De plantenstamboom staat met zijn wortels diep in het water

Stammen bloeiende planten van waterplanten af? Fossielen van een ‘Spaans’ waterplantje wijzen daar wel op.

Montsechia (dit exemplaar is 8 bij 6 centimeter) leefde volledig onder water. Hij is slap en heeft geen wortels. Foto David Dilcher

Bloeiende planten, tegenwoordig de meest voorkomende planten op aarde, zijn 130 miljoen jaar geleden ontstaan als waterplant. Dat denken botanici op basis van het afgebeelde fossiele waterplantje Montsechia, dat destijds groeide in meren, in wat nu Spanje is.

Montsechia is een bijzonder fossiel. Het is een primitieve waterplant én het is een heel oude bloemplant: dat is de grote plantengroep waartoe alles behoort van maïs en madelief tot beukeboom.

Bijna alle bloemplanten zijn landplanten, en dat geldt ook voor hun fossielen. De botanici die deze week in PNAS over Montsechia publiceren suggereren dat bloeiende planten als waterplanten ontstonden. „Dat is precies de vraag die we opwerpen”, bevestigt eerste auteur Bernard Gomez van de Université Lyon desgevraagd in een e-mail.

De oorsprong van moderne bloeiende planten (‘bedektzadigen’) is in nevelen gehuld. Volgens DNA-analyses van moderne bloemplanten ontstond de groep ongeveer 150 miljoen jaar geleden, in het Jura – misschien zelfs meer dan 200 miljoen jaar geleden. Hoe dan ook: uit die vroege periode zijn er weinig fossielen en die zijn ook slecht bewaard gebleven.

In het Vroege Krijt (circa 125 miljoen jaar geleden) duiken dan opeens complete bloemplanten op, met alles erop en eraan. Bloemen, bladeren, stuifmeel. Soms zijn ze al herkenbaar als moderne planten, zoals magnolia’s. Daar moet dus een onzichtbare ontwikkeling aan vooraf gegaan zijn.

Hoe verliep die evolutie? Tegenwoordig zijn bloemplanten bijna altijd landplanten: 98 procent van de soorten groeit op het land. In het Vroege Krijt was dat anders, denkt Gomez. Hij deed 17 jaar onderzoek aan Montsechia. De oeroude plant werd ruim een eeuw geleden ontdekt in Spanje, en er zijn honderden fossielen van. Vakgenoten werden het niet eens over de plant. Het was een paardestaart, een familielid van de naaldbomen (géén bloemplanten) of toch een primitieve bloemplant.

Gomez verzamelde nieuw materiaal en prepareerde fossiele planten vrij uit de steen (de waslaag die daarop bewaard blijft, is „een soort mummie”). Hij zag een slappe plant met vruchtjes die hij kende van een moderne waterplant: het hoornblad (Ceratophyllum) dat ook in Nederland voorkomt. Montsechia, concluderen Gomez en collega’s uit Spanje, Duitsland en de VS, is de voorouder van hoornblad.

Dat is interessant, want hoornblad is óók een primitieve plant. Genetici zagen hem ooit zelfs als de oudste tak van de plantenstamboom. Die plaats moest hij later afstaan aan de struik Amborella, maar twijfel bleef. Dat de plantenstamboom met de wortels in het water staat, wordt door Montsechia ineens weer aannemelijker.