Buxtehude: het geheime recept tegen depressiviteit

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere dinsdag zien wat de schoonheid is van klassieke muziek. Vandaag: Buxtehude, een geniale voorloper van Bach.

Er is zo veel klassieke muziek dat je nooit alles kunt luisteren. Alleen al met de allerbekendste werken uit de canon (die negen symfonieën van Beethoven, Verdi’s La Traviata en ga zo maar door) kun je een leven bezig zijn. Je hebt liefhebbers die eindeloos favoriete stukken uitpluizen en daar alsmaar nieuwe uitvoeringen van blijven zoeken. En je hebt mensen die hun hele leven op zoek blijven naar dat ene in de vergetelheid geraakte meesterwerk.

Natuurlijk zijn er geweldige componisten of stukken die over het hoofd zijn gezien. Maar het wegen van die stukken is niet zo makkelijk als het lijkt, door het referentiekader dat we hebben opgebouwd (je zou ook kunnen zeggen: dat we opgedrongen hebben gekregen).

Dat zit zo: we zullen muziek uit, bijvoorbeeld, de tijd en de regio van Vivaldi (Venetië, eerste helft achttiende eeuw) altijd aan diens muziek toetsen omdat we met Vivaldi’s muziek vertrouwd zijn. De onbekende componist wordt dan in onze ogen vanzelf ‘een tijdgenoot van’, en als zodanig ook door de muziekindustrie in de markt gezet als er weer eens een opname van de Vivaldi-tijdgenoot in kwestie verschijnt.

Erg? Tsja, we kunnen er ook weinig aan doen. Niet meer dan aandachtig luisteren, en als we dat maar lang genoeg doen is de componist misschien ‘tijdgenoot-af’.

Soms gebeurt het dat een componist de context ontgroeit. Zoals in het geval van Dietericht Buxtehude (geborgen 1637 of 1639, waarschijnlijk in Helsingborg, overleden 1707). Lang werd hij beschouwd als een ‘kleine meester’ en was hij alleen bij organisten en Bach-specialisten bekend. Dat laatste heeft te maken met een van de beroemdste anekdotes uit het leven van Johann Sebastian Bach. Die zou meer dan 400 kilometer te voet hebben afgelegd om van de oude Buxtehude les te krijgen. Van Arnstadt naar Lübeck. (Bach had als organist, met al die voetpedalen te bedienen, natuurlijk uitstekend afgetrainde benen.)

Dat Bach er zoveel voor over had om Buxtehude te zien, geeft wel aan welke status hij genoot. Hij was één van de grootheden van zijn tijd. In Lübeck, de Noord-Duitse havenstad, organiseerde hij Abendmusiken, concerten waar de beste musici op afkwamen. Bach zou hebben meegedaan aan zo’n muziekavond.

Buxtehude, van wie helaas veel werk verloren is gegaan, wordt gerekend tot de Noord-Duitse School, een verzamelnaam voor een paar generaties orgelcomponisten in de Hanzesteden. Een kenmerk is dat zij veel gebruik maakten van de stylus phantasticus, de meest vrije componeerstijl die doet denken aan improvisatie. Wie vertrouwd is met Bach, zal merken dat ook Buxtehude een groot fan is van de koralen: de eenvoudige lutherse kerkliederen. Die vormen de basis voor veel composities.

Buxtehude heeft een hoop duistere muziek gemaakt. Zijn Membra Jesu Nostri bijvoorbeeld, een cyclus van zeven muziekstukken over lichaamsdelen van Jezus wanneer hij aan het kruis genageld is. Een hoogtepunt in zijn oeuvre.

Dat geldt ook voor het Klag-Lied (‘Muß der Tod denn auch entbinden’), dat ook voor een onbehaaglijk gevoel kan zorgen. Niet zo gek: Buxtehude schreef het als treurmuziek voor de begrafenis van zijn vader. Door alle herhaling brengt Buxtehude de luisteraars in trance.

Maar hij blinkt net zo goed uit in opgewekte muziek. Luister het ogenschijnlijk simpele Schwinget euch himmelan: dit kan nooit door een gekwelde ziel zijn geschreven. Als ik dokter was en mensen bij mij op consult kwamen voor de behandeling van een depressie, is dit wat ik zou voorschrijven. Wat een positiviteit, wat een energie, wat heerlijk!

Wie Buxtehude luistert, hoort een geïnspireerd componist. En begrijpt dat Bach niet uit de lucht is komen vallen. Bach was zeker een genie. Maar net zo zeker is dat hij opgroeide in een bloeiende muzikale cultuur.