Brieven

Foto’s al eerder gemaakt

De twee foto’s van het optreden van de mariniers bij Op de vlucht neergeschoten in de minispecial Van Indië naar Indonesië (15/8) zijn niet tijdens of na de eerste ‘politionele’ actie in de zomer van 1947, maar al een jaar eerder gemaakt door de mariniersfotograaf Hugo Wilmar.

In dat jaar, 1946, waren er voortdurend acties van de mariniers tegen ongeregelde Indonesische strijdgroepen in de laagvlakte rondom Surabaya. Er was sprake van een ware oorlogszone met grootschalige acties en vele slachtoffers. In mijn boek Front-Indië uit 1994 werden deze foto’s voor het eerst gepubliceerd. Op de achterkant van de foto – die paginagroot in de NRC is geplaatst – waarop een Nederlandse marinier een Indonesische strijder aan zijn haren uit een greppel sleurt, staat: „Zo mogelijk maken de mariniers het liefst gevangenen voor inlichtingen omtrent de vijand.” Deze actie genaamd Quantico vond plaats in de zomer van 1946.

Bij een andere foto in hetzelfde artikel staat: „Hospitaal, zonder plaats, ongedateerd.” Tijdens mijn onderzoek in het Nationaal Archief te Jakarta heb ik de fotocollectie van het Indonesische fotopersbureau IPPHOS (Indonesia Press Photo Service) onderzocht. Dit beeld van gewonde Indonesiërs in een hospitaal komt uit dat archief (album 36 nr. 13.2) Het oorspronkelijke bijschrift in het Indonesisch is vertaald en luidt: „Gewonde slachtoffers van de wreedheden door het Hollandse leger/NICA.” Hiermee wordt verwezen naar het KNIL-Infanterie bataljon Andjing Nica, door de Indonesiërs ook wel ‘Nica-honden’ genoemd, die een harde aanpak voorstonden. (NICA is afkorting van Netherlands Indies Civil Administration). Deze foto is gemaakt in 1946 in Batavia (Jakarta) door een onbekende Indonesische fotograaf van het fotopersbureau IPPHOS.

Auteur van een aantal boeken over Nederlands-Indië/Indonesië

De eer die Hueting toekomt

Het hoge woord is er eindelijk uit. De historicus Remy Limpach is, moedig maar vele jaren te laat, tot de conclusie gekomen dat het geweld tijdens de ‘Politionele Acties’ in de jaren ’45-’50 in Indonesië geen excessen genoemd moeten worden, maar van structurele aard was. Nu Limpach de eerste steen heeft durven te gooien is het te verwachten dat er meer beschouwingen, voor en tegen, tot ons zullen komen.

Het is goed nu nog eens de aandacht erop te vestigen: al vanaf 1968 ageerde de voormalig dienstplichtig soldaat in het Nederlandse koloniale leger, Joop Hueting, tegen de toentertijd gangbare opvatting, dat het Nederlandse leger zich beperkt heeft tot het vreedzaam herstellen van de orde in de toen nog Nederlandse kolonie. Hij is degene die als allereerste het Nederlandse optreden daar durfde te kenschetsen als oorlogsmisdaden. Uit persoonlijke waarneming weet ik dat hij al in 1955, en mogelijk nog eerder, deze mening uitdroeg, zonder daar veel gehoor voor te vinden. Integendeel, zijn naam is vaak door veel groepen door het slijk gehaald.

Het zou passend zijn als de Nederlandse gemeenschap deze Joop Hueting, inmiddels prof. dr. J.E. Hueting , emeritus hoogleraar psychologie (Brussel), alsnog de eer zou betuigen die hem, zoals nu gebleken is, ruimschoots toekomt.

Dr. Bob van Laar

De Kadt bevat ook ‘kleuring’

Terecht wordt in het redactioneel commentaar Nederland moet Indonesisch verleden durven onderzoeken verwezen naar de brochure van Jacques de Kadt, De Indonesische tragedie. Het treurspel der gemiste kansen. Al even terecht wordt als publicatiejaar 1949 genoemd. Alleen kan die verschijning in het jaar waarin de Nederlandse regering dan eindelijk de Indonesische soevereiniteit erkende, de indruk wekken dat De Kadts brochure een nabeschouwing zou bevatten van het gebruikelijke type: met ‘de kennis van nu’ rustig uitleggen hoe het allemaal zo heeft kunnen gaan als het gegaan is. Alleen, die brochure is geschreven midden in de wirwar van de tweede Politionele Actie, toen veruit de meeste Nederlanders nog achter die militaire ingreep stonden. In de illusie dat Nederland zijn overheersende positie in het oude Nederlands-Indië zou kunnen behouden. De Kadt heeft al begin jaren ’30 ingezien dat die overheersing op haar eind liep, hij is daar toen al uitgebreid over gaan schrijven, en zijn brochure van 1949 vormt van die reeks geschriften het nu terecht weer in herinnering gebrachte hoogtepunt.

