstaat er een signaal dat iemand anders, mits enigszins getraind, meestal wel kan verstaan.

Gefloten taal komt op alle continenten voor. In Europa is er onder andere het gefloten Silbo van het Canarische eiland La Gomera. Die fluittechniek is met uitsterven bedreigd, onder andere door de opkomst van de mobiele telefoon, en daarom door de Unesco op de werelderfgoedlijst geplaatst.

Omdat de articulatiemogelijkheden tijdens fluiten een stuk beperkter zijn dan tijdens spreken (probeer maar eens te fluiten terwijl je het woord ‘taxi!’ articuleert) gaan er in gefloten taal een aantal contrasten verloren die je in gesproken taal wel hebt. Desondanks blijft er genoeg over om elkaar min of meer te kunnen verstaan.

Hersenonderzoekers (met Turkse wortels) van de universiteit van Bochum onderzochten het gefloten Turks omdat ze benieuwd waren welk oor dominant is bij het luisteren en welke hersenhelften actief zijn bij de verwerking. Ze publiceerden er gisteren over in Current Biology.

Mensen die gesproken en gefloten Turks beheersten, kregen een koptelefoon op en luisterden naar gefloten Turks dat meestal voor beide oren hetzelfde was maar soms ook even verschilde. De hersenen kozen dan een van beide signalen, zonder voorkeur voor een van beide oren.

Hetzelfde experiment werd gedaan met gesproken Turks. Als het ene oor een ander woord te horen kreeg dan het andere oor, was de kans groot dat de hersenen het signaal van het rechteroor oppikten. De verklaring daarvoor: wat het rechteroor waarneemt, wordt in eerste instantie in de linkerhersenhelft verwerkt, en dat is de hersenhelft die het meeste werk verzet bij het interpreteren van gesproken taal.

Waarom is het rechteroor bij gefloten taal niet dominant? De verklaring ligt voor de hand, schrijven de onderzoekers: gefloten taal maakt, meer dan gesproken taal, gebruik van toonhoogteverschillen en melodie. Dat zijn akoestische eigenschappen waar de rechterhersenhelft in gespecialiseerd is. Daarnaast bevat gefloten taal ook klankkleurverschillen en die worden juist weer in de linkerhersenhelft verwerkt. Bij het decoderen van gefloten taal hebben beide hersenhelften het dus ongeveer even druk.