Culturele vriendjespolitiek

Negenentwintig keer. Zo vaak gunde Guus Beumer, voor wie iedere wisseling van functie een volgende hoge positie in de culturele sector heeft betekend, sinds 2001 een door de overheid betaalde opdracht aan EventArchitectuur, het bedrijf van zijn levenspartner Herman Verkerk. Als directeur van het Het Nieuwe Instituut in Rotterdam, zag hij geen reden om EventArchitectuur niet ook de opdracht voor het ontwerp voor ‘het Tijdelijk Modemuseum’ te gunnen. Dertien september gaat het open, met financiële steun van de ministeries van OCW, Buitenlandse Zaken en Infrastructuur en Milieu.

De omvang van de jarenlange samenwerking van Beumer met Verkerks bureau verbaast, en de openlijkheid ontroert. Beumer lijkt oprecht niet te begrijpen wat er zo verkeerd aan is: je partner een lucratieve opdracht geven, betaald met publiek geld. De ware voor hem kan niet anders dan de ware voor iedereen zijn. Hij is gewoon de beste. Die blinde overtuiging leidt nou precies naar het verraderlijke pad waar toezicht en bestuur een directeur van weg moeten houden.

„Toezichthouders en bestuurders vermijden elke vorm van belangenverstrengeling. De raad van toezicht ziet hier op toe”, schrijft de gedragscode voor culturele instellingen.

Maar de raad van toezicht (RvT) van Het Nieuwe Instituut maakte een uitzondering gezien de „reeds sinds lange tijd bestaande inhoudelijke samenwerkingsrelatie” – wat geen argument is maar precies het punt van zorg. Daarbij meldt de RvT de „specifieke kwaliteit die EvenArchitectuur inbrengt”. De eenzame hoogte bestaat. Maar zo eenzaam – dat is bovenmenselijk. Even verder zoeken had, zeker in dit geval, voor de hand gelegen.

Ook Cultuurminister Bussemaker (PvdA) wuift de vermoedens van belangenverstrengeling weg met een brief vol ruis over de zin van transparantie. Des te bevreemdender is het dat de minster, de eerdere gevallen van samenwerking van Beumer en Verkerk negerend, oordeelt dat er niets verkeerds aan de hand kan zijn, aangezien beiden „niet eerder bij enig tentoonstellingsontwerp binnen Het Nieuwe Instituut betrokken [zijn] geweest”. Dat klopt. En dat is dan ook niet de kwestie.

Deze achteloze afweer van zowel de RvT van Het Nieuwe Instituut als de minister is behalve onfatsoenlijk jegens de belastingbetaler ook schadelijk voor de hele culturele sector. Laten zij nu alsjeblieft werkelijk uitleggen waarom ze van mening zijn dat er geen belangen verstrengeld zijn nu Beumer voor de zoveelste keer zijn partner een opdracht toeschuift. Kunnen zij dat niet, dan zullen ze zich moeten beraden hoe deze kwestie af te handelen.