H.F. Cohen

Merkwaardige selectie

Leuk, dat artikel met vijf boeken over Indonesië, zeventig jaar na hun onafhankelijkheid. Was er echt geen boek dat een Indonesische schrijver had?

Michiel de Groot

Eigen historie niet objectief

70 Jaar na de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië, komt er nieuw historisch bewijsmateriaal naar boven dat in de oorlog die Nederland daar voerde, structureel geweld werd gebruikt en oorlogsmisdaden werden begaan. Politici en soldaten van destijds en nu willen ons laten geloven dat het beperkte politieacties waren waar af en toe een exces plaatsvond. Het nieuwe historische onderzoek van de Zwitser Limpach, maakt duidelijk dat dit standpunt onhoudbaar is en moet worden herzien. Net zoals wij andere landen verwijten dat ze niet objectief op hun geschiedenis terug kijken, zo moeten ook wij Nederlanders met zelfkritiek naar ons Indië-verleden kijken. Nederland voerde een onterechte en smerige oorlog waar we verantwoording voor af moeten leggen.

In het Stadspark Hattem in Roermond staat sinds 1988 het nationale Indië-monument. Hier worden jaarlijks de soldaten herdacht die in Indië vochten en sneuvelden. Het monument ontbeert na 28 jaar nog steeds de nuancering die nodig is om recht te doen aan de vernieuwde historische inzichten. De veteranen uit die tijd vormen een gesloten bastion dat geen kritiek wil horen. Maar velen van hen zijn getuige geweest van of hebben deelgenomen aan structureel geweld dat daar is toegepast en waarover de meesten zich nooit uitten. De persoonlijke tragedies van vele veteranen zijn hartverscheurend, maar dat ontneemt ons niet de plicht bij de begane misdaden stil te staan en op een integere manier spijt te betuigen. Ik kan me voorstellen dat ook de oud-militairen hier behoefte aan hebben. Het bestuur van de Stichting Nationaal Indiëmonument geeft geen ruimte voor deze nieuwe inzichten.

In 2003 werd er in het park nog een monument opgericht voor de gevallenen in vredesoperaties van de VN waar Nederland bij betrokken was. Dat is zeker gepast want deze militairen vochten op uitnodiging van de internationale gemeenschap onbaatzuchtig voor de veiligheid in landen waar deze in het geding was zoals Libanon, Cambodja of Afghanistan.

In 2010 werd in het park nog een derde monument opgericht dat de verbinding moest vormen tussen de Indiëveteranen en de veteranen van de VN-vredesmissies. Het monument bestaat uit twee naar elkaar toe neigende bogen en symboliseert de gemeenschappelijkheid van enerzijds de strijd in Indië en anderzijds de VN-missies. Dat deze twee soorten missies al in één park worden herdacht, is al discutabel. Maar dat ze ook nog als vergelijkbaar worden neergezet, is een historische en morele miskleun.

Het monument staat pal aan de Rijksweg. Elke morgen fiets ik er langs en schaam ik me ervoor. Hier wordt niet alleen de geschiedenis geen recht gedaan, hier wordt de geschiedenis op een kwaadaardige manier verdraaid. De herdenkingsboog bij het nationaal Indië-monument dient, zeker met de recente historische inzichten, dan ook te worden verwijderd.

Hans Maessen

Treurig en beschamend

Het was 15 augustus 1945. Japan capituleerde en tienduizenden gevangen werden bevrijd uit de concentratiekampen en van de slavenarbeid aan de Birma Spoorweg en in de fabrieken in Japan. En wat doet het NRC Handelsblad na 70 jaar in zijn weekend nummer en de editie van vrijdag, de dag dat dit feit door zovelen werd herdacht? Het publiceert een aantal artikelen over het geweld in de jaren daarna tijdens de politionele acties en dan nog met name over het geweld van Nederlandse zijde en niet van de extreme moordpartijen van de pemuda’s, de Indonesische vrijheidsstrijders.

Betreurenswaardig en beschamend, temeer daar het NRC Handelsblad een krant is die zich erop voor laat staan genuanceerd te zijn.

Chris Smith

Correcties en aanvullingen

Politionele acties

De eerste politionele actie eindigde op 5 aug. 1947 (niet 1946). Twee foto’s (links en rechtsboven) bij Op de vlucht neergeschoten zijn niet gemaakt tijdens of na de eerste politionele actie in de zomer van 1947, maar een jaar eerder, zoals L. Zweers hierboven al schrijft.